Haagse politiek aan de bamihap

Politici hebben het zwaar. Ze vergeten te slapen en te eten, of ze doen dat heel vlug. 'Die lullige broodjes, dat kan alleen in Nederland.’

Een Tweede Kamerdebat begon afgelopen donderdag zo: ‘Ik heb vanochtend goed gegeten – gebakken eieren met spek. Voor degenen die zich daar zorgen over maken’, zei Gerda Verburg, minister van Landbouw.

Nou, inderdaad.

Het was een rottig gezicht hoe Verburg begin september midden in een debat over de Westerschelde opeens begon te stamelen, lijkwit werd en in een rare houding wat gedesoriënteerd naar de grond ging staan kijken. Later kwam de verklaring. Ze had de ‘hongerklop’. Eten was er door alle drukte die dag bij ingeschoten.

Twee weken later leek premier Balkenende door zijn dertien uur durende optreden in de Algemene Beschouwingen te slaapwandelen. Op een gegeven moment verstond bijna niemand hem meer. Hij gaf geen complimentjes, was bot, vergat hele delen van zijn beantwoording en maakte daarmee de oppositie razend.

Balkenende had nauwelijks geslapen, klonk het in de wandelgangen. Later kwam er een precisering; hij had helemáál niet geslapen. De avondvoorbereiding van de beantwoording van alle vragen was naadloos overgegaan in de ochtendvoorbereiding.

Tsja, politiek is topsport.

Wel een rare topsport, dan. Het doel lijkt niet te zijn om te pieken bij de belangrijkste wedstrijd, maar zo veel mogelijk wedstrijden te spelen. De beoefenaars zijn er zo’n vijftien uur per dag, en soms nog langer, zes tot zeven dagen in de week mee bezig en zijn doorgaans bij het beginsignaal al afgepeigerd. Ze bewegen nauwelijks – geen tijd en de auto rijdt voor.

Ze vergeten te slapen en te eten. Of ze doen dat heel vlug.

Kom eens naar Den Haag en aanschouw de eerbiedwaardige minister Hirsch Ballin, tegen de zestig alweer, tien minuten voor aanvang van zijn algemeen overleg, haastig een bamihap wegwerkend bij de Febo. Kijk hoe bij het Torentje de pizzakoerier zo’n plastic bakje verlepte sla en vette spaghetti aflevert bij ’s lands premier – vijf avonden per week is op Algemene Zaken geen warme hap te krijgen.

Lekker gewoon, oordelen journalisten. Het is heel belangrijk dat met belastinggeld zuinig wordt omgesprongen. Zelf nemen ze liever geen interviews meer af op ministeries onder lunch- of dinertijd. Zo’n slap wit broodje plastic kaas met karnemelk, of draadjesvlees met een klodder andijvie vervelen snel.

Je kunt bewindslieden ook niet uitnodigen voor een behoorlijk restaurant. Want hun ministeriële creditcard gebruiken ministers liever niet – voor je het weet sta je op de voorpagina van De Telegraaf, als zakkenvuller (iets groots gedeclareerd) of als sukkel (iets kleins gedeclareerd). Maar ze laten zich ook liever niet fêteren – dat geeft maar afhankelijkheid.

En dat allemaal voor mensen die gemiddeld ruim boven de vijftig zijn. Worden wij, kortom, wel optimaal fris geregeerd?

‘Verschrikkelijk!’, roept Bernd Müller, Nederland-kenner en verbonden aan het parlement in Nordrhein-Westfalen. ‘Wat doen jullie die volksvertegenwoordigers toch aan met al dat normatieve, politiek correcte gedoe? Die zuinigheidscultuur, die lullige broodjes. Brrr. Al die dingen kunnen alleen in Nederland.’

In Duitsland is een bewindspersoon nog iemand, zegt Müller, voormalig medewerker van politici als Johannes Rau. Hij of zij gedraagt zich dienovereenkomstig en wordt ook als zodanig behandeld. ‘En terecht. Ongelooflijk, zo hard als die mensen werken.’

Helemaal niet gek, derhalve, dat het appartementencomplex voor politici bij het parlement in Berlijn een eigen fitnessruimte én een wellnesscentrum heeft. Duitse politici eten niet één, maar tweemaal per dag goed tot zeer goed, omdat daar veel werk onder lunch of diner gedaan wordt. Abspecken is daar een groter thema dan hongerklop.

Net als in België, trouwens, zegt NederBelg Derk-Jan Eppink, die ruime ervaring heeft in politieke kringen in Nederland, België, de Europese Unie en de Verenigde Staten. ‘Politici moeten hier veel tijd doorbrengen bij hun achterban, op kermissen en bij wielerkoersen. En altijd met een pintje hè? Daar is een techniek voor. Hier zeggen ze dat je moet ‘sippen gelijk de dames van lichte zeden. Doen alsof je drinkt, anders ben je iedere dag als een kanon.’

Bij Europese topontmoetingen baart Nederland steevast opzien met de grootte van de persoonlijke entourage van de premier. Drie man, meestal. Nee, dat is niet het aantal bodyguards, leggen ze dan uit, dat zijn de premier en zijn medewerkers en dat is dan alles. Dat steekt af tegen de Sarkozy’s en Berlusconi’s met hun twintigkoppig gevolg van kapper, grimeur, kok, arts, eerste én tweede secretaris, enzovoort.

Je kunt het overdrijven naar beide kanten, zegt Eppink. ‘Maar Nederland bedrijft politiek op z’n janboerenfluitjes. En daar is de politiek echt te intens voor geworden, met al die media-aandacht, de bijbehorende druk en uitvergroting van alles wat even mis gaat.’

Pilletjes bij de hand


In het buitenland bestaat steeds meer besef van het belang van goede persoonlijke begeleiding. Amerikaanse politici worden verzorgd als popsterren of topsporters, zegt Eppink.

Bekend is het voorbeeld van Reggie Love, Obama’s body man. Nooit meer dan drie stappen weg van de Amerikaanse president. Altijd een tas vol met diens favoriete gezondheidsrepen, pilletjes, schrijfgerei, keelpastilles bij de hand.

‘Daar doen wij lacherig om’, zegt Dig Istha, voormalig medewerker en adviseur van een reeks bewindspersonen, van Wim Kok tot Jacqueline Cramer. ‘Maar het is cruciaal dat voor een politicus goed wordt gezorgd. Als het topsport is moet je het als topsport benaderen.’

Istha nam in 2008 de begeleiding van VROM-minister Cramer over. Hij schrapte de helft van haar afspraken. ‘Ze was kapot. Ze werd totaal overspoeld met hoeveelheden dossiers waar geen normaal mens iets mee kan. We hebben een programmaatje gemaakt voor memo’s: na een half paginaatje kon je niet meer tikken. Klaar. Zorg maar dat het past.’

Elders op VROM modderde in die tijd minister Ella Vogelaar voort op de portefeuille Wonen, Wijken en Integratie. Denk nog eens terug aan de beelden waarop te zien was hoe ze in een fuik liep bij de verslaggever van de website geenstijl. Treffender voorbeeld van totale ministeriële eenzaamheid is niet denkbaar. Detail: Vogelaar, óók tegen de zestig, was die ochtend om vijf uur opgestaan om op werkbezoek te gaan. Ze vond dat zelf een goed idee en er was niemand die haar tegenhield. ‘Ella is een echte powerhouse’, zei haar medewerkster in de herfst van 2008 – een paar weken voor haar aftreden. Naar het schijnt zit Vogelaar van die periode nog steeds bij te komen in haar huis in Frankrijk.

Ook Istha begint over de Verenigde Staten. George W. Bush lag zijn hele presidentschap om half negen op bed. Reagan gooide ongezien alles weg wat langer was dan een A4’tje. Carter daarentegen hield zich nog bezig met de aanleg van het tennisveld bij het Witte Huis. Hij werd een van de zwakste presidenten ooit. ‘Totaal afgedraaid, op het eind.’

Agendabewaking, pak je rust, kies je momenten uit, doceert Istha. Een leermomentje hád het optreden van Fortuyn kunnen zijn, op 6 maart 2002. PvdA-leider Melkert racete op verkiezingsdag het hele land door en verscheen rechtstreeks uit Leeuwarden iets te laat in Hilversum voor het live verkiezingsdebat, asgrauw en hangend in zijn pak.

Fortuyn daarentegen kleedde zich mooi aan, bracht zijn stem uit, kleedde zich weer uit en ging de hele dag in een sauna liggen met een massage en een glaasje wijn. Hij verscheen ruim op tijd, messcherp gekleed en stuiterend van energie. Nog voor een woord gezegd was, stond hij met 3-0 voor.

Die les is niet geleerd, zegt Eppink. ‘Een Nederlandse minister is een kleine zelfstandige die appels en peren verkoopt in de Tweede Kamer.’ Hij moet het zelf maar een beetje uitzoeken. Zolang hij op het ministerie verblijft, is daar nog de Kamerbewaarder die zich over hem ontfermt. Maar daarbuiten is hij vogelvrij.

Staatrechtelijk is de Tweede Kamer de baas en dus moet de minister opdraven als hij wordt ontboden. Dat gebeurt nogal eens. Veel ministers brengen enkele tientallen uren per week door in het Kamergebouw – naast de andere verplichtingen en plotselinge klussen – Vragenuurtje, spoeddebat, interpellatiedebat.

Vaak zit er geen speling tussen de afspraken. Om een uur of twee – al gauw een uur of acht na het ontbijt – begint een bewindspersoon dan wit weg te trekken. Soms grijpt een politiek assistent of een woordvoerder in. ‘Ik heb eens een Mars in stukjes laten snijden en in een envelopje door een bode bij mijn minister laten bezorgen. Stiekem. Je mag niet eten, hè, tijdens zo’n overleg.’ Een ander doet dat routinematig. ‘Even een envelopje M & M’s laten bezorgen. Komt de kwaliteit van ’s lands regering zéér ten goede.’

Zulke medewerkers zijn wel uitzonderingen, zegt Istha. ‘Ambtenaren vinden dat snel een beetje beneden hun waardigheid. Ik deed het altijd wel – tassen dragen, even afrekenen. Je helpt ze er geweldig mee.’

Maar een bewindspersoon moet ook wel geholpen willen worden. Veel politici zijn de redding voorbij. Ze zijn voortdurend bezig te bewijzen hoe goed ze bezig zijn door opzichtig af te zien.

Kiezen


Dat overkomt vooral ministers zonder plan, zegt voormalig PvdA-voorzitter Felix Rottenberg. ‘Een minister die weet wat ie wil, kan kiezen. Dát wel, dát niet. Anders bepalen ambtenaren voor je, en iedereen die wat van je wil. Maak een programma tegen de haast, zeg ik altijd.’

De Nederlandse politieke cultuur is heel erg, vindt Eppink. ‘Altijd maar zo vlijtig mogelijk overkomen, van de ene naar de andere zinloze afspraak en elkaar helemaal suf vergaderen. Kijk eens wat ik allemaal kan! Maar het is politiek machismo en het breekt ze op.’ Eppink was jaren medewerker van Frits Bolkestein. Die deed al in zijn Haagse tijd de wenkbrauwen fronsen. Tijdens de formatie van 1998 ging hij ’s ochtends éérst een potje tennissen voor hij aanschoof bij de onderhandelingen. Eppink: ‘Dan waren de anderen al behoorlijk gaar. Scoorde hij een paar punten en dan braken ze weer op.’

Iedere dag werd in Bolkesteins agenda ten minste twee uur ingeruimd voor eten of een stukje zwemmen. Zijn werkdagen begonnen om negen uur en waren rond zes uur afgelopen, een vergadering mocht hooguit een half uur duren. ‘Dan moest er beslist worden’, zegt Eppink. ‘En zodra er beslist is, houdt de druktemakerij op. Dat is één probleem van Nederland. Er wordt maar niet beslist, dus de druktemakers babbelen door.’ Lui was Bolkestein overigens niet; hij was tot zijn 71ste Europees Commissaris.

Gerrit Zalm gaf vooral vóór dat hij het anders deed. Tijdens zijn ministerschap bevorderde hij luidkeels deeltijdwerk, hij pochte dat hij om zes uur achter de piepers zat en vertelde aan iedereen dat hij naar de schoolavonden van zijn kinderen ging.

Maar in zijn recente memoires beschrijft hij ook terloops dat hij iedere avond de ministeriële ‘tassen’ met stukken van die dag afwerkte – van 22.00 uur tot 01.30 uur. En zijn chauffeur belde hem iedere dag wakker, een half uur voor hij werd opgehaald – een gewone wekker werkte niet meer.

Diezelfde Zalm werd in zijn ministerschap weleens op de vingers getikt door collega Els Borst – minister van Volksgezondheid én oud-huisarts. Als het niet lekker ging, begonnen hij en Jorritsma zó veel te roken dat ik vond dat ik moest ingrijpen. Ik heb ze menigmaal vermanend toegesproken.

Maar de ontberingen van het ambt moeten vooral ook niet overdreven worden, waarschuwt Borst. ‘Zo’n werkbezoek op maandag, bijvoorbeeld: lekker achter in de dienstauto je stukken lezen. Je komt nog eens ergens en je krijgt een interessante rondleiding. Iedereen is aardig tegen je.’

En een minister komt veel interessante mensen tegen. Soms zitten daar professionals tussen die wel dat oog voor detail en welbevinden hebben.

In maart 1999 woonde Borst een staatsbanket bij, ter ere van Nelson Mandela. Die was al oud en ging om tien uur naar bed. Maar het protocol vereist dat de overige gasten niet mogen vertrekken vóór de koningin.

Dat kon zomaar één uur worden, besefte Borst. En dat terwijl ze de volgende dag vroeg voor de Bijlmer-enquête moest verschijnen.

Kwam opeens de grootmeesteres van de majesteit naar haar toe: ‘De koningin is zich ervan bewust dat u morgen een zware dag heeft. Ze zou het u zeker niet kwalijk nemen als u zou vertrekken. Ze vindt dat u naar bed moet.’

Barry Madlener, PVV-lijsttrekker voor de Europese Verkiezingen, belt op het terras van de snackbar van Febo, recht tegenover de ingang van de Tweede Kamer. (Martijn Beekman / de Volkskrant) Beeld Martijn Beekman
Barry Madlener, PVV-lijsttrekker voor de Europese Verkiezingen, belt op het terras van de snackbar van Febo, recht tegenover de ingang van de Tweede Kamer. (Martijn Beekman / de Volkskrant)Beeld Martijn Beekman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden