Column

Had oud-wethouder recht op wederhoor?

Burgemeester biedt excuses aan voor opmerking over 'alle Turken' die weet zouden hebben van criminaliteit.

Jan Boelhouwer, burgemeester van Gilze en Rijen.Beeld anp

'Ik heb me altijd verzet tegen cliëntelisme', zegt de oud-wethouder van Turkse afkomst - ooit de eerste wethouder van Turkse komaf in Nederland. Ze is juist kritisch op de eigen achterban, op bijeenkomsten en in interviews ageerde ze tegen importhuwelijken, eerwraak en vrouwenonderdrukking. 'Nooit heb ik me ingelaten met criminelen, nooit.' Dat nu juist zij in een landelijke krant in verband is gebracht met de georganiseerde misdaad - nota bene door haar eigen burgemeester - vindt ze niet alleen beledigend, maar ook lasterlijk.

In het artikel 'Opzouten moeten ze' vertelt burgemeester Jan Boelhouwer van Gilze en Rijen openhartig over intimidatie en infiltratie door criminelen in zijn gemeente. 'Heel weinig burgemeesters durven erover te praten', luidt het intro. 'Enkelen doen het toch, omdat ze de ondermijning van de rechtsstaat een halt willen toeroepen.'

Boelhouwer haalt hard uit naar de '2.400 Turken' in zijn gemeente. 'En ze weten allemaal, van één tot 2.400 hoe ze aan hun geld komen. Legaal of illegaal. Dat weten ze alle 2.400 van elkaar.' Er is sprake van een 'perfecte zwijgcultuur' en hij verhaalt over iemand van Turkse afkomst die voorkeursstemmen kreeg. 'Dat werkt verplichtend. Dat kan niet anders.'

Vervolgens stelt de journalist een vraag - 'Komt zo de onderwereld de bovenwereld binnen?' - en wordt de oud-wethouder ten tonele gevoerd: 'We hadden hier een Turkse wethouder, ze viel na de verkiezingen van 2010 buiten de boot. In 2013 probeerde ze voor haar partij, de PvdA, lijsttrekker te worden. Tot zover niks aan de hand. Maar op de vergadering waarop de lijst moest worden samengesteld, bracht ze een aantal Turkse mannen mee die zich zojuist hadden aangemeld als lid van de PvdA. Ook nog tot daaraantoe, maar er zaten een paar bekende drugscriminelen uit het dorp bij. Ik heb na die vergadering direct naar het partijbureau in Amsterdam gebeld en gezegd: vrienden, dit gaat wat mij betreft niet door. Deze mensen moeten direct van de ledenlijst af. Want zo koopt de onderwereld toegang tot de bovenwereld, via iemand die lijsttrekker wordt gemaakt en misschien straks opnieuw wethouder is. Zoiets gaat niet zonder beloning, mag je aannemen. Daar zal ik mij ten koste van alles tegen verzetten.'

De oud-wethouder wordt weliswaar niet bij haar naam genoemd, maar er is er maar een die aan het profiel voldoet. Ze is door velen herkend, zegt ze. Vanwege haar vroegere werk voor maatschappelijke organisaties geniet ze landelijke bekendheid. 'En het klopt niet', stelt de oud-wethouder, die zich gesteund weet door enkele verifieerbare bronnen uit de lokale politiek. Er had zich volgens hen één man ('niet een aantal') met een dubieuze achtergrond (bleek later) als lid gemeld. Na een paar weken zou hij zijn afgedropen omdat hij niet op de kieslijst kwam. 'Ik wist er niets van af', zegt de oud-wethouder.

Natuurlijk is de burgemeester als eerste verantwoordelijk voor zijn woorden maar, zo wil ze weten, heeft de krant ook niet iets verkeerds gedaan? Mocht de verslaggever zijn aantijgingen zomaar opschrijven, zonder wederhoor toe te passen?

Dat hangt af van verschillende factoren. De journalistieke richtlijnen zijn op zich duidelijk. 'Pas altijd wederhoor toe in geval van beschuldigingen of negatieve kwalificaties over personen , instellingen of bedrijven', aldus het Stijlboek van de Volkskrant. De Raad voor de Journalistiek wijdt er verschillende regels aan. De journalist past wederhoor toe 'bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen'. Dat geldt volgens de raad ook voor beschuldigingen die in het kader van een interview zijn gedaan. Dan 'kan die journalist zich er niet achter verschuilen dat hij slechts objectief rapporteert' wat de geïnterviewde zegt.

Het is echter de vraag of hier sprake was van een beschuldiging. De journalist vindt van niet. 'De burgemeester vertelt over zijn ervaring. Hij zegt nergens dat de oud-wethouder zich heeft geëngageerd aan criminelen. Men moet wel goed lezen.'

Alhoewel de burgemeester zich op een soortgelijk standpunt stelt, heeft hij donderdag zijn excuses aangeboden aan de Turkse gemeenschap in Gilze en Rijen omdat zijn uitlatingen ertoe kunnen leiden dat zij 'over één kam wordt geschoren en lokale politici van Turkse komaf onterecht worden gecriminaliseerd'. Eerder deze week stuurde hij de oud-wethouder al een mail, waarin hij verklaarde dat zij 'nooit aanleiding heeft gegeven tot zelfs maar de geringste twijfel over haar integriteit'. En: 'Hoewel bij nauwkeurige lezing de tekst in de Volkskrant ook geen aanleiding geeft om een mogelijke suggestie te voeden, betreur ik dat sommigen er kennelijk toch ten onrechte in hebben gelezen dat de oud-wethouder te linken zou zijn aan criminaliteit waar lieden uit de Turkse gemeenschap zich schuldig aan maken.'

De burgemeester zegt inderdaad niet dat de oud-wethouder zelf criminelen heeft geronseld om hogerop de kieslijst te komen, maar de suggestie ligt er wel. Door de situatie meteen te koppelen aan de woorden 'zo koopt de onderwereld toegang tot de bovenwereld (...). Zoiets gaat niet zonder beloning, mag je aannemen', lijkt ze in het beste geval volstrekt onnozel, maar in het ergste geval bereid tot corruptie.

Bovendien heeft de burgemeester kort ervoor nog gezegd dat alle 'Turken' in Gilze en Rijen weet hebben van criminaliteit. Als de oud-wethouder de uitzondering op de regel is, had hij dat expliciet moeten benoemen. De context van het verhaal - opbouw en vraagstelling - wekt de indruk dat zij zich heeft ingelaten met onoorbare praktijken. Het vraagt bijzonder gymnastisch denkvermogen van lezers om de passage anders te interpreteren.

'Bij het aangeven van de tekst heb ik mij niet verplaatst in de lezer', zegt de burgemeester. 'Dat kunt u ook niet van mij vragen.' Daarover mogen deskundigen op het terrein van bestuurlijke integriteit rede-twisten, de journalist had er in elk geval bij stil moeten staan. De uitlatingen van de burgemeester roepen op zijn minst vragen op over de onkreukbaarheid van de oud-wethouder, en die wegen extra zwaar omdat hij de burgemeester is. Hij staat boven de partijen, hij zal het wel weten.

Wederhoor was op zijn plaats geweest, bijvoorbeeld in een apart kader, zoals vaker gebeurt bij aantijgingen in interviews. Misschien had het wederhoor ertoe geleid dat Boelhouwer een enkele formulering had aangepast. 'Maar', zegt hij, 'dat is de koe van achteren in de kont kijken, zoals de Brabanders zeggen.'

De oud-wethouder is bereid aan te nemen dat Boelhouwer noch de krant erop uit is geweest haar te beschadigen. Maar dat wederhoor wil ze nog wel hebben. Lees haar brief op www.volkskrant.nl/brieven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden