Haal eens effe een touwtje, dan ruk ik ze eruit

Mijn jongste zoontje had zijn melkkiezen nog. Dat schijnt een beetje lullig te zijn op je 12de; zoiets als maagd zijn op je 37ste, maakte ik op uit zijn geklaag. Toen ging hij op boksen, met verbluffend resultaat: al gauw had hij spierballen als forse duiveneieren en een echt sixpackje onder zijn magere ribbenkast. En al die kiezen zaten opeens los.

Kleuter van zes jaar oud met drie melktanden uit het gebit.Beeld Martijn Beekman

Te pas en vooral te onpas kwam hij met open snavel naast me staan om die wiebelige molaartjes te demonstreren. Hij bespeelde ze met zijn tong, waarbij allerlei soppende en klikkende geluiden te horen waren; het mondorgel van moeder natuur. Sommige elementen kon hij alle kanten opdraaien en kantelen en dat dééd hij dus ook voortdurend.

'Zeg, schei eens uit', zei ik dan telkens, want ik droom elke nacht dat mijn tanden uitvallen en daar wil ik overdag niet aan herinnerd worden.

Maar vertederd was ik ook. Ik dacht aan zijn briefje aan de tandenkabouter van dienst, jaren geleden, onder het kussen waar ik 's nachts zo'n tandje kwam ruilen voor een muntje (als ik het niet vergat: 'Ja jongen, dat kan weleens gebeuren. Misschien had die kabouter het erg druk met allemaal mensen die op hun bek waren geslagen. Probeer het vanavond nóg maar eens.') In grote, boze blokletters stond erop: 'IK WIL ME TANT HOUDEN! EN AL DIE VORIGE WIL IK OOK TRUG!'

Dat laatste was een probleem. Want wat doe je met die minitandjes? In een doosje en dan héél goed bewaren, net als Donald Jones? Nee, je legt ze zolang even op je nachtkastje, waarna ze onmiddellijk een goed heenkomen zoeken. Toen ik er tóch een terugvond, was hij verpulverd, door al dat snoepen, of door de tand des tijds. Nou, jammer dan. Maar alles beter dan zo'n tandje aan een kettinkje om je nek. Doodeng.

Gisteren moest ik van mijn zoontje weer lang naar zijn joodse kerkhofje vol chipsresten kijken en luisteren naar al die smerige geluiden. 'Haal eens effe een touwtje, dan ruk ik ze eruit', zei ik, want bij zo'n derde kind raakt je geduld weleens op. Het hielp: hij stoof de keuken uit om het gefriemel, gesop en geklik elders voort te zetten.

's Avonds laat, toen ik juist wou indommelen, kwam hij uit bed en deed stralend zijn groezelige knuistje open. 'Twéé tegelijk!' Ja, daar lagen ze. Zo klein... 'Het bloedt heel erg!', riep hij trots en wees in zijn mond. 'Nou, verschrikkelijk', loog ik, want ik weet wat mannen graag horen. En een man is hij nu toch, bijna. Mijn laatste kuiken!

Hij moet maar weer van boksen af.

Wat is dat toch een rotsport.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden