Haarlemse  School

Hij is een van de meest gezichtsbepalende conservatoren in Europa. Karel Schampers neemt nu met Karels Keuze afscheid, als directeur van De Hallen en het Frans Hals Museum.

'Ja verdomd, nu je het zegt. Het is mijn eerste thematentoonstelling.' Karel Schampers (63) is er zelf beduusd van. Thematentoonstellingen. De Haarlemse museumdirecteur houdt er eigenlijk niet van. 'Het zijn ideeën, bedacht achter een schrijftafel, waarbij je dan kunstwerken zoekt. Ik maak liever monografische tentoonstellingen. Ik ben heel sterk op kunstenaars gesteld. Bouw een band met ze op. Het liefst voor lange tijd.'


Op 1 januari gaat Schampers met pensioen als directeur van het Frans Hals Museum en De Hallen in Haarlem. Zaterdag opent zijn afscheidstentoonstelling: Karels keuze. Met kunst die hij de afgelopen dertien jaar heeft aangekocht. Geen schilderijen of beeldhouwwerken, maar foto's en video's. Mét een duidelijke rode draad.


Achteraf gezien dan, wil Schampers wel kwijt. 'Pas toen ik door de aanwinsten bladerde, zag ik een verband. Blijkbaar heb ik toch onbewust een voorkeur gehad. Ik heb het nu thematisch tentoongesteld.'


Wat die thema's zijn? In de benedenzaal van De Hallen hangen portretten van mensen die verlopen, vergeten en verkommerd zijn. Daklozen, drugsgebruikers, alcoholisten. Schampers: 'Ze zijn slachtoffer van de economie, onrecht dat hen is aangedaan, verwaarlozing. Foto's die je wakker schudden over datgene wat in de samenleving gaande is.' Er is werk te zien van onder anderen Nan Goldin, Koos Breukel, Céline van Balen, Sarah Lucas en Boris Mikhailov. Anneleen Louwes 1 fotografeerde een vrouw precies op het moment dat ze een psychose kreeg. Van Dana Lixenberg is er de serie Homeless USA: Amerikanen die van de ene dag op de andere dakloos werden, omdat ze hun baan verloren.


In de bovenzalen hing Schampers foto's op van meisjes en vrouwen. Onder de hanenbalken van het 17de-eeuwse gebouw is een diapresentatie van Nan Goldin 3, uit 2001. Hij vindt het zijn belangrijkste aankoop in Haarlem. 'Een paar honderd dia's van stelletjes en geliefden. Het is een omslag in haar werk. Daarvoor ging het over wanhoop, dood en verderf. Nu over hoop en vertrouwen. Met prachtige, ijle muziek van de Engelse componist John Tavener. Een kyrie eleison, gezongen door Björk. Schi-tte-rend.'


Waarom hij juist voor dit soort video en fotografie koos? 'Toen ik hier in 2000 kwam heb ik gelijk gedacht: waar kunnen we ons in specialiseren? Mee onderscheiden? Terwijl het budget beperkt was. Het museum draaide toch vooral om de bekendheid van Frans Hals. Om schilderijen en beelden. Het viel me op dat veel jonge kunstenaars voor fotografie en video kozen. Ze zagen wat de veranderende samenleving met mensen doet. Vaak met een kritische ondertoon.'


Ook een opvallende constante in Haarlem: het gemak waarmee Schampers oude en nieuwe kunst met elkaar combineerde. Met de tentoonstellingserie Conversation Piece heeft hij een naam in Nederland opgebouwd. Zo presenteert nu de Britse schilder Glenn Brown in het 'Frans Hals' zijn eigentijdse, kitscherige vertaling van de portretten van Frans Hals. Eerder kon de Amerikaanse kunstenaar John Currin al eens zijn soft porno-schilderijen ophangen tussen de klassieke naakten van Cornelis van Haarlem.


'In het Frans Hals hadden we al de oude kunst, in De Hallen konden we hedendaagse laten zien. Het lag voor de hand dat te combineren. Ik zie ook geen verschil tussen oude en nieuwe kunst. Ik kijk naar de intenties van de kunstenaars. Die zijn door de eeuwen heen nauwelijks veranderd. De weidse landschappen van Ruisdael zie je terug in de panoramische manier waarop David Hockney het Engelse landschap weergeeft. Johannes Verspronck portretteert zijn personages met dezelfde aandacht voor toon, licht en houding als Rineke Dijkstra .'


Haarlem was, volgens Schampers, de eerste stad in Nederland waar in de 17de eeuw een nieuw soort kunst ontstond. 'Als je ziet wie hier allemaal aan het werk waren: Ruisdael, Hals, Steen, de Van Ostades, Pieter Claesz. Maar ook mindere goden als Jan Salomonsz De Bray 4 en Frans Pietersz de Grebber. Ze werkten niet langer voor de kerk of de adel, maar voor de gewone burger. Met alledaagse onderwerpen: het boerenleven, portretten, stillevens. Een krankzinnige omslag. Het was de bakermat van vernieuwing, die ik ook in De Hallen heb nagestreefd.'


'Een museum heeft een taak om op te sporen waar iets nieuws gebeurt', legt Schampers uit. 'Waar de vitale impulsen van deze tijd liggen. Je moet een podium voor het onbekende zijn. En niet bang zijn, om dingen te doen die nog niet zijn gedaan.'


Schampers' loopbaan kende een stabiel verloop. Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam ('Lang gedubd tussen archeologie, 17de-eeuwse en moderne kunst'), criticus bij de Volkskrant, redacteur van Museumjournaal, conservator van het Stedelijk Museum, hoofdconservator bij Boijmans Van Beuningen en de laatste dertien jaar directeur van het Frans Hals en De Hallen.


Een carrière van meer dan dertig jaar, beginnend in de luwte, als conservator van het prentenkabinet in het Stedelijk. Totdat Edy de Wilde 5 hem vroeg mee te werken aan La Grande Parade, de legendarisch expositie in 1985 waarmee De Wilde afscheid nam als directeur van het Stedelijk.


'Een ongelooflijke ervaring. We konden de hele wereld rondreizen; de beste werken binnenhalen. De vier Van Gogh-portretten van Francis Bacon. De knipsels van Matisse. Alle Map-schilderijen van Jasper Johns. Ongekende, kostbare ensembles die nooit meer in zulke aantallen door andere musea worden uitgeleend. Met Edy de Wilde had ik heftige discussies over schilderkunst. Hij kon fantastisch formuleren over schilderijen.'


Dat hij naar het Boijmans zou verhuizen, lag niet in de lijn der verwachting. Maar De Wilde werd opgevolgd door Wim Beeren, en met hem was het contact vanaf het begin moeizaam. 'De Wilde had me vrijheid gegeven. Beeren wilde de touwtjes strak aantrekken. Hij stelde voor dat ik terug zou gaan naar het prentenkabinet. Beeren dacht ook meer in thematische tentoonstellingen. Ik was toen al meer monografisch ingesteld. Kort daarop ben ik naar Boijmans vertrokken.'


Als hoofdconservator moderne kunst kreeg Schampers weer alle ruimte. Vooral om een band op te bouwen met wie hij goed vond. Het maakte hem tot een van de meest gezichtsbepalende conservatoren in Europa. Niet alleen omdat hij in zijn kunstenaars geloofde, maar die kunstenaars ook in hem. Waardoor ze het beste van zichzelf wilden etaleren. Gevolg: een baanbrekend programma van tentoonstellingen. Met name van Duitse en Amerikaanse kunstenaars die in Nederland nog niet eerder (op grote schaal) te zien waren geweest: Christopher Wool, Robert Gober, Cady Noland, Gerhard Richter, Isa Genzken, Günther Förg en Martin Kippenberger.


'Eind jaren tachtig, beginjaren negentig was er in en rondom Keulen een enorme energie. Bij kunstenaars, galeries, musea, academies. Daar werden ook Amerikaanse kunstenaars getoond. Dus ging ik ook veel naar New York en daarna Los Angeles. Ik ontmoette kunstenaars die ik nog niet kende. Die radicale objecten en schilderijen maakten. Werk waarvoor ik geen vergelijkingsmateriaal had.'


Achteraf heeft Martin Kippenberger 2 op Schampers de meeste indruk gemaakt. 'Zijn tentoonstelling The Happy End of Franz Kafka's Amerika was enorm complex. Met een voetbalveld in Boijmans en daarop 50 tafels en 100 stoelen, plus veel schilderijen. Ik had lang getwijfeld. Kippenberg dronk veel, was onaangepast. Maar ik heb zelden iemand zo geconcentreerd zien werken. Fa-bel-ach-tig.'


Schampers: 'Of de keuze voor dit soort onderscheidende kunstenaars strategisch was? Voor een deel wel. Het was ook liefde op het eerste gezicht. Met de meeste kunstenaars heb ik een intense, blijvende vriendschap opgebouwd. Ik bezoek ze nog steeds als ik in Duitsland en Amerika ben.'


Maar wat als hun werk minder wordt? 'Ja, dan moet je afscheid nemen. Dat is vaak moeilijk. Van Sarah Lucas, met wie ik veel heb samengewerkt, zag ik pas geleden werk waar ik niets mee heb. Niet meer dat rauwe, maar decoratief. Heel burgerlijk. Dat heb ik haar ook gezegd. Toch valt ze me om de hals als ik haar ontmoet. Dat geldt ook voor anderen. Ze hebben goede herinneringen aan hun tentoonstellingen in Rotterdam en Haarlem. Dat voelt heel warm. Een genot.'


Zelf exposities maken


Scheidend directeur Karel Schampers: 'Ik ben lange tijd conservator geweest. Dat was prima. Als conservator heb je meer vrijheid dan als directeur. Vroeger werden musea in Nederland nog gesubsidieerd. Nu zijn directeuren noodgedwongen meer bezig met representatie, sponsoring, fundraising. Met een kleine organisatie als het Frans Hals Museum en De Hallen heb je nog het voordeel dat je zelf tentoonstellingen kan maken. Maar echte liefhebbers van kunst moeten geen directeur worden.'


Karels Keuze. Terugblik op de hedendaagse kunst. Opening 7/12, t/m 2/3, De Hallen, Haarlem. dehallen.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden