Haffner bundelde historie in eigenzinnige portretten

Met Sebastian Haffner (91) is een van de bekendste publicisten over de hedendaagse Duitse geschiedenis overleden. Zijn ook in het Nederlands vertaalde boek Anmerkungen zu Hitler wordt vaak beschouwd als het beste dat ooit over Hitler is geschreven....

WAT ME het eerst trof toen ik in 1983 bij hem aanbelde in de negentiende-eeuwse straat van de West-Berlijnse wijk Dahlem, was het naambordje: ik had Sebastian Haffner verwacht, maar ik las Raimund Pretzel.

Zo heette hij tenslotte, en hij was er de man niet naar om met zijn nom de plume te koop te lopen. Waarschijnlijk zou hij zich ook nooit achter een pseudoniem hebben verscholen als het in 1938 niet bijna bittere noodzaak was geweest. In dat jaar ontvluchtte hij Duitsland - omdat zijn vrouw joods was en ze naar nazi-normen dus in 'rassenschande' leefden, maar bovenal omdat de intellectuele atmosfeer in Berlijn wat hem betreft onverdraaglijk was geworden - en zocht zijn heil in Londen .

Jurist van professie was hij na zijn studie met schrijven begonnen. Dat was ook het enige waarmee hij zijn brood kon verdienen. Met een groepje lotgenoten zette hij het emigrantentijdschrift Die Zeitung op, maar omdat hij kwetsbare familie in Duitsland had achtergelaten wilde hij niet publiceren onder zijn eigen naam, en koos hij een pseudoniem waarin hij z'n lievelingscomponisten eerde: Bach, en de Mozart van de Haffnersymfonie.

Brodeloos zou de balling niet lang hoeven blijven. Frederic Warburg (van het uitgevershuis Secker & Warburg) ontdekte hem als de auteur van een voor die dagen - het is 1939, de oorlog staat op uitbreken - opmerkelijk genuanceerd politiek essay, Jekyll and Hyde. Daarin werd het onderscheid tussen Duitsers en nazi's aanbevolen: een thema waarop Haffner gedurende al z'n Engelse jaren is blijven hameren, want hij zou (al verwierf hij de Britse nationaliteit) nooit verloochenen dat hij een Duitser was.

Kort daarop ontmoette hij David Astor, de briljante erfgenaam van het Observer-'imperium' . Deze verzamelde grote talenten als Arthur Koestler, Isaac Deutscher, Edward Crankshaw en Jon Kimche om zich heen - maar z'n steunpilaar werd en bleef Sebastian Haffner: de absolute uitblinker als het ging om politieke analyses, commentaren en vooral het nieuwe journalistieke genre van die tijd: het profile.

Alleen al om wat hij tot 1955 wekelijks in The Observer publiceerde, zou Haffner een gedenkwaardige figuur zijn gebleven. Maar pas na zijn afscheid van Engeland (half en half om een politiek verschil van mening met Astor, maar vermoedelijk ook omdat hij een beetje naar het 'herstelde' Duitsland van Adenauer terugverlangde) is hij beroemd geworden.

De man bij wie ik in 1983 aanbelde, en die me een lange middag zou laven met z'n minzame conversatie en een beschaafde karaf Steinhäger, was intussen de auteur geworden van een klein, concies historisch oeuvre waarin Churchill (1967) en Anmerkungen zu Hitler (1978) in al hun beknoptheid nog altijd meesterwerkjes van biografie mogen heten. Maar het bevat ook tientallen prachtige opstellen over de Duitse geschiedenis vanaf 1871 en één briljante 'liefdesverklaring' aan het in zijn ogen zo vaak en zo onterecht verguisde Pruisen: Preussen ohne Legende (1980).

In dat rijk geïllustreerde album - uitgegeven door het weekblad Der Stern, waarvan Haffner nog tot op hoge leeftijd columnist en commentaarschrijver was - verdedigde hij nog eenmaal de stelling dat het Duitse Rijk dat in 1871 vanuit Pruisen was gesticht, de kiemen in zich droeg van zijn eigen noodlottige ondergang: niet omdat Duitsland nadien zou zijn 'verpruist' - integendeel, omdat Pruisen, de rationele rechtstaat van een aantal grote koningen, allengs was 'verduitst'.

Haffner was te intelligent en vervuld van te veel kennis en historisch besef om zich in de voor Duitsland verwarrende jaren van de Koude Oorlog te laten 'claimen' door links of door rechts. Hij ging er prat op politiek te 'zwalken', verdedigde Adenauer toen het mode was de bejaarde bondskanselier weg te wensen, en misprees Willy Brandt op het moment dat die bijna heilig werd verklaard.

Hij hield de lijn in de gaten die van Bismarck tot Hitler langs en ten slotte tot in de afgrond had geleid - en hij waakte: als de representant van een oud, democratisch, fatsoenlijk Duitsland.

Jan Blokker

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden