Haïti in greep van goudkoorts

Door de hoge goudprijs is goudwinning in Haïti aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven. De vrees bestaat dat de gewone Haïtiaan daar niet van zal profiteren.

De Haïtiaanse regering maakt ondoorzichtige afspraken met Noord-Amerikaanse mijnbouwbedrijven. Die zijn werkzaam in het noorden van het land, waar voor miljarden aan goud in de grond zit. De plaatselijke bevolking staat erbij en kijkt er naar.

'Haiti is open for business', verkondigt president Michel Martelly regelmatig. Sweet Mickey, zoals Martelly ook wel wordt genoemd, hunkert naar buitenlandse investeringen. Zijn land, het armste in Latijns-Amerika, heeft ze hard nodig, helemaal na de aardbeving eind 2010 die de hoofdstad Port-au-Prince zwaar trof en de daarop volgende cholera-uitbraak. Er vielen ten minste 300 duizend doden.

Buitenlandse donateurs

Maar al vóór die rampen was Haïti straatarm. Het is een staat die permanent aan het infuus van buitenlandse donateurs ligt. Die zijn goed voor ruim dertig miljard euro per jaar, meer dan de helft van de jaarlijkse begroting van de regering in Port-au-Prince. De meerderheid van de tien miljoen Haïtianen leeft van amper 95 eurocent per dag.

En dat terwijl onder de rotsgrond in het noorden voor naar schatting ruim 15 miljard euro aan goud ligt verborgen. Ook zit er voor miljarden koper en zilver in de grond. De schatten zijn vrijwel onzichtbaar, het zijn minuscule deeltjes die lang te kostbaar waren om te delven. Maar de goudprijs is sterk gestegen. En de stabiliteit in het door coups, dictaturen en corruptie geteisterde land is enigszins teruggekeerd sinds de aanwezigheid van tienduizend blauwhelmen sinds 2004.

Volgens de wet behoren alle grondstoffen onder het aardoppervlak in het land toe aan de natie, maar niemand weet wat de vorig jaar in april aangetreden Martelly heeft afgesproken met Noord-Amerikaanse mijnbouwbedrijven die in Haïti het nieuwe El Dorado zien.

'Haïti kan veel baat bij hebben bij de mijnbouw', zegt Alex Dupuy, een Haïtiaanse econoom aan de Wesleyan University in Connecticut en auteur van diverse boeken over de Haïtiaanse politiek. 'Maar ik heb geen enkel vertrouwen dat de winst van de goudproductie de arme bevolking ten goede komt.'

'Boeren zien aldoor vreemde mannen op hun land lopen die stenen oprapen en gaten in de grond boren', zegt Jane Regan van de ngo Haiti Grassroots Watch (HGW) in Port-au-Prince. 'Ze krijgen geen uitleg en begrijpen er niets van.'

Naar aanleiding van aanhoudende klachten van boeren deed HGW tien maanden onderzoek naar de Haïtiaanse 'goudkoorts'. Volgens de bevindingen mogen de Canadese bedrijven Eurasian Minerals en Majescor en het Amerikaanse VCS Mining en Newmont een gebied onderzoeken en exploiteren dat 750 vierkante kilometer beslaat. Eurasian Minerals alleen al zou 53 vergunningen en conventies hebben gekocht in een gebied dat een derde van het noorden van Haïti bestrijkt - met een vergunning mag je bovengronds onderzoek doen, met een conventie mag je boren en exploiteren.

Oud-directeur en geoloog Dieuseul Anglade van het Haïtiaanse staatsmijnbedrijf BME verklaarde tegen HGW dat Eurasian Minerals ook op plaatsen boort waarvoor het geen conventies heeft. Anglade weigerde de desbetreffende conventies te tekenen, omdat hij vreest dat boringen daar het milieu grote schade zullen toebrengen.

Anglade is ontslagen, de boringen worden verricht op basis van een Memorandum of Understanding tot de conventies rond zijn. Anglade noch Dave Cole, de topman van Eurasian Minerals, was bereikbaar voor commentaar. De regering verandert de Mijnbouwwet, om het afgeven van conventies te vergemakkelijken.

'De geologie van Haïti is prima en elke buitenlandse cent die in het land wordt gestoken, is prima', zegt de Amerikaanse geoloog Michael Fulp vanuit Alberquerque, New Mexico. Fulp - hij noemt zichzelf de mercenary geologist- nam voor Eurasian Minerals proefmonsters in de 'Haïtiaanse Silicon Valley van de goudmijnbouw'. 'De gemiddelde Haïtiaan heeft nog geen paar schoenen om op te lopen. De mijnbouw creëert banen voor de mensen.'

Gespecialiseerde buitenlanders

De regering-Martelly beloofde bij haar aantreden binnen drie jaar een half miljoen banen te scheppen en gokt daarbij vooral op de mijnbouw. 'Maar de meeste banen in die sector gaan naar gespecialiseerde buitenlanders', zegt econoom Dupuy. 'De weinige Haïtianen die door de mijnbouwbedrijven worden aangesteld, zijn voor het merendeel beter opgeleid, ze behoren tot de welvarender en heersende klasse. De arme sloeber krijgt niets.'

Volgens Dupuy haalt de regering bovendien lang niet genoeg uit de contracten met de mijnbouwbedrijven. Haïti hanteert het laagste tarief voor royalty's in het westelijk halfrond: 2,5 procent van de waarde van elke ounce (28,3 gram) goud die wordt gedolven.

Inheemsen de dupe

Nadat Columbus eind 15de eeuw op Haïti landde, zetten de Spanjaarden de inheemse Arawak-indianen in als slaven in de goudmijnen. Van de 300 duizend Arawaks waren na veertig jaar slechts 600 over. Eind vorige eeuw kwamen westerse bedrijven naar Haïti om er bauxiet te delven. Talloze Haïtiaanse boeren werden van hun land gejaagd, van anderen raakte het land door de mijnbouw zo vervuild dat ze het niet langer konden bebouwen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden