Halfweg Balkenende II

Een kabinet dat binnen korte tijd drie slepende kwesties zonder brokken weet te klaren, zou hoog te paard moeten zitten....

Het kabinet bracht een nieuw zorgstelsel tot stand dat het aloude onderscheid tussen fondspatiënt en particulier verzekerde opheft en beperkte marktwerking introduceert. Eerdere kabinetten beten er de tanden op stuk. Na veel hangen en wurgen komt er een herziening van de WAO, waardoor uiteindelijk weer álle bona fide volledig arbeidsongeschikten een fatsoenlijke uitkering tegemoet kunnen zien. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten gaan daarentegen onder een regime vallen dat sterke prikkels bevat om aan het werk te blijven.

Het onrecht van het 'WAO-gat' uit 1993 (dat voor rond anderhalf miljoen werknemers nooit werd 'gerepareerd') wordt ermee hersteld: niet langer lijden de goeden onder de kwaden.

Ten slotte is het kabinet er ook nog in geslaagd overeenstemming te bereiken over broodnodige veranderingen bij de publieke omroep. Een obstakel waarover vroeger kabinetten vielen.

Het is niet niks allemaal, maar het kabinet krijgt de handen er maar niet voor op elkaar. Deels heeft dat met de aard van de uitgedokterde hervormingen te maken.

In alledrie de gevallen gaat het om moeizame nieuwe spelregels en riskante institutionele veranderingen. Alleen al daarom zijn ze omstreden en niet slechts bij betrokkenen wier belangen in het geding zijn. Ook het grote publiek is kopschuw. Het voelt haarfijn aan dat het lang zal rondtobben in gezondheidszorg en sociale zekerheid aleer het weer enigszins wegwijs is. Grootscheepse veranderingen, hoe noodzakelijk of wenselijk ze ook zijn, vernietigen op slag veel maatschappelijke kennis en reduceren mensen tot hulpeloosheid .

Dit is een fundamentele en onoplosbare tegenstrijdigheid van Balkenendes hervormingsagenda. Het kabinet wil dat burgers zelf verantwoordelijkheid nemen, maar dat kan alleen in een stabiele

institutionele omgeving. Wie de boel op de schop neemt, maakt mensen vooreerst juist afhankelijker. Dat smoort ieder potentieel enthousiasme voor hervormingen.

Maar het kabinet lijkt sowieso geen goed meer te kunnen doen. Balkenende c. s. hebben fans noch fanzine. De openbare mening over het kabinet is vast in handen van de nattering nabobs of negativism (zeurende wijsneuzen van het negativisme), zoals de lang vergeten Spiro Agnew, vice-president onder Richard Nixon, de vele critici van diens impopulaire regering betitelde.

Nixon werd halverwege zijn tweede termijn afgezet, maar Balkenende en de zijnen kunnen niet hopen op zo'n humane aflossing. Al zitten de belangrijkste hervormingen in de tas, er zijn nog twee jaar te gaan. Wat te doen?

In een 'volwassen democratie' zou zo'n dreigend vacuüm aanleiding zijn om een kabinet opnieuw te lanceren, met nieuwe gezichten en een nieuwe missie. Coalitiegevoeligheden en de beperkte staatkundige rol van de premier beletten hier zo'n ingreep.

Maar de missie opfrissen - dat kan natuurlijk wel. Er is, in de woorden van Thorbecke, meer dan ooit te doen in deze wereld.

In de eerste plaats moet het kabinet zijn wortels eerbiedigen.

Het zit er dankzij de Opstand der Burgers uit 2002, maar heeft nagelaten die gebeurtenis van een passend staatkundig vervolg te voorzien. Het wachten blijft op de gekozen burgemeester en een kiesstelsel dat de macht der partijen intoomt, een andere selectie van volksvertegenwoordigers afdwingt, maar de evenredige vertegenwoordiging in essentie handhaaft. In principe voorziet het Paasakkoord hierin en is minister Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing er druk mee in de weer. Maar Balkenende zou de herstichting van de Nederlandse democratie tot hoofdzaak én C h e f s a ch e moeten promoveren.

Ten tweede schreeuwt de situatie in Europa, na de afgang van de Europese Grondwet en de twist over de meerjarenbegroting van de EU, om een nieuwe Nederlandse Europapolitiek. Dit is de echte krachtproef voor de tweede helft. Een lagere afdracht aan Brussel is mooi, maar niet genoeg, misschien zelfs geen prioriteit.

Alles beweegt in Europa, oude idealen vervliegen, de machtsverhoudingen verschuiven. Om hiermee en met de referendumuitslag adequaat om te gaan, is een nieuwe Nederlandse conceptie van de Europese eenwording geboden - evenals een nieuwe nationale consensus over Europa.

Of Balkenende na het Nederlandse nee nog effectief kan opereren in Den Haag en Brussel, zal op dit punt moeten blijken. Heel Europa is van mening dat Schröder en Chirac als leiders hebben afgedaan. Trekt Balkenende inzake Europa het initiatief niet kordaat naar zich toe, dan geldt dit ook voor hem en rest het kabinet weinig anders dan de rit uit te zitten. Hij kan alleen zijn legitimiteit als premier herstellen door zijn grootste nederlaag, het referendum, om te zetten in - alweer - een herstichtende daad.

De Nederlandse democratie fundamenteel herijken en een nieuwe Europapolitiek formuleren. Het zijn opgaven van een orde van grootte die zelfs een huistuin-en-keuken-politicus tot ijle hoogten kunnen opstoten. Slechts weinigen krijgen zo'n opgelegde kans om tot staatsman uit te groeien.

Wie weet - vooralsnog is Balkenende een maatje te klein gebleken voor zo'n monumentale taak. Daar komt nog bij dat hij tussen de bedrijven door ook de economie weer aan de praat moet krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden