Haïti heeft genoeg van leiders die `geld en stemmen¿ stelen

Ondanks uren wachten en zoeken hebben lang niet alle Haïtianen hun stem kunnen uitbrengen. Dat maakt ze woest, zegt Wyclef Jean, die zich niet kandidaat mocht stellen.

PORT-AU-PRINCE - Driftig schudt Wyclef Jean het hoofd. De beroemde hiphopster is niet naar de Haïtiaanse hoofdstad gekomen om alsnog een gooi te doen naar de macht. Over het presidentschap, waarvoor hij zich niet verkiesbaar mocht stellen, zingt hij slechts in zijn binnenkort te verschijnen album If I were president, my Haitian experience.


Ook is Jean niet gekomen om een van de kandidaten openlijk te steunen. Ook niet zijn goede vriend, volkszanger Michel 'Sweet Mickey' Martelly. Waarom de 38-jarige artiest dan wel straks voor de buitenlandse journalisten een persconferentie gaat geven? 'Ik ben hier om als Haïtiaanse burger ervoor te zorgen dat de uitkomst van de verkiezingen van zondag eerlijk naar buiten komt. Dat onze stemmen niet door fraude en onregelmatigheden worden gestolen.'


Jean, geboren in Haïti maar al jaren woonachtig in de VS, vertelt hoe hij wilde gaan stemmen, maar net als veel Haïtianen tevergeefs zocht naar zijn naam op de kiezerslijsten. 'Gelukkig hadden we een auto en konden we naar een ander stembureau rijden. Daar kon ik mijn plicht alsnog vervullen. Maar veel Haïtianen hebben dat ondanks uren wachten en zoeken niet gekund. En dat maakt ze woest.'


Twaalf presidentskandidaten waren zo verbolgen over deze chaotische gang van zaken in bepaalde stembureaus en de geruchten over vechtpartijen en wijdverbreide fraude door naar verluidt aanhangers van president René Préval en zijn persoonlijke keus Jude Célestin, dat ze zondag al opriepen de verkiezingen ongeldig te verklaren. Duizenden Haïtianen zijn de straat opgegaan om te protesteren.


Het kiescomité heeft echter besloten dat de stembusgang in 1.444 van de 1.500 stembureaus gewoon geldig is geweest en verwacht rond 7 december met een uitslag te komen. Niet bepaald een opmerkelijk besluit van een kiescomité van wie de leden allemaal door president Préval waren benoemd, zegt Jean. Al is de hiphopster vooral blij dat de 'de belangrijkste verkiezingen van onze generatie' hebben plaatsgevonden.


Trots laat Jean dan ook even later op de persconferentie zijn paarse duim zien. 'Dit is het teken dat ik heb gestemd. Maar er zijn dingen gebeurd die niet kloppen. De Haïtianen in hun tenten, getroffen door de aardbeving en cholera, pikken dat niet. Die willen zeker weten dat hun kandidaten nog kans maken op het presidentschap.'


Wie die presidentskandidaten volgens Jean zijn? Mirlande Manigat, die als eerste vrouw president van Haïti kan worden, volkszanger Martelly en Jean-Henry Céant, een bekende jurist met nauwe banden met de in 2004 naar Zuid-Afrika gevluchte ex-president Jean Bertrand Aristide. 'Wandel door elke Haïtiaanse straat, door elk huizenblok, en je zult hun namen horen. '


Daarom wil Jean net als zijn landgenoten luid en duidelijk weten dat zijn stem geen weggegooide stem is geweest. Hoe? 'Door een geloofwaardige, internationale instantie die geen banden heeft met de Haïtiaanse regering of de Verenigde Naties onderzoek te laten doen naar de verkiezingen.' Op de vraag welke internationale instantie dat dan moet zijn, blijft Jean echter opmerkelijk vaag.


Wel maant Jean tot spoed. Binnen 24 uur moet er een duidelijk signaal komen.


'Anders zullen we getuige zijn van een geweld zoals we dat in Haïti niet hebben gezien. Ik zeg dat als een expert van het gevoel van de straat en omdat ik gewelddadigheden en bloedvergieten wil voorkomen.'


Op straat lijkt de woede inderdaad naar een kookpunt te borrelen. Woedende Haïtianen scanderen dat president Préval dood is en zijn beschermeling Célestin cholera heeft. 'Deze verkiezingen waren zelfs een bananenrepubliek onwaardig. De regering heeft de verkiezingen gestolen. Maar wij zullen dat niet toestaan', roept John Federice, terwijl hij met een groot bord van presidentskandidaat Martelly zwaait, enkele uren eerder. 'President Préval en zijn kliek zijn schuldig aan dit nieuwe drama voor Haïti en moeten eindelijk eens terecht staan voor hun minachting voor het Haïtiaanse volk', zegt de 54-jarige Johnson Maurice.


Volgens de 37-jarige Lucio Paul verdienen de Haïtianen eindelijk een goede president. 'We hebben genoeg van leiders die eerst ons geld stelen en nu ook onze stemmen. We willen wat ons democratisch toekomt en anders zullen we het opeisen. In Saint Marc en Gonaives hebben de barricades al gebrand. Nog even en ook Port-au-Prince zal de woede van het volk zien.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.