interview Martha-stichting

Haar jeugd in het kindertehuis beschadigde Elly Kouwenberg voor het leven: ‘Het was overleven’

Pinksteren 1961, Elly Kouwenberg is het kleine meisje rechts, met de vinger in haar neus. Beeld Foto uit collectie van Elly Kouwenberg

Elly Kouwenberg was 2,5 jaar oud toen ze bij binnenkomst in een kindertehuis in Alphen aan den Rijn direct haar eerste in een lange reeks straffen kreeg. Ze is blij met het onderzoek van de commissie-De Winter naar geweld in de jeugdzorg, dat woensdag is gepresenteerd. ‘Het is een erkenning van wat ons is aangedaan.’

2,5 jaar oud was Elly Kouwenberg, toen een medewerker van de Kinderbescherming haar naar het kindertehuis bracht in Alphen aan den Rijn. Kouwenberg, inmiddels 64, kan het zich nog goed herinneren: dat ze bij binnenkomst in de directiekamer van de Martha-stichting meteen haar eerste straf kreeg. ‘Omdat ik als nieuwsgierige dreumes even achter een gesloten groen fluwelen gordijn keek, moest ik van de directeur in de hoek staan.’ De eerste van een lange reeks straffen. ‘Als bijdehand kind was ik het pispaaltje.’

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Nog steeds raakt Kouwenberg in paniek in kleine ruimtes, zoals liften. Dat gebeurt sinds ze voor straf werd opgesloten in een trapkast van het kindertehuis en werd vergeten – pas de volgende ochtend werd ze ontdekt, tot op het bot verkleumd. Ze vindt het moeilijk om mensen te vertrouwen. Daar heeft ze haar leven lang al last van.

Daarom is Kouwenberg blij met het onderzoek naar geweld in de jeugdzorg van 1945 tot heden, waarvan de resultaten woensdag zijn gepresenteerd. ‘Het is een erkenning van wat ons is aangedaan. Van de geestelijke en lichamelijke mishandeling.’

Tussen wal en schip

De doelstelling van de protestants-christelijke Martha-stichting klonk nobel bij de oprichting in 1882: kinderen helpen die tussen wal en schip dreigden te vallen. Bijvoorbeeld omdat hun ouders waren overleden, of niet in staat hen op te voeden. In 1911 zette de organisatie onder leiding van een dominee een groot complex neer in Alphen aan den Rijn, met onder meer een meisjeshuis, een jongenshuis en een kinderhuis. In de hoogtijdagen woonden zevenhonderd kinderen en tientallen begeleiders op het terrein.

Hoe traumatisch het verblijf daar kon uitpakken, is te lezen in Het Boek der Martelaren van Kees Visschedijk, verschenen in 2017. Visschedijk legt daarin de verhalen vast van tientallen ‘martelaren’, zoals de kinderen in het tehuis zichzelf noemden. En ook van een paar begeleiders.

Bij het minste of geringste kregen de kinderen straf. Wie in bed plaste, kreeg een pak slaag en werd soms voor de hele groep belachelijk gemaakt. Kinderen moesten blijven zitten tot ze hun bord leeg hadden, ook al moesten ze soms kokhalzen van bijvoorbeeld stukjes varkensvlees met de haren er nog aan in de erwtensoep, of dikke vellen op de melk. Wie praatte tijdens de maaltijd, werd zonder eten naar bed gestuurd.

Nooit een traan gelaten

Kouwenberg herinnert zich dat ze dag na dag hetzelfde stuk bloedworst kreeg voorgeschoteld, dat ze niet mocht eten vanwege haar geloof – haar moeder was Jehova’s getuige. ‘Ook toen het al was beschimmeld.’ Toen ze in 2016 over deze en andere gebeurtenissen met Visschedijk sprak voor zijn boek, kwamen alle emoties los. Daarvoor had ze er nooit een traan om gelaten. ‘Toen pas zag ik wat die ervaringen met me hadden gedaan.’

Kouwenberg kan nog het meisje horen schreeuwen dat, nadat ze was weggelopen, een week lang werd opgesloten op de zolder van het meisjeshuis. Visschedijk: ‘Er waren zoveel regels dat het onmenselijk was. Zo wilden de leiders de kinderen in het gareel houden. In de gesprekken met mij herbeleven de oud-bewoners wat ze er hebben meegemaakt.’

Kouwenberg had haar verblijf bij de Martha-stichting bijna niet overleefd. Het eczeem waarmee ze als 5-jarige kampte, werd behandeld met een zalf met kwik erin die niet geschikt was voor kinderen. Ze werd ziek van de te hoge dosis kwik, kon nauwelijks meer op haar benen staan. De leiding dacht dat ze zich aanstelde en liet haar voor straf elke dag een uur lang rondjes lopen in het park. Uiteindelijk had ze zoveel pijn in haar benen dat ze haar bed niet meer kon uitkomen; apathisch lag ze voor zich uit te staren.

Overleven

Sterk verzwakt en vermagerd belandde ze in het ziekenhuis. Daar bleek dat haar organen waren aangetast. De dokters vreesden dat ze het niet zou redden. Maanden lag ze daar voordat het herstel inzette. ‘Mijn houding was: overleven’, zegt Kouwenberg. ‘Ik dacht: ik laat het niet gebeuren dat ik doodga. Dat was mijn drijfveer tijdens mijn ziekte, en eigenlijk tijdens mijn hele verblijf in het tehuis.’

Tot 1964 verbleef Kouwenberg bij de Martha-stichting, ze was toen 10 jaar oud. Jaren later zocht ze de toenmalige directeur op in het bejaardenhuis. Om haar te vragen waarom zij en veel van haar collega’s zulke zware straffen oplegde. ‘Ik wilde weten waarom ze dit ons, de kinderen, heeft aangedaan.’

De directeur antwoordde haar dat een streng regime was voorgeschreven. ‘Spaar de roede niet, dat was het motto, vertelde ze mij. En dat ze vond dat ik een lastig kind was, altijd haantje de voorste. Spijt had ze niet. Het was ons werk, en zo ging het nu eenmaal in die tijd, zei ze.’

Excuses

Een begeleidster uit die tijd die zich milder opstelde naar de kinderen heeft ontslag genomen, vertelde ze aan Kouwenberg. Omdat ze zich niet kon vinden in het strenge regime van het tehuis, waarin kinderen niet de liefde en geborgenheid kregen die ze nodig hadden. Een andere begeleider die Kouwenberg opzocht om antwoord te krijgen op haar vragen, bood haar excuses aan. ‘Dat gaf wat voldoening.’

‘In de jaren zeventig werd de boel opengebroken bij de Martha-stichting’, vertelt Visschedijk. ‘Tot die tijd werd kinderen niet naar hun mening gevraagd, die moesten gewoon stil zijn en gehoorzamen.’ Ook zocht de leiding vanaf die jaren meer samenwerking met de ouders en keek met hen hoe ze de verblijfsduur bij de stichting zo kort mogelijk konden houden. Het aantal kinderen in de tehuizen nam drastisch af. In 1982 fuseerde de Martha-stichting met andere organisaties en hield het kindertehuis op te bestaan.

Maar in de hoofden van de voormalige ‘martelaren’ leeft de Martha-stichting nog voort. ‘Dit onderzoek naar geweld in de jeugdzorg had er veel eerder moeten komen’, vindt Kouwenberg. ‘Mensen onderschatten wat zulke ervaringen met kinderen doen. Je bent voor het leven beschadigd. De een kan daar beter mee omgaan dan de ander. Sommige medebewoners konden daarna het leven niet aan. Ze belandden in de criminaliteit of hebben er een einde aan gemaakt.’

Lees ook:

Eén op de tien mensen met een verleden in de jeugdzorg zegt daar vaak of zeer vaak slachtoffer te zijn geweest van fysiek of psychisch geweld. Dat blijkt uit een steekproef in opdracht van commissie-De Winter die onderzoek deed naar geweld in internaten, pleeggezinnen en andere jeugdinstellingen, van 1945 tot nu. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden