Haal het geld uit de genen

Nederlandse wetenschappers moeten hun genetische ontdekkingen veel meer gaan octrooieren. Geldverdienen aan de wetenschap is een 'fact of life', vindt een commisie....

Het lijkt vloeken in de kerk. Toch was een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen vorige week heel stellig: wetenschappelijke instellingen die zich bezighouden met menselijke genen moeten zich meer richten op octrooiering van hun ontdekkingen. Ze dienen, kortom, een beetje op te schuiven richting bedrijfsleven.

Dat is onontkoombaar, denkt commissievoorzitter prof. dr. Joost Ruitenberg. 'Onderzoekers moeten hun ogen meer openhouden voor de toepasbaarheid van hun ontdekkingen. Het is een proces van volwassenwording; onderzoekers moeten ook de octrooiliteratuur gaan bijhouden. Dat is de maatschappelijke realiteit. Alleen op die manier kunnen we vorm geven aan Nederland Kennisland.'

De commissie van Ruitenberg bracht voor de Nederlandse overheid in kaart welke gevolgen de octrooiering van menselijke genen heeft voor het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. 'De ethische aspecten vielen buiten onze taakopdracht. Octrooiering is inmiddels simpelweg een fact of life', aldus Ruitenberg.

Sinds enkele jaren kent, in navolging van de VS, ook Europa de mogelijkheid menselijke genen te patenteren. Zo legde het Amerikaanse bedrijf Myriad in 2001 in Europa het borstkankergen BRCA1 vast, inclusief alle diagnostische en therapeutische toepassingen daarvan. Een ziekenhuis dat patiënten wil onderzoeken op de aanwezigheid van dit gen zal de test daarvoor alleen in licentie kunnen uitvoeren of weefselmateriaal moeten opsturen naar het bedrijf in de VS.

Die consequentie is bij veel wetenschappers hard aangekomen. Weliswaar is het recht op wetenschappelijk onderzoek in Europa vastgelegd - wie onderzoek wil doen aan dit borstkankergen kan dat straffeloos doen, in de VS alleen met goedkeuring van het bedrijf-- maar dat heeft de angst niet weggenomen.

Wat te doen als voor het onderzoek bijvoorbeeld veel patiënten moeten worden gescreend op het gen? Mogen de onderzoeksinstellingen dat dan nog zelf doen, of wordt een licentie daarvoor tegen een schappelijke prijs verstrekt? Of is de onderzoeker met handen en voeten uitgeleverd aan een doorgaans Amerikaans bedrijf?

Nederlandse onderzoekers willen, zo blijkt uit het rapport, hun testmateriaal niet graag laten bewerken door een onbekend instituut in de VS, waar de privacy van de patiënt misschien niet gewaarborgd is, en waar geen kennis bestaat over de achtergronden van het betreffende onderzoek. Bovendien ondermijnt deze uitbesteding de Nederlandse expertise.

De commissie beveelt de minister dan ook aan te bevorderen dat bedrijven die octrooien verkrijgen op DNA-diagnostiek daar licenties op verlenen tegen een redelijke prijs. 'Als dat gebeurt, is er niks tegen octrooieren van genen', meent Ruitenberg. Daarnaast, als stok achter de deur, pleit de commissie voor onderzoek naar de mogelijkheid licenties af te dwingen. Misschien niet als individueel land, maar bijvoorbeeld in Europees verband. Sowieso ligt de regie voor het octrooibeleid in Brussel.

Daar is niet voorzien in de mogelijkheid na de wetenschappelijke publicatie van een ontdekking alsnog een octrooi aan te vragen. In de VS heeft de onderzoeker daar nog een jaar de tijd voor; in Europa zijn zijn kansen verkeken. Met als gevolg dat een onderzoeker publicatie van zijn bevindingen zal ophouden tot het octrooi is geregeld, wat voor zich snel ontwikkelende vakgebieden tot een vertraging voor de wetenschap kan leiden. De commissie van Ruitenberg pleit dan ook voor de introductie van een respijtperiode in Europa van pakweg drie maanden.

Daarnaast moeten Nederlandse onderzoekers zich veel actiever betonen in het aanvragen van octrooien. Daar hoort dan in de ogen van de commissie wel een actief overheidsbeleid tegenover te staan. Zij pleit onder meer voor het instellen van een of meer expertisecentra om onderzoeksinstellingen te ondersteunen, en, heel belangrijk, de wetenschappers moeten mee gaan profiteren van de mogelijke revenuen.

Leidt dat er niet toe dat onderzoekers zich zullen afwenden van de fundamentele wetenschap? 'Dat verwacht ik zeker niet, wetenschap wordt gedreven door nieuwsgierigheid, niet door geldzucht. Dat blijft zo', meent Ruitenberg. Amerikaans onderzoek lijkt hem gelijk te geven.

Vrijdag publiceerde het tijdschrift Science een evaluatie van de Bayh-Dole Act die overheidsinstellingen verplicht zelf vindingen te patenteren. Tussen 1991 en 2000 werden daardoor veel meer onderzoeksgegevens openbaar gemaakt en nam het aantal patentaanvragen met ruim 200 procent toe. Voor zover de onderzoekers konden beoordelen, had de wet echter geen invloed op het soort onderzoek dat werd verricht.

Wel leverde het de universiteiten geld op in de vorm van royalties. Althans bij de toppers. Bij zeker de helft van de onderzochte instellingen was het niet zeker of de extra inkomsten opwogen tegen de kosten van het octrooibeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden