Haast

Het heeft zo zijn voordelen dicht bij de oude stad van Jeruzalem te wonen. Ik hoef alleen maar het Hinnomdal over te steken en door de Zionpoort naar binnen te gaan. Rechts loop ik naar de joodse wijk, nabij de Klaagmuur, rechtdoor vind ik de christelijke sector, een wandeling door het midden brengt me in het islamitische deel van de stad. Ik kan beneden lopen, waar christelijke pelgrims samendrommen op weg naar de Via Dolorosa, daar waar Jezus zijn kruis torste, ik kan ook hele stukken overbruggen over de platte daken.

Rolf Bos

Vooral op vrijdag is dat een zinneprikkelende ervaring. Linksvoor beieren de klokken van de kerken, rechtsachter ratelt de politiehelikopter die de wekelijkse pro-Palestijnse demonstratie in de onrustige wijk Silwan in de gaten houdt, onder klinkt een donderpreek vanuit een moskee.


Beneden mij, in de straatjes, zijn de Arabieren in hun winkeltjes de baas. Boven zijn Joden de zaak aan het overnemen. Het zijn vooral rijke Joden van elders - Amerika, Frankrijk - die hier huizen opkopen.


Tegenover de Jaffapoort ligt Yemin Moshe, een wijk met schitterend gerenoveerde huizen, met tuinen vol bloeiende bougainvilles. Adembenemend uitzicht, met prijzen die in de vele miljoenen dollars lopen. Maar: de huizen staan leeg, de eigenaars wonen hier nauwelijks. De hutznikum, buitenstaanders, verblijven hier slechts twee, drie weken per jaar. Zo staan er in Jeruzalem negenduizend appartementen een groot deel van het jaar leeg.


Op de daken van de oude stad wemelt het van ultraorthodoxe jonge Joden die op weg zijn naar hun yeshiva. Het zijn jongelieden die je overal in deze in religies ondergedompelde stad tegenkomt. Chassidische joden die, als ze wat ouder worden, met hun baarden ogen als gitaristen van ZZ Top.


Ze werken nooit. Hun leven brengen ze, gesubsidieerd door de staat en rijke Joodse Amerikanen, met hun neus in de boeken door. In militaire dienst hoeven ze niet. Ze hebben altijd haast in hun zwarte pakken. Verbazingwekkend: ze hebben vaak een sigaret in de mond. Ook hebben ze niet zelden een mobieltje tegen het oor gedrukt.


Mag dat? Ja, dat mag, mits het toestel een rabbinaal stempel draagt. Surfen op internet en het sturen van sms'jes kan niet met zo'n koosjer toestel. De jongemannen zouden eens in contact kunnen komen met vreemde dames.


Surrealistisch beeld op de daken van de oude stad: de jonge chassidische jood komt per fiets. Ze beklimmen de trappen en fietsen dan verder op het dak. Ze wijken voor niemand, altijd haast. Fiets tegen het hek, naar binnen, de neus in de heilige geschriften.


Probeer ik ze te volgen door een poortje met daarachter een trappetje naar beneden, langs een bouwput, kom ik tegenover een bewaker met een machinegeweer te staan.


'Shaloom, wat bouwen jullie hier?'


'Wegwezen!'


Ook 's nachts, en ik bedoel élk uur van de nacht, zie ik zwartgeklede jongemannen op straat. Wat doen ze daar? Waar gaan ze heen? Verwachten ze de messias juist deze nacht? Het zal verdorie toch niet waar zijn?


Rolf Bos


In deze rubriek beschrijven buitenlandcorrespondenten Ariejan Korteweg (Frankrijk), Merlijn Schoonenboom (Duitsland) en Rolf Bos (Israël) dagelijkse gebeurtenissen in hun persoonlijke omgeving.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden