Reportage Opleiding PRI-therapie

Haar therapie voor jeugdtrauma's werkt, zegt de bedenker. Anderen denken: was ik er maar nooit aan begonnen

Sommige cursisten van therapeut Ingeborg Bosch zijn dolenthousiast over haar zelfontwikkelde PRI-therapie, die pijn uit de kindertijd onder de loep neemt­. Anderen wilden dat ze er nooit aan waren begonnen.

Beeld Tzenko

Ingeborg Bosch (58) spreidt haar armen, in de centrale hal van de villa waar ze logeert. Een ruimte als een galerie: abstracte werken aan de muur, strategische openingen in het dak voor binnenvloeiend daglicht. ‘Schitterend toch? Eerst even een rondleiding doen?’

De avond voor het interview stuurt ze een voicebericht via Whatsapp:

‘Hier Ingeborg, vanuit een práchtige locatie in Naarden. Waar ik logeer en waar we vandaag ook gefilmd hebben met BNNVara, dat vertelde ik je al. Het huis is van vrienden van mij, waar ik ook mee werk. En ik dacht ineens: we kunnen morgen natuurlijk ook hier afspreken. Ik zal je even een paar fotootjes sturen.’

Therapeut Bosch bewandelt de villa op enkellaarsjes en toont het weidse uitzicht. ‘De zitkuil doen straks? Hier zit ik heel graag.’ In de door glas omzoomde leefkeuken met het formaat van een bescheiden tweekamerappartement bereidt de huishoudelijke hulp koffie met sojamelk.

Bosch is kort in Nederland, onder meer voor opnamen van het tv-programma Vreemdgaan met Filemon, dat haar vroeg voor de camera een aantal sessies relatietherapie te doen met een stel dat kampt met vragen rondom monogamie.

‘Als een duizendpoot’ is ze bezig haar gedachtegoed over de door haar ‘uitgevonden’ therapie PRI – ‘de kunst van het bewust leven’ – te verspreiden, zegt Bosch. Niet alleen in Nederland, ‘ik ben een wereldziel’. Ze was net zes weken in Zuid-Amerika, ‘om contacten te leggen om ook daar iets met PRI te gaan doen’. Haar rolkoffertje staat al klaar. Straks vliegt ze terug naar Frankrijk, waar ze al jaren woont.

Illusies

Bosch publiceerde zes zelfhulpboeken over PRI – Uitgeverij Atlas Contact verkocht er ruim honderdduizend van. Het bekendst is Illusies uit 2003, inmiddels 26 drukken en enkele vertalingen verder. Behalve boeken zijn er tweedaagse ‘relatie-events’ waar tientallen stellen komen om hun liefde ‘te onderzoeken en verdiepen’, workshops, webinars. Nieuw is een tweejaarlijkse inspiratiereis naar Nepal.

Vorig jaar sprak Bosch op een TEDx-evenement in Schotland over PRI. Haar grote ontdekking, vertelt ze daar op het podium, is dat ‘zelfs wat wij een normale jeugd noemen, trauma bevat voor een klein kind’.

Je baby even laten huilen? ‘Stel je voor’, schetst Bosch. ‘Je bent een baby, compleet afhankelijk van je ouders, die je behoeften niet vervullen. Je hebt geen manieren om het ze te vertellen. Je kunt ook niet ergens anders naartoe om je behoeftes wel vervuld te krijgen. En, het ergste, je hebt geen besef van tijd, waardoor je het gevoel krijgt dat deze situatie voor altijd zal voortduren.’

Het is in de wieg en eigenlijk al daarvoor, meent Bosch, dat het menselijk trauma begint. Ook wie vroeger niet te kampen had met een aan alcohol verslaafde moeder of afwezige vader, raadt ze aan eens goed naar die vroege kindertijd te kijken. Volgens Bosch is daar te bron te vinden van het meeste van ons mentale en psychisch lijden, en zelfs van fysieke aandoeningen. ‘We dragen allemaal de pijn uit onze vroege jeugd.’ Het is deze aanname waarop Ingeborg Bosch, geregistreerd gz-psycholoog, de theorie van haar therapie baseert: Past Reality Integration, kortweg PRI.

Kern van de behandeling is dat wie die pijn uit de kindertijd onder de loep neemt en zich bewust wordt van de overlevingsstrategieën die daaruit voortkomen – in de PRI ‘afweren’ genoemd – niet meer gebukt hoeft te gaan onder die last uit het verleden. Door ‘dagelijks alert te blijven op geactiveerde afweer’ kun je die afweer steeds sneller ‘herkennen en ontmantelen’, schrijft Bosch in Illusies. ‘Dit is het proces dat leidt tot de integratie van het verleden in het heden, dat wil zeggen Past Reality Integration.’

In haar boeken noemt ze PRI behalve therapie ook een ‘way of life’.

Kronkelig labyrint

Het is op een herfstdag in 2004 dat Emelie (niet haar echte naam) thuiskomt met een boek met voorop een plaatje van een roos in een kronkelig labyrint. Emelie, dan 39, heeft een aantal jaar daarvoor haar studie klinische psychologie afgerond. Eerder maakte ze carrière in het bedrijfsleven – heerlijk, maar ook oppervlakkig. Ze werkt nu als therapeut en is zoekende. Naar ‘diepere lagen’ in haar vak en vaardigheden.

In korte tijd tippen twee mensen haar een boek van Ingeborg Bosch: De herontdekking van het ware zelf. Emelie verslindt het. Hoe alles terug te voeren is naar wat je als kind hebt meegemaakt, ze vindt het fascinerend. In het boek valt haar oog ook op de in 2001 door Bosch opgezette opleiding tot PRI-therapeut.

Emelie, rossig haar en lichte ogen, bezoekt een workshop van Bosch. Ze is enthousiast, begeesterd zelfs, maar ze twijfelt. Ze kan ook kiezen voor de opleiding tot psychotherapeut, waarin je je onder meer bekwaamt in de ­cognitieve gedragstherapie, een ­wetenschappelijk erkende methode, terwijl PRI dat niet is. Bosch weet haar te overtuigen. Die academische erkenning? Dat is een kwestie van tijd: aan de Universiteit van Maastricht gaat ‘men’ er naar kijken, PRI staat nog in de kinderschoenen en revoluties moeten toch ergens beginnen.

De vrouwen hebben een klik. Emelie is het type vrouw dat zichzelf een ‘pittige tante’ noemt en dat ook is. Datzelfde geldt voor Bosch. Ze zijn ongeveer even oud, beiden scherp van de tongriem gesneden. En ze bruisen van de energie en plannen.

Zo begint Emelie in de zomer van 2005 met de ­opleiding tot ‘gecertificeerd PRI-therapeut’.

Vijftien jaar later hebben rond de 150 cursisten, vaak járenlang, een opleiding in Bosch’ methode gevolgd. Slechts een fractie van hen behaalt uiteindelijk de certificering. Sommigen zijn net als Emelie psycholoog, maar een hulpverlenersachtergrond is niet noodzakelijk, vindt Bosch. Een ‘open hart’ en minimaal hbo-denkniveau wel. Dus is het gezelschap dat wordt opgeleid om cliënten met depressies, burn-out, verslavingen en angsten te behandelen, gemêleerd: een enkele huisarts, maar ook een personeels­manager, oud-politiecommandant of voormalig medewerker bij het pensioenfonds van Achmea.

Voor de opleiding trekken cursisten drie keer per jaar naar het riante huis van Bosch in de Zuid-Franse Drôme. Een glimp daarvan is te zien in een YouTube-video waarin Bosch over zichzelf vertelt, gezeten aan een grote vijver en op blote voeten door zonovergoten groene velden schrijdend, uitkijkend over beboste heuvels. Te midden van deze natuurpracht ­bekwamen de deelnemers zich in groepsbijeenkomsten nader in de behandeling met PRI. Ze betalen daarvoor 6.100 euro per ‘module’ van drie opleidingsweken, verspreid over een jaar. Exclusief reis- en verblijfskosten.

Ingezogen

Is dat het waard? Achteraf gezien niet, vinden acht kritische therapeuten die afgelopen tijd met de Volkskrant spraken. In verschillende perioden tussen 2004 en 2017 volgden zij een opleiding PRI bij Ingeborg Bosch, de meesten jarenlang. Want als je er eenmaal aan begint, beschrijven ze onafhankelijk van elkaar, word je er zo ingezogen dat het moeilijk is te stoppen. De opleiding duurt op papier vier jaar, maar is eigenlijk nooit klaar. Een van hen schat dat ze jaarlijks 14 duizend euro kwijt is geweest aan PRI. Een ander durft uit schaamte bijna niet te zeggen wat een decennium PRI haar heeft gekost. ‘Ik zeg altijd: ik had er ook een huis voor kunnen kopen.’

De identiteit van de cursisten is bij de redactie bekend, maar ze delen hun ervaringen anoniem. Sommigen omdat ze vrezen door Bosch en haar vertrouwelingen te worden ‘belaagd’ met een eindeloze reeks sms’jes en voice-berichten of uit angst voor juridische gevolgen omdat zij destijds een geheimhoudingsverklaring hebben getekend. Anderen omdat ze niet willen worden gelinkt aan de in hun ogen malafide PRI-organisatie.

In Zuid-Frankrijk raken velen in eerste instantie begeesterd door de methode én door Ingeborg Bosch. ‘Ze heeft een innemende, lieve lach’, zegt de een. Een ander noemt haar ‘direct, grappig en op het eerste gezicht ongelofelijk empathisch’. ‘Je hebt het gevoel dat ze helemaal op je inzoomt als opleider én therapeut’, zegt Emelie. Maar, zegt ze nu: ‘We werden gebrainwasht.’

Mirjam (niet haar echte naam) stuurt haar autootje vanuit haar gîte over smalle weggetjes naar het landhuis van Bosch aan de rand van het dorpje Grane. Onderweg vergaapt ze zich aan besneeuwde bergtoppen in de verte. Het is 2013 en Mirjam, dan begin 40, is in Frankrijk voor de zogenoemde ‘intensive’. Dagelijks legt ze dit tochtje af, om op de witte bank in Bosch’ praktijkruimte anderhalf uur lang terug te gaan naar gebeurtenissen uit haar jeugd. Terwijl de Indiase goeroe Sai Baba haar vanaf foto’s aan de wand toelacht, spreekt Mirjam in tranen over die keer dat haar moeder haar als klein meisje heeft geslagen. Alles wordt met een voicerecorder opgenomen. Later diezelfde dag zal ze op haar kamer alles nog eens terugluisteren, een huiswerkschrift bij de hand.

Elke PRI-opleiding begint met zo’n intensieve week van dagelijks anderhalf uur privétherapie (kosten: 2.560 euro), vanuit het idee dat je als therapeut eerst je eigen kwetsbaarheden moet kennen voor je anderen kunt helpen. Alle sessies worden opgenomen, onder meer om intern als lesmateriaal te worden gebruikt.

Na die week weet Bosch alles van je, zeggen deelnemers, ‘je diepste valkuilen en geheimen’. ‘Tot op het niveau dat je met haar hebt besproken hoe je vrijt met je partner’, zegt een van hen. Het wekt bewondering hoe Bosch ‘als een laserstraal’ de gevoelige plekken van haar cursisten weet te vinden. Maar die kennis wordt later ook tegen je gebruikt, zegt een psycholoog die na een jaar wilde stoppen met de opleiding. ‘Toen werd tegen mij gezegd: jij bent iemand die snel wegloopt voor problemen, dat heb je altijd al zo gedaan. Dus moet je nu juist níét stoppen, want dat je weg wilt lopen is ­precies jouw probleem.’

Mirjam heeft zelf net een moeilijke periode doorgemaakt als ze in Frankrijk zit voor de intensieve week. ‘Ik had depressieve klachten. Daarvoor had ik hulp gezocht bij een therapeut, en die werkte met PRI.’ Ze knapt er behoorlijk van op. En dan is daar ineens het aanbod om ook in opleiding te gaan als therapeut.

Mirjam, blond golvend haar en een zwarte bril, is het type regelaar. Als zzp’er is ze in te huren voor het organiseren en ondersteunen van bedrijfsvoeringen. Ze ziet zichzelf niet direct als behandelaar aan de slag gaan met de zieleroerselen van anderen.

Toch laat ze zich overhalen. ‘Ik dacht: die PRI-opleiding is nuttig om op huis-, tuin- en keukenniveau in mijn werk mensen met problemen te kunnen ondersteunen.’

Dat ze geen ervaring heeft in de geestelijke gezondheidszorg maakt niet uit, krijgt ze te horen. ‘Als je maar een open hart hebt en liefde voor PRI.’

Al snel moet ze ook zelfstandig met cliënten aan de slag. Zit ze ineens tegenover iemand met een misbruikverleden of een angststoornis. ‘Dat veroorzaakte ontzettend veel stress’, zegt Mirjam. Als ze overleg voert over een cliënt met angstklachten, raadt haar PRI-­supervisor haar aan de huisarts van die cliënt te bellen. ‘Met het verzoek de medicatie te stoppen. Mijn cliënt gebruikte kalmerende medicijnen en volgens Ingeborg werkt PRI dan niet.’

‘Geen enkele studie’

Pim Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft gezocht naar wetenschappelijke publicaties over PRI. ‘Ik heb geen enkele studie kunnen vinden.’

Het idee dat veel problemen te verklaren zijn vanuit je jeugd, zoals in de psychotherapie gangbaar is, voelt prettig voor veel cliënten, legt Cuijpers uit. ‘Dat kan mensen het gevoel geven dat ze hun probleem snappen en het geeft een houvast: als ik dan dit en dit doe, dan kom ik eruit. We weten uit wetenschappelijk onderzoek dat hoop en verwachting een positief ­effect kunnen hebben bij psychische problemen. Dat wil nog niet zeggen dat het verband tussen de jeugd en het huidige probleem ook echt bestaat. Het is eigenlijk een placebo-effect.’

Baat het niet, dan schaadt het niet? Zo eenvoudig is het in elk geval niet voor Mirjam. In de ‘regressies’ die cruciaal zijn in PRI, gaan cliënten met de hulp van hun therapeut terug naar negatieve emoties uit hun vroegste kindertijd, waar lijden in het heden volgens PRI zijn oorsprong heeft. Aan die periode, van pakweg 0 tot 3 jaar, hebben we geen bewuste herinneringen. Volgens Bosch hebben we in het onbewuste deel van de hersenen wel negatieve emoties uit die periode opgeslagen. Die zouden door een regressie van context worden voorzien en op die manier ‘onschadelijk’ gemaakt.

Hoogleraar Cuijpers benadrukt dat de theorie van ‘hervonden herinneringen’ in de wetenschap ‘al helemaal is afgebrand’.

Desalniettemin wordt bij Mirjam in zo’n regressie met Ingeborg Bosch het beeld opgeroepen dat ze als meisje van 3 of 4 jaar door haar vader op schoot werd getrokken. ‘Een normale situatie van een vader met zijn kind. Maar mij werd aangepraat dat dat een seksueel grensoverschrijdende situatie was. Mijn jeugd was geen feest, maar ik weet zeker dat niemand mij ooit op die manier heeft aangeraakt. Vervolgens wordt er gezegd: het is jouw afweer die jou doet geloven dat je niet bent misbruikt.’

Bosch kan vanwege haar beroepsgeheim niet ingaan op de casus van ­Mirjam. Wel zegt ze dat het niet zo ­relevant is of de gebeurtenissen die in regressies naar boven komen, daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. ‘Het verleden is niet waar het om gaat in PRI. Waar het mij om gaat, is dat mensen genezen van hun problemen. We vermijden het aanwijzen van een schuldige. Door deze therapievorm kunnen mensen leren de ander met compassie te zien. Want bijvoorbeeld een vader die misstappen heeft begaan, heeft zelf ook dingen meegemaakt. Trauma is een transgenerationele keten, en juist dat inzicht kan helend zijn.’

Donderpreek

De PRI-therapeuten in opleiding zitten aangeslagen in de rieten stoelen. Ze zijn deze zomerweek in 2017 afgereisd naar de Drôme om zich verder in de behandeling met PRI te bekwamen. Hun lesruimte kijkt uit over de zonnige vallei, maar daar hebben ze nu geen oog voor. Ze luisteren al ­minutenlang naar een donderpreek. ‘Zoals ik hier nu in sta, deze energie, dit deugt niet’, zegt Bosch.

Zo veel heeft ze hen gegeven: ‘Mijn leven, mijn gedachtegoed.’ Ze kán niet meer, zucht ze. Wiens idee was het, wil Bosch weten. Ze kijkt de ruimte rond. Niemand durft iets te zeggen. Wie was het, dringt Bosch aan. ­Iemand is deze week naar de Coccinelle-supermarché gereden om inkopen te doen voor de barbecue. ‘Godverdomme, wie beïnvloedt tien vegetariërs om vlees te eten?’, tiert Bosch. ‘Wie ging er knakworsten kopen?’

De groep laat zich terroriseren, vindt Bosch. ‘Zo wordt een totalitaire dictatuur dus geboren. Hitler is niet ver weg.’

Mirjam vraagt zich door dit soort uitlatingen soms af waarom ze ooit aan de opleiding tot PRI-therapeut is begonnen. ‘Ingeborg werd steeds extremer. Als ze vond dat er te weinig overgave (een sleutelwoord in PRI, red.) was, kon ze in tirades uitbarsten waarin ze ons vergeleek met Hitler en met nazi’s, dat je echt dacht: waar komt dit vandaan, je hebt ze niet op een rijtje.’

Meerdere bronnen bevestigen het verloop van de bijeenkomst rond de barbecue, maar Bosch benadrukt dat de naam van Hitler ‘puur ter illustratie’ is gebruikt voor het inzichtelijk maken van groepsprocessen.

Emelie is dan, in 2017, al weg bij de club. De tirades waren er in de beginjaren nog niet, zegt ze. Vermoedelijk kostte het haar daarom járen voor ze doorkreeg dat er een patroon zat in hoe de groepsbijeenkomsten in Frankrijk verliepen. ‘Er werden een paar mensen uitgepikt die voor het oog van de groep langzaam werden afgebrand. De rest stond erbij en keek ernaar.’

Aan het einde van de week volgde dan een nieuw opleidingsaanbod, zegt Emelie, aan degene die was afgebrand. ‘Dan zei Ingeborg: we gaan helemaal opnieuw beginnen, misschien kom je er dan wel. Elk zinnig mens zou gillend wegrennen, maar wij waren blij dat ze ons nog wilde helpen.’

Vier jaar opleiding worden er vijf, zes, zeven. Nascholing, bijscholing, meer leertherapie, weer een supervisie. ‘Een buitenstaander zou denken: wat gek, wat is er mis met die opleiding?’, zegt Emelie. ‘Maar mijn medecursisten en ik dachten: het ligt aan ons, we zijn nog niet goed genoeg. Ik vond alle kritiek terecht.’

Klusjes

Ze willen allemaal ‘net zo goed worden als Ingeborg’, en zijn daarom tot alles bereid. Van het bellen naar tv­redacties om Ingeborgs nieuwe boek te promoten tot het regelen van een veganistische cateraar voor de landelijke ontmoetingsdag, van het opzetten van een PRI-datingsite tot het schrijven van een PRI-filmscenario, de therapeuten doen als vrijwilliger voortdurend klusjes.

Als Bosch een workshop van de Amerikaanse succesgoeroe Tony Robbins wil bijwonen, vinden de therapeuten dat ze dat als groep moeten bekostigen. ‘Dat bracht ze dan heel handig. Zo geweldig, maar o zo duur’, zegt de Brabantse psycholoog Sara (38), een jonge moeder van twee, die van haar 27ste tot haar 37ste ‘bij PRI’ zat.

De niet-aflatende stroom berichten in de groepsapp draagt bij aan het gevoel altijd beschikbaar te moeten zijn. ‘Borstvoeden? Dan kun je toch wel ­tegelijkertijd een tekstje typen?’, vertelt Sara. ‘Ik heb de auto weleens aan de kant van de snelweg gezet, omdat ik in een halve minuut twaalf berichten kreeg van Ingeborg met de vraag waarom ik niet reageerde.’ Sara heeft dan net een baby gekregen en is niet 24 uur per dag beschikbaar. ‘Dat vond Ingeborg een teken van gebrek aan toewijding. Dat appte ze me bijna dagelijks, terwijl ik mezelf van slapeloze nacht naar slapeloze nacht sleepte.’

De app fungeert ‘als een soort afstandsbediening’, zegt Emelie. ‘Na een groepsdag of als er iets moois voor PRI gebeurde, appte Ingeborg daarover. Als je dan niet binnen een half uur een jubelreactie had gegeven, kreeg je een persoonlijk bericht: waarom reageer je niet?’

Beeld Tzenko

Alles komt in het teken van PRI te staan. De bruiloft van twee cursisten in het voorjaar van 2016 verandert in een soort PRI-evenement in de enorme tuin van Bosch, vertelt ­Mirjam. ‘Ingeborg vond dat iedereen uit de PRI-wereld aanwezig moest zijn. Het huwelijk werd door haarzelf en haar partner voltrokken.’

Cursisten krijgen het idee dat zij geen leven meer kunnen hebben buiten PRI. ‘Ik vind het leuk om met vriendinnen op een terrasje te zitten’, zegt Emelie. ‘Dat voelde als een geheim leven.’ Als Bosch ervan hoorde, volgde een appje in PRI-jargon: ‘Waarom ­besteed je je tijd aan zulke oppervlakkigheid met mensen die in de ontkenning van behoefte leven? Wat zegt dat over jou?’

Het is de accountant van Mirjam die in de loop van 2016 naar haar cijfers kijkt en waarschuwt: het break-evenpoint van haar nieuwe praktijk als PRI-therapeut is bij lange na niet in zicht. ‘Ik had er 60 duizend euro in geïnvesteerd en die hebben mij niets opgeleverd’, vertelt ze.

Boven op de 6.100 euro van de jaarlijkse ‘module’ in Frankrijk komen de kosten van de verplichte leertherapie-sessies, waarin de therapeut in opleiding situaties in zijn eigen leven onder de loep neemt. Ook is er tweewekelijks supervisie, waarbij in groepen de eigen werkwijze wordt geëvalueerd. Kosten: tussen de 125 en 160 euro per uur.

Verplichte licentie

Bosch heeft PRI als merk geregistreerd. Voor het werken met de door haar bedachte methode, vroeg ze tot twee jaar terug een afdracht van 10 euro per cliënt per sessie – wat neerkwam op honderden euro’s per maand. Inmiddels is er een verplichte licentie, jaarlijkse kosten: variërend van 1.500 tot 5.000 euro (het hoogste bedrag is voor gecertificeerden). Dan zijn er nog kosten voor de zogenoemde webinars, online workshops. ‘Persoonlijk denk ik dat drie uur webinar met mij à 100 euro een zeer aantrekkelijke prijs-kwaliteitverhouding is’, schrijft Bosch in 2017 in een brief aan de cursisten.

Deelnemers worden aangemoedigd eventuele andere werkzaamheden te laten vallen. ‘Kies je vol voor PRI, dan zien we dat praktijken al snel in omvang toenemen’, staat in dezelfde brief. ‘Bij mensen echter die hinken op twee gedachten en een andere baan aanhouden naast PRI, laat hun praktijk zich moeilijk vullen.’

Het zou allemaal tot daaraan toe zijn, zegt een van de gestopte therapeuten, als je dan ook binnen de gestelde vier jaar een certificaat zou halen. Maar elke keer als je denkt dat je er bent, blijkt weer bijscholing of een extra cursus vereist. ‘Als je vroeg: is dat nodig, dan zei ze: voor jou zeker, want jij zit nog heel erg in de ‘valse macht’’, vertelt de oud-cursist, die ooit directeur was van een landelijke organisatie voor hulpbehoevenden. Inmiddels is hij gepensioneerd en door dertien jaar PRI ongeveer een ton armer.

In de villa van haar vrienden in Naarden wijdt Ingeborg Bosch zelfverzekerd en vol enthousiasme uit over haar studie en carrière. Over haar inspiratiebronnen, de Amerikaanse psycholoog Alice Miller en therapeut Jean Jenson, die haar brachten tot de theorie van PRI.

Soms, vertelt ze, schrijft ze in een paar weken een boek. Als ze er eenmaal een in de pen heeft is het ‘als een kraan die ik openzet, dan stroomt het eruit’. Er is net weer een nieuwe titel uit: Liefdevol leven – vrij van eetproblemen.

De stemming in het gesprek slaat na ruim een uur om, wanneer Bosch begrijpt dat voormalig PRI-therapeuten met de Volkskrant hebben gesproken. Bosch: ‘Kijk, daar komt-ie uit de mouw.’

Het probleem is, zegt Bosch nog voor ze de kritiek voorgelegd heeft gekregen: mensen zeggen dingen, maar willen zichzelf niet laten zien. Namen wil ze, van degenen die hebben gepraat. En als ze die niet te horen krijgt, naar goed journalistiek gebruik om bronnen te beschermen: ‘Het is heel onprettig, het is best wel heel heftig. Ik werk in alles wat ik doe vanuit authenticiteit, transparantie, en vanuit mijn hart. Het is pijnlijk en verdrietig als je jarenlang samenwerkt met mensen, echt op een diep niveau. En dat mensen dan stoppen met een opleiding en het niet daarbij laten en zeggen: oké, ik heb veel geleerd en het is een fantastische methode.’

‘Interessante paradox’

Want dat is volgens Bosch een ‘interessante paradox’, dat veel voormalig PRI-therapeuten PRI als methode nog altijd ‘fantastisch’ vinden. ‘En die boeken blijven ze ook gewoon gebruiken.’ Hun onvrede heeft dus te maken met iets anders, maar wat dat dan is? ‘Het is gewoon naar. Al heel lang geef ik mijn leven, in feite. Om iets neer te zetten wat heel veel mensen kan helpen.’

Bosch veegt een traan weg.

‘Ik kan wel gaan zeggen wat ik ervan vind, maar dat is niet ethisch.’ Ze heeft als therapeut een beroepsgeheim, ­memoreert ze. ‘Ik weet alles van die mensen. Ik heb met die mensen de diepste therapie gedaan.’

Op dat moment leggen de schrijvers van dit stuk Bosch de klachten voor van de therapeuten die ze hebben ­gesproken. Over de opleiding die vier jaar duurt maar in de praktijk geen einde kent, over de hoge kosten en alle verplichtingen, over de hiërarchie in de organisatie, over de dwang die ze hebben ervaren en hoe velen emotioneel en financieel berooid achterblijven. Ook het seksueel misbruik dat een therapeut kreeg aangepraat in een sessie met Bosch komt ter sprake.

Bosch heeft een beroepsgeheim als therapeut, maar ze vindt het ook ‘niet geloofwaardig’ haar eigen ‘levenswerk’ te verdedigen. Ze raadt aan PRI-therapeuten te spreken die nog wel bij de organisatie actief zijn. Ze appt de contactgegevens van onder anderen therapeut Jolande Merlijn uit Arnhem, eerder werkzaam in de forensische psychiatrie. Vanaf haar vakantieadres in India maakt zij graag tijd vrij om te vertellen hoezeer PRI haar persoonlijk heeft geholpen, vooral toen haar man in 2014 overleed en zij achterbleef met drie kinderen. ‘Heel pijnlijk’, noemt ze de manier waarop haar oud-collega’s de PRI-opleiding afschilderen. Dan ineens fel: ‘Denk je nou echt dat ik in een sekte zou gaan zitten?’

Tanja Bakels is een andere PRI-enthousiasteling die door Bosch wordt aangedragen. Een Amsterdamse psycholoog en psychotherapeut met een eigen praktijk die vrijwel uitsluitend met PRI werkt. Ze leefde jarenlang ‘verdoofd’ samen met haar toenmalige man, zoals ze het zelf omschrijft. ‘Ik dacht dat ik een fijn leven had, een goede baan, een man, kinderen. Maar ik had best wat woedeaanvallen in mijn relatie. ’s Avonds blowde ik vaak.’ Via een PRI-behandeling komt ze erachter dat er onder haar woede pijn uit haar kindertijd zit, van ‘dat kleintje dat verlaten werd’. ‘PRI heeft mij persoonlijk zó goed geholpen om over die boosheid jegens mijn ex-man heen te komen. We hebben nu een heel liefdevol co-ouderschap.’

Bakels heeft na acht jaar haar PRI-certificaat gehaald terwijl ze tegelijkertijd haar specialisatie als erkend psychotherapeut afrondde. Ze herkent zich niet in het beeld dat de opleiding geen eindstreep kent. Dat cursisten zouden worden gemanipuleerd, vat Bakels op als een belediging. ‘Alsof ik iemand ben die dat niet door zou hebben.’ Voor kritiek is bovendien altijd ruimte, zegt ze.

In Naarden zegt Bosch inderdaad ­altijd open te staan voor feedback. ‘Maar niets van wat mij ter ore is ­gekomen, is iets waarvan ik zeg: dat klopt, dus dat ga ik veranderen.’

Dat therapeuten steeds maar weer een nieuwe cursus of dure nascholing nodig hebben, ontkent Bosch. Als mensen niet certificeren is dat volgens haar ‘om heel duidelijke criteria’. ‘Vergelijk het met een rijbewijs halen’, zegt ze. ‘Ik had ooit een pianolerares die ­zeventien keer is opgegaan en nooit is geslaagd. Er zijn heel veel mensen wel gecertificeerd.’ Dat zijn er volgens de website tien. Terwijl omstreeks 150 mensen de opleiding volgden en er ­volgens de site nog zo’n 60 in opleiding zijn.

Dat mensen in financiële problemen zijn geraakt, vindt Bosch niet haar verantwoordelijkheid. ‘Alsof je zelf niet kan beslissen wat jouw financiële bandbreedte is. Als ik een Porsche koop terwijl ik geld heb voor een Fiat, dan is het niet de verantwoordelijkheid van de Porsche-dealer als ik nu in de financiële problemen zit.’

Ze ontkent dat therapeuten onder druk worden gezet om in opleiding te blijven. ‘Er is geen verplichting om ­ergens in te blijven.’

Misleid

Na het interview stuurt Ingeborg Bosch nog een reeks whatsappberichten. Ze voelt zich misleid omdat haar niet voorafgaand aan het interview was verteld dat ook met voormalige therapeuten is gesproken. Ze vraagt de journalisten empathie te hebben – ‘misschien wat ongebruikelijk voor jou?’ – en rekening te houden met ‘al die mensen die lijden aan psychische aandoeningen’ die mogelijk geholpen zijn met PRI.

Ook stuurt ze screenshots van een website waarop iemand klaagt over een artikel van een van de schrijvers van dit stuk. ‘Wat vervelend voor je, dit soort publiciteit’, schrijft ze erbij. ‘Ik heb er het volste vertrouwen in dat als deze info al juist is, dat jij dan inmiddels je leergeld wel hebt betaald en zeker niet meer dezelfde vergissingen zult begaan.’ Drie dagen later meldt ze ‘juridisch te gaan onderzoeken of er van smaad/lasterpraktijken sprake is’. ‘Heel naar, maar het lijkt nodig te worden.’

Mirjam was na vier jaar PRI fysiek en mentaal zo opgebrand dat ze wel moest stoppen. ‘Ik moest echt weer leren om met een kop thee in de zon te zitten’, zegt ze. Ze hoopt door haar verhaal te doen, te voorkomen dat anderen nog aan de opleiding beginnen. Helemaal nu Bosch afgelopen maand vier keer op televisie te zien was in het programma van Filemon Wesselink. ‘Vreselijk dat Ingeborg daar een ­podium krijgt.’

Emelie heeft er drie jaar over gedaan om in 2016 de PRI-organisatie te verlaten. ‘Ik werd ziek, mijn lichaam begon te protesteren. Toen een collega die ik hoog heb zitten ermee stopte, werd hij door het slijk gehaald. Dat was voor mij de druppel. Maar ik wilde de groep ook niet kwijt en ik was bang dat ik al mijn cliënten zou kwijtraken.’

Dat gebeurde niet. De ironie wil dat ze als ervaringsdeskundige nu juist mensen begeleidt die uit een organisatie met een dwingende groepscultuur zijn gestapt. ‘Ik snap de schaamte die je voelt: dat juist jou dit kan overkomen, hoe je iets niet hebt kunnen zien voor wat het is.’

De volledige namen van de geanonimiseerde bronnen in dit verhaal zijn ­bekend bij de hoofdredactie van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden