Hagrid

Hans Veeken is huisarts in Amsterdam en doet regelmatig dienst bij de huisartsenposten. 'Mevrouw is niet goed hoor, bleek en kortademig.' 'Ik ben bij mevrouw Maas, en ze is helemaal niet goed....

'Misschien kunt u eerst even uitleggen wie u bent', zeg ik, 'en wat er aan de hand is?' Wegsprinten voor een visite zonder vast te stellen of het echt nodig is, brengt de zorg van andere potenti bellers alleen maar in gevaar.

'Ik ben de wijkzuster en heb mevrouw gisteren nog gezien, maar nu is ze niet goed hoor, bleek en kortademig en zulke holle ogen. Zo kan het echt niet blijven.'

Toch wil ik de vrouw zelf even spreken, want dat levert meestal de meeste informatie op. Als de pati niet aan de lijn kan komen, is de kans dat een huisbezoek nodig is veel groter. Kun je wel met haar spreken, dan krijg je een goede indruk over de mate van pijn, kortademigheid en verwardheid. Mevrouw Maas, 76 jaar, reageert goed aan de telefoon, maar is duidelijk kortademig. Ik besluit eropaf te gaan.

Bij aankomst belt er net iemand aan bij hetzelfde portiek. De man is groot en heeft een woeste bos haar en een ruige baard. Hij lijkt sprekend op Hagrid uit Harry Potter.

De wijkzuster doet open en de reus loopt meteen achter mij aan naar binnen. Hij blijkt de zoon van een vriendin van de pati te zijn. 'Psychotisch', fluistert de zuster me snel in. 'Hij is agressief, hij moet weg hoor.' Plotseling heb ik twee patien in plaats van .

De chaos is groot. Mevrouw Maas ligt in een bed middenin de kamer. Overal zwerven lege medicijndoosjes, pufjes voor de longen, etensresten, kleding en papierwerk.

De patie is opvallend helder en wijst de ruige bezoeker meteen terecht: 'Ga zitten, bemoei je er niet mee, en mopper niet zo', zegt ze kordaat, maar dat heeft een averechtse uitwerking op de ongenode gast. Hij begint zich overal tegenaan te bemoeien en stelt allerlei vragen. 'Zal ik moeder bellen, waar is dat mens nu, welke dag is het toch vandaag?' Hij vloekt nog eens en gaat zitten; moppert dat dit allemaal geen doen is.

Ik besluit hem te negeren. Hem eruit te werken, zoals de zuster mij herhaaldelijk voorstelt, lijkt me alleen maar vragen om meer problemen. Ik probeer de medicatie van de vrouw te ontwarren.

De huisarts is met een antibioticumkuur begonnen en blijkbaar is ze kortademiger geworden sinds het bezoek van haar huisarts, want ik kan mij niet voorstellen dat je iemand zo benauwd thuis achter laat. Al weet je het nooit helemaal zeker. Wel vaker zijn chronische longpatien zo kortademig dat waarnemers ze meteen laten opnemen, terwijl ze eigenlijk voor een veel onbenulliger klacht belden.

Maar bij deze vrouw constateer ik vocht achter de longen en een duidelijke longontsteking. Waarschijnlijk heeft het hart het te zwaar gekregen door de ontsteking, en is er vocht gaan stuwen, waardoor ze minder lucht krijgt.

Ik besluit dat ze opgenomen moet worden, want in deze chaos wordt het niets. Ze heeft verzorging nodig en waarschijnlijk een infuus. Ik bel de ambulance.

Meteen word ik opgeroepen voor een nieuw spoedgeval. Ik pak mijn tas en verlaat het pand. Dan pas realiseer ik me dat Hagrid nog in de kamer is. Hij vindt het ook wel mooi geweest en loopt eveneens naar buiten. Daar gaat hij zijn eigen weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden