Halffabricaat

Dubbelspel wordt pas een boeiend schouwspel als de speler publiekelijk valt, het liefst met een beetje geruis. Ik lette dus eigenlijk nooit zo op minister Hillen totdat ik, staand voor de ingang van de Tweede Kamer, hem op de eerste mooie dag van het jaar ineens vanuit zijn ministerie van Defensie naderbij zag komen.


We kunnen het niet mooier maken dan het is: aan de heer Hillen kleeft de geur van bedorven integriteit. We zijn hem nooit voldoende nabij gekomen om precies te kunnen zeggen hoe zoiets ruikt, maar als we moeten gokken, zeggen we met Gerard Reve: als een achter het fornuis gevallen en reeds lang vergeten panharing.


Hillen heeft alle Binnenhofbaantjes al eens gehad. Journalist, lobbyist, voorlichter, Kamerlid, minister. Vaak ook meerdere tegelijk. Onafhankelijk commentator en kandidaat-minister bijvoorbeeld. Of senator en tabakslobbyist. Bij mijn weten rookt hij niet. Hij is een tabakslobbyist die zelf niet rookt. Ik ben er nooit geweest, maar in de hemel hebben ze daar vast een mening over.


Hij droeg een lange, wollen jas, antraciet van kleur, hoog gesloten. Je zag alleen de jas, de voeten en het hoofd, waaraan vanaf onze positie nog niets bijzonders viel op te merken. Het hing misschien wat laag, maar dat doet het eigenlijk altijd.


Aan zijn linkerzijde liep een voorlichtster, aan zijn rechterzijde een buikige vijftiger met bloeddrukwangen, die vanwege Hillen op het punt stond zijn anonimiteit te verliezen, secretaris-generaal Ton Annink.


Dat ging zo. Hillen had tegen de Kamer gezegd dat er maar één gevalletje integriteitschending bij Defensie bestond. Kort daarop regende het in de Volkskrant van de voorbeelden. 'Ik heb Annink nog gevraagd of er meer gevallen waren', zei Hillen ter verdediging van zichzelf, 'maar hij bezwoer me dat die er niet waren.'


Gevraagd of het niet pijnlijk was om zo door de journalistiek te worden ingehaald, zei Hillen: 'Het is een voorrecht in een land te mogen leven waarin de journalistiek ook een steentje bijdraagt aan de democratische controle.'


Dat was een goeie. Als mijn vriendin mij met drie dampende negerinnen op witte gympies betrapt, zal ik zeggen: 'Wees blij. Wie weet hoelang ik je anders nog bedrogen had.'


De drie passeerden het voormalige ministerie van Justitie op het Plein. Ik keek naar Hillen, aan zijn gezicht was vanuit mijn positie nog altijd niets bijzonders te zien, en ik bedacht dat ik eigenlijk liever naar minister Rosenthal had gekeken. Die loog ook weleens, maar deed dat tenminste nog met tegenzin.


Het waarheidsgehalte zal ongeveer hetzelfde zijn, het verschil is: Hillen spreekt het zwijgen van zijn ambtenaren na, Rosenthal de teksten van de zijne. Hij moet kracht zetten om ze uit zijn keel omhoog te werken. De poëzie van het geweten: elke tweede lettergreep krijgt een klemtoon, driftig slaat zijn onderarm het ritme.


Rosenthal en Hillen moesten opschrijven hoe dat nou allemaal had kunnen gebeuren, met die mislukte helikopterevacuatie in Libië. Rosenthal zette alles keurig op een rijtje, en liet zijn werkstuk aan Hillen lezen, die naar zijn voorhoofd wees, en zei: als we eerlijk zijn, 'is het natuurlijk prijsschieten voor parlementariërs'.


We weten hoe dit is gegaan, omdat dit in de voorlaatste alinea van een krantenbericht stond beschreven, wat opmerkelijk is, want je zou zeggen dat bedrog een mooier plekje in de krant verdient.


In een nieuw feitenrelaas noteerde Hillen dat de evacuatieplannen waren verraden - die Annink zeker weer - en dat was alweer een goeie, want in dat geval trof hem opnieuw geen blaam. Er werd geen bewijs of vage aanwijzing bij geleverd, maar dat hoefde ook niet: voor er vragen rezen, had de NOS al tientallen radio- en tv-journaals met het verraadverhaal geopend.


Hillen was ons intussen tot enkele meters genaderd. En toen zag ik het. Er was iets met zijn linkeroog. Het hing een beetje uit de kas, alsof dat, het loeren beu, zich van zijn eigenaar trachtte te distantiëren. Tussen oogbal en ooglid gaapte een open ruimte - ongewild keek men diep in de lichamelijke integriteit van de minister.


Over enkele minuten moest Hillen zich voor verkeerde inlichtingen verantwoorden in de Kamer. Er kwamen enkele bezorgde mensen op hem af. 'Mijnheer Hillen, mijnheer Hillen', zeiden zij, want het zijn altijd dezelfden die dubbel worden aangesproken, 'het wordt zeker een heel zwaar debat voor u?'


Hillen legde een hand op zijn borst, en hield even halt. De suggestie amuseerde hem, hij vond de suggestie kostelijk; licht lachend liep hij verder. Bij het passeren schonk hij mij nog een vriendelijke, bijna lieve glimlach. Gek is dat: sommige mensen maken je bang als zij boos naar je kijken, bij anderen werkt het weer heel anders.


Als eerlijkheid ons menselijk maakt, is Hillen een halffabrikaat. Ik was dan ook blij dat ik hem niet was, en nu de Kamer binnenstapte met in mijn hoofd de vaste overtuiging dat ik mijn politieke leven met onwaarheden moest verlengen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden