HaHaHa

Dit cabaretjaar was het jaar van de domme lach. Cabaretiers ergerden zich aan publiek dat slechts komt voor typetjes en platte moppen....

De cabaretier komt op en begint te stotteren. Het publiek lacht.

Hij doet een mal dansje. Het publiek lacht.

Hij vertelt over zijn doolhofwandeling door Ikea en zijn marteluurtje met het bouwpakket van de boekenkast. Het publiek lacht.

Nu hij toch zo lekker bezig is, kan er ook wel een rondje politiek vanaf. Vooruit, eerst even iets over het haar van onze eigen Harry Potter uit Zeeland en dan als toetje het roze mantelpakje van de (voormalige) staatssecretaris Nijs en haar varkenssnuitje. Het publiek giert.

Politici hebben van cabaretiers niets te duchten. De tijd dat staatssecretaris van Justitie Aad Kosto het zwaar voor de kiezen kreeg (zonder dat zijn naam overigens werd genoemd) in het lied Iemand moet het doen ligt ver achter ons.

En een staatsman moet niet bang zijn voor een rigoureus beleid Ook al valt hem dat soms helemaal niet mee Want dat is hij aan zijn kiezers en zijn ijdelheid verplicht En dat legt hij daarom uit op tv

In dat lied verwijt tekstdichter Jan Boerstoel Kosto dat hij hongerlijers naar hun armoeland terugbeschikte. Een aanklacht in goed lopende, fraai rijmende zinnen. Het zou nu op de minister voor Vreemdelingenzaken kunnen slaan, maar Verdonk wordt alleen door ketchupgooiers en door haar collega's in de politiek aangepakt met opmerkingen over deporteren of een jodenster. In de cabaretzaal wordt alleen nog gelachen om makkelijke grapjes.

Althans, volgens het cabaretduo Van Houts & De Ket.

Zij wierpen begin dit jaar de belangrijkste vraag op van het afgelopen cabaretseizoen. In hun voorstelling Dolle pret maakten zij korte metten met de 'domme' lach: publiek dat er genoegen mee neemt dat cabaret een pretpark is geworden. Voor het publiek lijken er maar twee criteria te zijn voor een geslaagde voorstelling: zitten er moppen in en doen ze mensen na?

Van Houts & De Ket staan niet alleen in hun kritiek. Jeroen van Merwijk, die zich met zijn cynisme en meerlagenhumor blijvend heeft veroordeeld tot een bescheiden aanhang, heeft kort geleden met een mengeling van ironie en ernst geopperd of het niet eens tijd wordt voor een intellectueel elitaire omroep, nu ook de VPRO steeds volkser en lolliger dreigt te worden.Ook Maarten van Roozendaal geeft regelmatig blijk van zijn minachting voor het publiek dat weigert enige intellectuele arbeid te verrichten en zijn collega's die aan deze gemakzucht toegeven. En VARA-coryfee Dolf Jansen heeft ook genoeg van de lolbroeken. De cabaretier, aldus Jansen, heeft een nobele taak: het ontmaskeren van de leugen.

Het cabaret is de laatste jaren zagdrempelig geworden dat gedachten van enig niveau nauwelijks nog door het publiek worden opgepikt of gewaardeerd. De tijd dat cabaret voor links intellectueel publiek bestemd was, zoals cabaretprofessor Wim Ibo voorschreef, behoort tot het verleden. Ibo, en met hem de liefhebber van het traditionele cabaret (een vinnig sketchje en een welluidend liedje), vond dat er een balans moet zijn tussen lering en vermaak.

Dat doorschieten naar vermaak is overigens geen nieuw fenomeen. Begin jaren tachtig, met de komst van Brigitte Kaandorp, Herman Finkers en Paul de Leeuw, kwam het cabaret ook in zo'n leve-de-lol-fase terecht. Tegengas kwam van groepen als Dubbel & Dwars (Jack Spijkerman), Zak & As (Justus van Oel, Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten), Verreck & Pleijsier, en Lebbis & Jansen. Voor al deze cabaretiers was het Leids Cabaret Festival, dat toen nog een uitgesproken maatschappijkritisch karakter had, het eerste echte podium.

Het cabaret, althans een deel ervan, heeft zich geschaard in de oneliner-politiek, de behaagzieke commerci tv-zenders en in hun kielzog de publieke omroepen die paniekerig om de kijkcijfers strijden. Het cabaret, zowel op tv als in de zaal, voegt zich in zodanige slapheid naar dit consumentengedrag dat sommige cabaretiers zich schamen voor hun collega's. Deze groep is het lachen moe en prefereert de wrange grijns.

Maar klopt het beeld? Zijn de cabaretiers alleen nog maar uit op goedkope lol? En is dat storend? Voor beroepskijkers en fanatici die zoveel mogelijk willen zien, kan menig cabaretavondje een bezoeking zijn. Maar een gemiddelde cabaretliefhebber, die ook nog wel eens naar de film of toneel wil, zal toch niet veel meer dan tien cabaretvoorstellingen per jaar bezoeken. Als hij blind op het affichewoord cabaret afgaat, dan kan hij in de nietszeggende ongein terecht komen van Rob Urgert, Onno Innemee of Rob Kamphues.

Boven hen heeft zich een brede laag gevormd van pretentieloos cabaret van redelijk niveau met onder meer Jochem Myjer, Plien & Bianca, Bert Visscher, Bolder & Plante, en Joep Onderdelinden. Maar ook voor de cabaretbezoeker die intellectueel op de proef wil worden gesteld, valt er nog een hoop te halen. Bij Bert Klunder bijvoorbeeld, Sara Kroos, Vincent Bijlo, Kasper van Kooten en de nieuwe Vlamingen, zoals Wim Helsen.

Als je kijkt naar de drie voorstellingen die door de Vereniging van Schouwburg-en Concertgebouwdirecties (VSCD) zijn genomineerd voor de jaarlijkse cabaretprijs, dan moet je concluderen dat de ware liefhebber daarmee drie prachtige avonden heeft gehad. De VSCD beveelt Dolle Pret van Van Houts & De Ket aan, Heden Soep! van Wim Helsen en Over de Top van NUHR. Drie inhoudelijk sterke voorstellingen. Vooral de oudgedienden van NUHR hebben veel te vertellen. In het gitzwarte zeer humoristische Over de Top hebben ze zich in lange jassen gehesen en trekken de buurt in om als de Drie Musketiers, de moraalridders van Balkenende en de gekloonde Pims normen en waarden te verdedigen.

Het programma Heden soep! van Wim Helsen oogt veel luchtiger dan de strafexpeditie van NUHR, maar het is een vergissing om het Vlaamse absurdisme af te doen als pure lol. Er zit wel degelijk een bodem in de onzin van Helsen en zijn Vlaamse collega's Wouter Deprez en Gino Sancti.

De Vlamingen manifesteren zich al enkele jaren nadrukkelijk en worden warm omarmd door Nederlandse impresariaten en het publiek. Zij bevredigen de behoefte aan onbekommerd lachen, hebben iets te zeggen, maar tuimelen niet in de val van het belerende cabaret. De Vlaamse cabaretiers lijken het gat te vullen tussen het pure vermaak en de ernst. Aan de andere kant van de grens is men niet erfelijk belast. Wim Helsen ziet het als een groot voordeel dat hij nog nooit een voorstelling van Freek de Jonge heeft gezien.

Voor Helsen is het absurdisme, het vervreemdende, een manier van vertellen waarmee hij veel meer aan de oppervlakte kan krijgen dan wanneer hij zich bij de letterlijke, logische realiteit zou houden. Dit in tegenstelling tot Hans Teeuwen die zich steeds meer achter het absurdisme verbergt om te verhullen dat hij momenteel eigenlijk niet zoveel meer te vertellen heeft. Industry of love dit jaar was daar een even helder als treurig voorbeeld van.

De toename van de lolbroekerij wordt soms ook geweten aan de opkomst van stand up comedy. Hoewel de Nederlandse variant - als gevolg van de cabarettraditie en door de niveaubewaking van van de nationale Master of Ceremony Raoul Heertje - beduidend minder schoonmoeder-en seksgrappen kent dan de Angelsaksische tak, is stand up comedy over het algemeen makkelijk te verteren. De essentie van deze cabaretvorm is het scoren, je moet het publiek in zeer kort tijdsbestek om je vinger winden, en je scoort nu eenmaal beter met makkelijke, snelle grappen, dan met een zorgvuldig opgebouwd verhaal.

Dat scoren is niet alleen belangrijk voor de komiek, maar ook voor de theaterdirecteur. Gemeenten morrelen aan de cultuursubsidies, en de verzwaarde arbo-wetgeving veroorzaakt voor veel theaters hogere kosten. Daardoor wordt de cabaretrecette steeds belangrijker om een sluitende begroting te waarborgen.

Maar door deze ontwikkeling komen ook de 'moeilijke' hoogwaardige cabaretvoorstellingen in het gedrang, omdat daar minder publiek op af komt. Nederland kent ongeveer 120 professionele cabaretiers. Elk jaar staat weer een nieuwe lichting finalisten op grote cabaretfestivals in Groningen, Leiden, Amsterdam en Rotterdam te dringen. De publiciteit die deze festivals genereren op tv, moet worden uitgebuit. Daardoor krijgt talent nauwelijks tijd om een volwaardig programma met enige diepgang te ontwikkelen. Dan is de keuze voor het commerci cabaret snel gemaakt.

Cabaretiers als Vincent Bijlo, Jeroen van Merwijk, Andranuel en Maarten van Roozendaal leveren de schouwburg minder op. Ze zijn te zien, maar hun kortere speellijst toont aan dat ze het tegen de vermaakfabriek van hun collega's dreigen af te leggen. En zo bestaat de kans dat op den duur de lachorkaan de pluriformiteit van het cabaret zal verwoesten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden