Had Halbo C. Kool dit maar kunnen lezen

Boekenweek

Oud en leesbaar kunnen samengaan, merkte Arjan Peters toen hij poëzie uit 1968 vergeleek met erotiek uit 1524.

Foto Marie Wanders

Mijn lied was kort, liet Halbo C. Kool (1907-1968) in een gedicht door een sprekende kogel opmerken. Hetzelfde gaat op voor zijn oeuvre. Voordat hij zelfmoord pleegde, maakte Kool een bloemlezing uit eigen werk: Morgengave voor meerminnen - daar zal in 1968 geen hippie op hebben zitten wachten.

Bij de naam Halbo C. Kool schiet je misschien te binnen dat hij Arend Wortel heet in De Avonden van Reve, dat hij Maigret-vertaler was, model stond voor Een wonderkind van vijftig van Boudewijn de Groot, en dat hij als zelfmoordenaar aan bod komt in De laatste deur van Jeroen Brouwers. Maar nooit denk je aan zijn poëzie.

Gisteren zijn de stoffelijke resten van Halbo C. Kool eerst 'vervoerd in een nostalgische uitvaartbus', en toen herbegraven op erebegraafplaats Kunstrijk in Hilvarenbeek. Zijn biograaf Niels Bokhove had ontdekt dat Kools graf geruimd zou worden, als er geen actie werd ondernomen. Om hem te eren, bladerde ik gisteren door Kools gedateerde mijmeringen over groezelige kroegen en vervlogen liefdes. Dit requiem bleef me bij: 'Drie kleine visjes/ kwamen/ gebraden/ uit de pan; ze zeiden stilkens 'amen',/ maar niemand at ervan.' Een zelfportret als gebraden visje.

Om in de sfeer te blijven, dacht ik nog, koos ik daarna iets van uitgeverij Verloren. Maar dat bleek een uiterst vitale erotische roman uit 1524 te zijn, Lozana van Francisco Delicado, over een Andalusische hoer, schoonheidsspecialiste en bedriegster in verderfelijk Rome (Verloren; euro 25,-). Henk de Vries zorgt voor de eerste vertaling van dit portret ten voeten uit, met ruime aandacht voor het onderlijf. Een edelman die bij Lozana aanklopt (Klop klop, staat er dan), aarzelt niet met zijn rijmende wens: 'Lellebel, epileer mijn ballen, snel'. En als Lozana haar knecht Rampín in haar bed aantreft en hem toebijt op te krassen, krijgt ze als repliek: 'Doe niet zo flauw. Kijk liever of ik een kapoen ben en laat me een poosje tegen je aan praten met m'n bungeledinges.'

Ze wordt niet altijd beleefd onthaald ('Wees welkom, ramp, maar kom alleen'), maar Lozana is bovenal een schelm die standhoudt tussen de schooiers met hun vijzelstampers en mortierstokken. Met dank aan haar praktische leefregels, zoals 'Als het plakt, blijft het zitten'. Volgens de verklarende voetnoot: 'Als het helpt, helpt het.' Die twee zinnen tonen voorbeeldig het verschil tussen levende taal en lauwe.

Had Halbo C. Kool dit maar kunnen lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.