Haarlemmerolie en/of kop-van-jut

De nieuwe CDA-voorzitter heeft een haast onmogelijke opdracht: de partij weer lijmen en tegelijkertijd het kabinet overeind houden. 'We kunnen zo niet doorgaan.'

Gezocht: CDA-partijvoorzitter M/V, schaap met zes of zeven poten. Moet machtscultuur in partij veranderen, morrende achterban geruststellen, partijbestuur vervangen, nieuwe koers uitstippelen en tegelijk relatie met bewindsliedenploeg werkbaar houden, werken aan een geheel nieuwe verkiezingslijst en ondertussen de huidige fractie niet te veel demotiveren, plus een geschikte politiek leider selecteren. Moet bij ontstentenis van die laatste voorlopig ook een prominent gezicht naar buiten zijn.


Bijzondere competentie: bereid zich bij gelegenheid geduldig op datzelfde gezicht te laten timmeren.


Bovenstaande zou een selectie uit de functieomschrijving voor de nieuwe CDA-voorzitter kunnen zijn. 'Het lijkt een beetje alsof de partij op zoek is naar haarlemmerolie', lacht Peter van Heeswijk, die zelf die functie opgaf nadat zijn partij bij de Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 bijna was gehalveerd naar 21 zetels. 'Een wondermiddel voor alle kwalen!'


Dat 'wondermiddel', die partijvoorzitter, wordt vandaag aangewezen op het CDA-congres in Den Haag. Na vier verkiezingsnederlagen en een halvering bij de laatste Kamerverkiezingen is het CDA verzwakt. Onvrede over de samenwerking met de PVV in de minderheidscoalitie met de VVD laait steeds weer op. Zelden was er zoveel behoefte aan een krachtige voorzitter.


Zelden ook bemoeiden de leden zich zo intensief met de partij. Het zal vandaag resoluties regenen als nooit tevoren. Zo legde een groep van zeventig leden, onder wie prominenten als SER-kroonlid Theo Bovens en senator Rob van de Beeten , een hele lijst eisen op tafel. De partijvoorzitter moet samenhang, vertrouwen en elan terugbrengen, vinden ze. Binnen een maand na het congres moet daartoe een onafhankelijke commissie aan het werk. Zodra de voorzitter is aangewezen komt die opdracht meteen in stemming. Inwerken is er niet bij.


Het initiatief van de zeventig is al een stap verder dan de verkiezing van de voorzitter. Het gaat dan om de vraag wie daarnaast komen te zitten. Het halve dagelijks bestuur gaat opstappen, wie komen er in hun plaats?


'Dat is cruciaal', zegt oud-voorzitter Marnix van Rij. Hij had in 1999 binnen een paar maanden een eigen team om zich heen. 'De nieuwe man of vrouw moet daarvoor de ruimte krijgen. Zonder een eigen ploeg krijg je het niet voor elkaar.'


Veranderingen in het partijbestuur zijn op de korte termijn lastiger. Er zit inmiddels ruim 25 man in - na iedere crisis werd er de afgelopen jaren wel weer iemand toegevoegd - en de termijnen lopen allemaal op andere momenten af.


En dus trachten de zeventig met hun commissie in een beweging dagelijks bestuur én partijbestuur te passeren. Dat is ingewikkeld - de statuten moeten ervoor worden veranderd - maar helemaal kansloos lijkt het niet. Want het besef van urgentie in de partij is hoog. Niet eerder werden op een congres zoveel resoluties ingediend als vandaag het geval zal zijn.


De inzet zal zijn of de partij verder gaat op de lijn-Verhagen, een rechtsere koers waarbij de 'C' naar voorbeeld van de Duitse CDU eerder voor 'conservatief' dan voor 'christelijk' zal staan en de partij de concurrentie met de VVD aangaat, of dat ze juist terugkeert naar het midden. Het enthousiasme onder CDA'ers voor de huidige regering was al nooit groot, maar de nieuwe nederlaag bij de statenverkiezing verergert het chagrijn: wat doen we in een coalitie met de PVV als we ze toch niet kapot regeren? En het vertrouwen in vicepremier en de facto politiek leider Maxime Verhagen wil maar niet groeien, blijkt keer op keer uit peilingen. De man ligt slecht, zijn koers wordt gewantrouwd.


Uitdagingen genoeg dus, voor het CDA. Maar ondanks het monumentale karakter ervan is de animo groot om de partij te gaan voorzitten; liefst vijf man en een vrouw meldden zich. Twee bleven er over: de Utrechtse predikante Ruth Peetoom en burgemeester Sjaak van der Tak van gemeente Westland, onder de rook van Den Haag.


Peetoom lijkt daarbij de meeste kans te maken. Ze is afkomstig uit de overwegend linkse, christelijk-sociale hoek en stemde op het historische congres van 2 oktober 2010 tegen samenwerking met de PVV. Sinds dat congres is er een neiging de stemverhouding als volgt te interpreteren; tweederde stemde vóór de samenwerking, dus zal ook wel vóór Maxime Verhagen zijn.


In die redenering vist Peetoom dan in de vijver met het overgebleven eenderde deel van de kiezers. Maar dat ligt een stuk subtieler. Van die tweederde stemde een flink deel met frisse tegenzin voor de samenwerking; omdat het te laat was om 'nee' te zeggen, uit volgzaamheid of uit verantwoordelijkheidsbesef. Peetoom heeft gezegd dat ze de huidige minderheidsregering als een voldongen feit neemt. Daarmee is ze voor veel meer dan dat eenderde deel van de leden aantrekkelijk als voorzitter.


Van der Tak heeft zich uitgesproken voor een rechtsere koers, maar het gemiddelde CDA-lid is nog meer dan de gemiddelde CDA-kiezer juist verknocht aan de traditionele middenpositie van de christen-democraten. Bovendien wil hij het voorzitterschap naast zijn burgemeesterschap doen, in twee dagen per week.


'Daarmee miskent Van der Tak wat er allemaal gaande is', zegt Tineke Lodders, in de eerste helft van de jaren negentig enige tijd waarnemend voorzitter. 'Ik heb grote waardering voor hem, maar dit ziet hij fout. Er moet zoveel gebeuren dat je daar minstens vier dagen per week mee bezig bent. Lodders heeft dan ook op Peetoom gestemd.


Lodders is de enige oud-voorzitter die haar voorkeur wil delen. Anderen, zoals Van Heeswijk zijn terughoudend. 'Ik wil vooral niet die ex-voorzitter zijn die het nu allemaal zo goed weet. Dat zou ik vreselijk vinden.'


Hij weigert zich erover uit te spreken, maar hij moet met bevreemding kijken naar de hooggespannen verwachtingen over zijn opvolger. Toen hijzelf aantrad was daarvan bepaald geen sprake.


Dat was in 2007. Marja van Bijsterveldt was net toegetreden tot het kabinet-Balkenende IV. De impliciete verwachtingen van de nieuwe voorzitter luidden toen nog: contributie innen, leden werven, verder mond houden en bij tijd en wijle enthousiast klappen voor Balkenende en zijn ploeg. Die waren druk doende het land te besturen en dáár ging het om.


Toen eenmaal alles in duigen lag, bleek de voorzitter nóg een handige functie hebben. Die van kop-van-jut. In het rapport-Frissen, over de oorzaken van de verkiezingsnederlaag, worden tussen de regels door en soms expliciet tal van verwijten gemaakt aan het partijbestuur en Van Heeswijk in het bijzonder. Alsof de derde violist na het concert merkt dat de anderen de hele avond luchtviool speelden.


'Ach ja, dat is het droeve lot van de partijvoorzitter', zegt Hans Helgers (1994-1998). 'Hij is de minst opvallende en de minst uitgesprokene van de troïka met de fractievoorzitter en de leider in het kabinet. Totdat het crisis is. Dan blijkt hij toch opeens over een paar cruciale formele bevoegdheden te beschikken.'


Na de verkiezingsnederlaag van 2010 was opeens de vraag waarom Van Heeswijk niet eerder een opvolger had gezocht voor Balkenende. Waarom had Van Heeswijk Balkenende eigenlijk zo snel na de val van het kabinet opnieuw tot lijsttrekker gebombardeerd en na het verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen wéér? Van Balkenende had het allemaal niet gehoeven, aldus het rapport, die had het allemaal maar uit plichtsbesef gedaan.


En waarom waren die rapporten van het eigen wetenschappelijk instituut al jaren zo vaag? Waarom was het verkiezingsprogramma zo flets? Waar waren de frisse ideeën?


Overigens kreeg toenmalig fractievoorzitter Pieter van Geel soortgelijke verwijten. 'Voorzichtig, dan breekt het lijntje niet', was de opdracht bij het aantreden van de coalitie CDA-PvdA-ChristenUnie. Drie jaar lang polderde Van Geel tot hij blauw zag. Toen viel het kabinet toch, verloor het CDA en was die opdracht vergeten. Opeens was de fractie te flets geweest, het politieke profiel te onduidelijk.


Mocht Ruth Peetoom de nieuwe voorzitter worden, dan bergt dat een ruw soort rechtvaardigheid in zich: zij was vicevoorzitter van de commissie-Frissen en weet dus hoe hard bij mislukking het oordeel zijn zal.


En de risico's zijn groot. Helgers ondervond dat eerder in soortgelijke omstandigheden. Hij trad aan nadat Elco Brinkman, gedoodverfd opvolger van premier Lubbers, twintig zetels had verloren bij de verkiezingen van 1994.


Brinkman werd weggestuurd, de partij belandde zonder een echte leider in de oppositie. Tegen de tijd dat Enneüs Heerma werd aangewezen als politiek leider had Helgers zijn positie al geconsolideerd. Hij had formeel bedongen dat hij verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van een visie op de middellange termijn. Hij bemoeide zich intensief met de koers en het personeelsbeleid.


'De partij was onafgebroken regeringspartij geweest en was daardoor veel te bestuurlijk geworden', zegt Helgers. Zijn opdracht: we gaan nog eens goed kijken naar alle mensen die de laatste keer bij de selectie zijn afgevallen. Zo kwam Camiel Eurlings binnen, Joop Wijn, Pieter van Geel, Joop Atsma, Gerda Verburg. Helgers: 'Mensen met een randje, ideologisch bevlogen, een tikje wild voor CDA-begrippen.'


Uit de zittende fractie moesten er van de eerste 15 Kamerleden 14 vertrekken. Veteranen werden tierend afgevoerd. Maandenlang oogde het CDA als een open wond. Maar het verkiezingsprogramma van 1998 was volgens velen het beste CDA-programma ooit. Met name dankzij de inspanningen van een zekere Ab Klink en ene Jan Peter Balkenende.


Met bijzondere belangstelling heeft Helgers de laatste jaren van afstand zitten kijken naar de nadagen van die laatste. 'Er vielen mij dingen op', is het enige wat hij daarover zeggen wil. 'Ik ben driemaal wezen praten met Van Heeswijk. Of dat hielp? Och, 't aardige van oud-voorzitters is dat je ze nooit kunt weigeren als ze op bezoek willen komen. Maar je hoeft natuurlijk niet meer naar ze te luisteren.'


In vergelijking met de vandaag aantredende partijvoorzitter had Helgers het destijds nog relatief makkelijk, zegt hij. 'De ontreddering was zo groot dat de vogels echt alle kanten opfladderden. Dat momentum kon ik goed gebruiken.'


Bovendien was het CDA destijds in de oppositie beland. Helgers kon volop scherpe uitspraken doen in de media. Hij en de programmacommissie gaven de partij weer 'smoel'. De Kamerfractie stond daar af en toe wel beteuterd bij te kijken, maar had niet veel meer in de melk te brokkelen.


Nu maakt het CDA echter deel uit van een wankele minderheidsregering. Vicepremier Maxime Verhagen, de eerste christen-democraat in het kabinet, loopt al vaak op een slap koord. Hij zal er niet naar uitzien dat een voorzitter daar ook nog eens aan gaat staan trekken.


Maar dat is dan jammer voor hem, zegt Tineke Lodders. 'Den Haag moet even opzij gezet worden. Het gaat nu om de leden.' Volgens Lodders is het 'helemaal niet erg' als de partij een andere mening zou blijken te hebben over het kabinetsbeleid. 'Dat moet Maxime dan maar in de partij komen uitleggen.'


'Dat zou weleens lastig kunnen worden', schat Lodders in. 'Maar het moet wel gebeuren. De partij en de koers moeten vernieuwd worden. We kunnen zo niet doorgaan.'


'De politieke speelruimte van een voorzitter van een regeringspartij is beperkter dan die van een oppositiepartij', zegt ook Van Heeswijk. 'Er is een natuurlijke neiging tot polderen. Daar moet je mee uitkijken. Maar het mag dan lastiger zijn, het is niet minder gewenst. Er móet vernieuwd worden. '


De enige in het gezelschap die weinig problemen voorziet, is Piet Bukman (76), na de fusie van KVP ARP en CHU de eerste voorzitter van het CDA, Volgens hem hoeft er helemaal geen probleem te ontstaan. 'Dat we nu in de regering zitten beperkt de manoeuvreerruimte geenszins. De leden kunnen onbekommerd zeggen hoe ze het willen. Natuurlijk houdt de partij wel rekening met het feit dat ze in de regering zitten. En dus zijn compromissen onvermijdelijk. Maar daarom kun je de politieke lijn nog wel zuiver houden.'


'De partij is de fractie niet', zegt Bukman. 'De fractie heeft zich verbonden aan de coalitie. De partij zelf is niet gebonden. Dus er zit helemaal geen tegenstelling tussen regeringsdeelname en een scherpere politieke koers van de partij.'


Een assertievere partij 'gaat onrust geven bij de regeringsploeg, de fractie en de coalitiegenoten', voorspelt daarentegen Helgers. 'Verhagen moet dan zeggen dat hij het debat en de vernieuwing van harte steunt. Dat is het enige wat erop zit. De VVD en de PVV zullen daar aan moeten wennen.'


'Er zit een groot risico in voor Verhagen', zegt Van Rij. 'Als een voorzitter zich scherp profileert kan veel thermiek en dynamiek ontstaan. Dat heb ik zelf meegemaakt. Terwijl in zekere zin mijn positie makkelijker was, omdat wij toen nog in de oppositie zaten. In de huidige situatie zal het ongelooflijk veel afstemming en coördinatie vragen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden