Haarhuis put extra motivatie uit teambelang

'Elf jaar gespeeld' staat er in de boeken van de Davis Cup; Paul Haarhuis corrigeert die vaststelling van de statistici van de Internationale Tennis Federatie....

Het verschil in de optelsom zit hem in het jaar waarin Haarhuis zijn Davis Cup-loopbaan begon. De ITF begon te tellen in 1990. Haarhuis was er evenwel in 1989, als relatieve laatbloeier (23), reeds bij.

'Ik maakte dat jaar deel uit van de nationale ploeg. Michiel Schapers en Tom Nijssen speelden, zowel het enkel als het dubbel. Mark Koevermans en ik waren derde en vierde man in het team. We wonnen, beide keren in Best, van Portugal en Indonesië en promoveerden naar de wereldgroep.'

Het was de kiem van enig Davis Cup-sentiment in Nederland. Daar had in de jaren negentig, zeker in de visie van Davis Cup-captain Stanley Franker, een glorieuze dag in de nationale tennisgeschiedenis uit moeten voortkomen. Die historische oranje-dag kwam er nooit.

Haarhuis, met Jacco Eltingh winnaar van alle Grand Slams in het dubbelspel, noemt het de teleurstelling uit zijn zo gelauwerde tennisloopbaan. 'Ik had heel graag een Davis Cup op mijn lijstje van aansprekende resultaten gehad.'

Zo ver kwam Nederland nooit. De ploeg kwam onder het bewind van Franker in de landenbeker nooit verder dan de kwartfinale, met hoogst pijnlijke nederlagen tegen Amerikanen, Zweden en Duitsers. Onder captain Schapers ging het team de laatste drie jaar telkens in de eerste ronde onderuit.

'We hadden de kwaliteit van spelers, waarmee je meer mee kon doen. Maar het sterkste team, met Richard Krajicek als eerste single-speler, hebben we te weinig kunnen opstellen. Ik denk dat Krajicek door zijn blessures niet meer dan 35 procent van de Davis Cup-wedstrijden heeft gespeeld. In 65 procent van de gevallen was hij er dus niet bij. Dat is veel. Dit weekeinde, tegen Spanje, ontbreekt hij weer. Dat is spijtig, maar het is niet nieuw. We hadden ons daar vorige week al op ingesteld.'

De voortdurende afwezigheid van Krajicek is één oorzaak van het Nederlandse falen. Een andere factor is het onfortuin om superieure tegenstanders op het verkeerde moment te treffen. 'Het ene jaar stuurt de Verenigde Staten Spadea en Gambill naar een gravelwedstrijd tegen Spanje. Wij kregen daarentegen Sampras en Courier tegenover ons in Rotterdam. Dat maakt een heel verschil.

'Bij de Duitsers hadden Boris Becker en Michael Stich vaak onderlinge problemen. Die onmin ontbrak toen ze in '95 in Utrecht tegen ons moesten. Toen dubbelden die twee zelfs, om een paar maanden later weer niets van elkaar te willen weten. Ik had in die wedstrijd de eerste partij tegen Becker gewonnen. Dan denk je dat het iets kan worden, maar we verloren gewoon met 1-4. Je schiet als team dan niets met die ene overwinning op.

'Davis Cup blijft teamsport. Ik zit echt het liefst toe te kijken hoe een van de jongens op zondag ons derde punt binnenhaalt. Dan kan een nederlaag in het dubbelspel, met drie keer 6-0, me helemaal niets schelen. Het gaat om het eindresultaat van het team.'

Bij al die tegenspoed door de jaren heen bestaat het Davis Cup-hoogtepunt van Haarhuis daarom nog altijd uit zijn formidabele optreden in 1993, in Barcelona tegen Spanje. De wedstrijd wordt in de dagen voor het hernieuwde treffen in Eindhoven vaak aangehaald. Het was de eerste keer, sprak captain Franker destijds, dat Haarhuis in de Davis Cup 'boven zichzelf was uitgegroeid'.

Haarhuis, haast nuchter: 'Die wedstrijd tegen Spanje leeft ook zo in de herinnering, omdat Koevermans en ik van een achterstand van 0-2 terugkwamen in de wedstrijd. Dat geeft heroïek aan zo'n wedstrijd. Als je heel dik wint, dan blijft dat veel minder hangen.

'Ik versloeg Bruguera en Costa, dat waren de beste gravelspelers van de wereld op dat moment, jongens in de toptien bovendien. Het werden twee miraculeuze ontsnappingen. Mijn mirakel tegen Costa was bijzonder, maar hij was niets waard geweest als Koevermans die vijfde partij er niet uitgesleept had. Zo liggen de zaken met Davis Cup-tennis.'

Haarhuis had vaak het vermogen boven zichzelf uit te groeien in het landentennis. Hij kwam niet in extase, maar zegt dat hij zich beter dan ooit kon motiveren als het teambelang aan de orde was. 'Voor vlag en vaderland spelen' zegt hem echter niets. Waar Amerikanen de hand op de borst leggen bij het volkslied, daar is Haarhuis vooral de nuchtere Nederlander.

Als de bijna 35-jarige Eindhovenaar dit weekeinde met zijn team de wedstrijd tegen Spanje verliest (zijn twintigste interland), dan is het gedaan met zijn actieve loopbaan en neemt hij direct afscheid om vervolgens de rol van Tjerk Bogtstra als non-playing captain over te nemen.

'Als we hier winnen, heb ik tegen Schalken gezegd, dan ga ik naar Scottsdale, Indians Wells, het hele Amerikaanse circuit om me op de tweede ronde in april voor te bereiden. Als we verliezen, dan moet ik tot september wachten. Dat is te ver weg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.