Haarscherp langs de waarheid heen liegen

ERGENS in december, toen de Taliban in Afghanistan al lang en breed waren verdreven, er geen clusterbommen meer werden gegooid, en Nederland zich opmaakte voor de uitzending van tweehonderd militairen naar Kabul, welde in minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen de neiging op een grote broek en stoute schoenen aan...

Arnout Brouwers

Hij zei tegen de Volkskrant dat hij al in september aan collega Powell F16-gevechtsvliegtuigen had aangeboden 'in de rollen en met de taken die die dingen hebben'. Daarmee was wat hem betreft het 'populaire verhaal' dat Nederland alleen 'humanitaire' F16's wilde inzetten, de wereld uit. Was Van Aartsen dapper na de oorlog?

Het lijkt erop, want uit zijn antwoord deze week op Kamervragen blijkt dat Van Aartsen op 26 september tegen Powell heeft herhaald wat premier Kok allang had gezegd. Namelijk, de bereidheid om 'desgevraagd een militaire bijdrage in serieuze overweging te zullen nemen'.

Goed zo, we zijn weer thuis.

Het zou ook vreemd zijn geweest als Van Aartsen in zijn korte onderhoud met Powell en Rice, waarin vele aspecten van de oorlog tegen terrorisme aan de orde kwamen, de tijd had gevonden om over 'rollen en taken' van F16's uit te weiden. In de Volkskrant scheerde de minister dus als een straaljager langs de werkelijkheid.

Hij staat daarin niet alleen. Begin december meldde de Volkskrant dat in de regering paniek was ontstaan na een Amerikaans verzoek om F16-gevechtsvliegtuigen - zónder de toevoeging 'voor verkenningstaken'. Minister van Defensie De Grave ontkende. 'De Amerikaanse regering heeft Nederland nooit een ander verzoek voorgelegd dan F16's in de rol van fotoverkenners.'

Nooit? Goed, er was op 8 november wél een formeel verzoek binnengekomen om F-16's. Maar dat was niet het verzoek waarop gerekend was. Dus is er, zei De Grave tegen de Kamer, 'getelefoneerd met Amerika met de vraag wat precies werd bedoeld (...). Het antwoord was: F16's in de rol van fotoverkenners.'

Dus: De Grave kreeg een formeel verzoek, is gaan bellen met Amerika, en de dag daarna zag het verzoek er anders uit. Hoogst ongebruikelijk, maar de nood was hoog en de haast groot. De volgende dag zou de ministerraad een besluit nemen. En daarin paste geen mogelijke betrokkenheid bij gevechtshandelingen. Vanaf het begin van de militaire onderhandelingen met de VS in Tampa luidde het devies immers 'high visibility, low risk'.

In september werd tegenover de VS 'geen enkele optie op voorhand uitgesloten', schrijft Van Aartsen. Maar waarom ontbraken dan, op het lijstje van mogelijke Nederlandse bijdragen waarmee een hoge luchtmachtofficier begin oktober in Tampa landde, grondtroepen én speciale eenheden? 'We nemen wat ze ons aanbieden', verzuchtte een Amerikaanse diplomaat begin november tegen Het Parool.

Terug naar die 8ste november. Het oorlogskabinet telefoneerde met Washington. Over de inhoud van dat gesprek verschillen de meningen. Volgens De Grave vroeg Nederland slechts opheldering. Maar 'diplomatieke en militaire bronnen in Washington' verklaarden tegen NRC Handelsblad dat het State Department wel om een gevechtsrol vroeg voor de Nederlandse F16's. 'Toen Nederland hierop terughoudend reageerde' hebben de Amerikanen het verzoek 'zonder verzet' afgezwakt. De Amerikaanse ambassadeur in Den Haag bevestigde later dat sprake was geweest van een Nederlands voorbehoud.

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de bewindslieden, om met Bismarck te spreken, de kunst verstaan haarscherp langs de waarheid heen te liegen.

Het probleem is dat in tijden van crisis een premie staat op andere eigenschappen van politiek leiderschap. De oorlog tegen terrorisme is nog lang niet voorbij en Den Haag krijgt nog volop de gelegenheid zich te revancheren voor het ongelukkige begin. Immers: hoe controversiëler het vervolg van de oorlog, hoe zwaarder de steun, of het gebrek daaraan, gaat wegen - zelfs van een kleine bondgenoot.

Ergens tussen de (volgens sommigen 'slaafse') retoriek van steun aan Amerika en het geaarzel en getreuzel om die steun werkelijk te geven, houdt zich een Nederlands standpunt schuil.

Heeft in november de schroom bij een 'vuile oorlog' in Afghanistan betrokken te raken het gewonnen van de solidariteit met Amerika? Steunt de regering, ná Afghanistan, de Amerikaanse oorlog tegen terrorisme, of beoogt zij 'kritisch solidair' te zijn, of overheerst de vrees dat het Amerikaanse medicijn erger is dan de kwaal?

Van de Nederlandse regering mag verwacht worden dat zij duidelijk stelling neemt en haar standpunt - wat dat ook is - uitdraagt en verdedigt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden