Reportage

Haagse jongerenwerkers over verdenking van radicalisering: ‘Mensen worden kapotgemaakt op deze manier’

Wijkcentrum De Burcht in Den Haag, waar al dan niet vermeende radicalisering van een aantal jeugdwerkers is geconstateerd. Beeld Freek van den Bergh/de Volkskrant

In enkele artikelen van het AD werd beweerd dat in de Schilderswijk en Transvaal salafistische jongerenwerkers van Marokkaans-Nederlandse afkomst actief zouden zijn. Een sterk overdreven verhaal, vinden jongerenwerkers Lamkadmi en Hans. ‘Hij draagt inderdaad een baardje, is vroom, maar ben je dan meteen radicaal?’

De één is een Marokkaanse Nederlander die opgroeide in de Haagse wijk Escamp en na een sportopleiding in Arnhem terugkeerde naar Den Haag om jongeren te inspireren iets van hun leven te maken. De ander is een oudere Haagse rot, die uit een nest komt waar maatschappelijk werk er met de paplepel werd ingegoten.

Lamkadmi (43) en Hans (56), twee jongerenwerkers die bij elkaar enkele tientallen jaren fungeren als ‘voelsprieten’ in de Haagse Schilderswijk en Transvaal en moeilijke jongeren binnenboord proberen te houden door hen de weg naar een werkgever of een hulpinstantie te wijzen. Dat doen ze namens welzijnsorganisatie Zebra, onderdeel van koepelorganisatie Xtra, die enkele buurtcentra in Den Haag beheert.

Hans: ‘We doen dit werk niet alleen maar omdat we ervoor betaald worden, we zien het ook als onze burgerplicht. Het is een stukje opvoeden, corrigeren en informeren van jongeren.’

De trots overheerst als Lamkadmi en Hans op een donderdagmiddag in buurtcentrum Octopus aan de Delftselaan over hun werk spreken. Toch willen beiden niet op de foto voor de krant, en ook willen ze niet worden opgevoerd met hun volledige naam. Reden: de pijnlijke stukken die het AD onlangs publiceerde over het jongerenwerk van Zebra.

‘Zorgelijk gedrag’

In een van de artikelen werd beweerd dat in de Schilderswijk en Transvaal salafistische jongerenwerkers van Marokkaans-Nederlandse afkomst actief zouden zijn. Ze zouden IS-propaganda verspreiden en jongeren aansporen een ‘goede moslim’ te zijn.

Een van deze jongerenwerkers zou zelfs zulke nauwe banden onderhouden met jihadisten dat de opsporingsdiensten zijn werkgever Zebra voor hem waarschuwden. Daarna zou de man – volgens bronnen van de Volkskrant een familielid van een van de kopstukken uit de Haagse jihadscene – met lichte dwang uit de welzijnsorganisatie zijn weggewerkt.

Een woordvoerder van de gemeente Den Haag bevestigt dat op basis van anonieme berichten over ‘zorgelijk gedrag’ van jongerenwerkers onderzoek is verricht en minstens één medewerker van Zebra is ontslagen. Voor mogelijke radicalisering van andere jongerenwerkers bestaan geen ‘verdere aanknopingspunten’. De gemeente vindt de berichten over de jongerenwerkers wel ernstig genoeg om ‘onderzoek te doen naar de hele bedrijfsvoering en bedrijfscultuur’ van de welzijnsorganisatie. Ook de politie Den Haag zegt het onderzoek af te wachten, maar ziet vooralsnog ‘geen aanleiding om de samenwerking met de jongerenwerkers’ te staken.

Geen waarschuwing

Lamkadmi en Hans zijn ervan overtuigd dat het onderzoek hun collega’s van blaam zal zuiveren. Na de publicaties hebben geschrokken jongerenwerkers, onder wie Lamkadmi, een gesprek aangevraagd met het management van Zebra om te vragen wat er klopt van de berichtgeving: hebben ze inderdaad samengewerkt met radicaal-islamitische collega’s?

Lamkadmi: ‘Ons is verteld dat er nog nooit een opsporingsdienst voor een van onze collega’s heeft gewaarschuwd. De man over wie het gaat is bovendien niet ontslagen door Zebra. Hij ging trouwen en wilde zelf een ander pad inslaan. Ook over het verspreiden van IS-propaganda heeft het management nooit iets binnengekregen.’

Hans: ‘Ik heb die jongen die zou zijn ontslagen nog meegemaakt als kind, toen kwam hij bij ons in het buurtcentrum. Een ontzettend correcte jongen.’

Lamkadmi: ‘Als er iemand is voor wie ik mijn hand in het vuur kan steken, dan is het wel voor deze jongen. Ik heb hem als vrijwilliger meegemaakt, als stagiair, en dat deed hij allemaal zo fantastisch dat hij werd aangenomen. Hij draagt inderdaad een baardje, is vroom, maar ben je dan meteen radicaal? Mensen worden kapotgemaakt op deze manier.’

Volgens Lamkadmi en Hans zouden de verhalen over geradicaliseerde jongerenwerkers de wereld in zijn geholpen door een ‘rancuneuze’ ex-medewerker, die vorig jaar werd ontslagen vanwege een tirannieke manier van leidinggeven. Ook bronnen op het Haagse stadshuis, en binnen andere welzijnsorganisaties, zien in de recente verhalen de hand van de ‘wrokkige’ ex-medewerker. Zelf was de ex-medewerker niet voor commentaar bereikbaar.

Loyaliteit

De ophef werpt een licht op een klassiek dilemma in de ‘antiradicaliseringsindustrie’: jongerenwerkers en gemeentelijke radicaliseringsambtenaren met een islamitische achtergrond worden door de autoriteiten als een essentiële schakel gezien in de vroegtijdige signalering van islamitische radicalisering. Van hen wordt verwacht dat ze gemakkelijk toegang hebben tot de islamitische gemeenschappen. Tegelijkertijd liggen ze vanwege die islamitische achtergrond onder een vergrootglas: wat zijn hun eigen religieuze denkbeelden, en zijn ze niet te loyaal aan hun gemeenschap?

In de Haagse Schilderswijk, waar zowel het gros van de Nederlandse Syriëgangers als de plaatselijke jongerenwerkers vandaan komt, is dat dilemma uitgegroeid tot een waar mijnenveld.

Lamkadmi verzekert dat de jongerenwerkers van Zebra een ‘stabiele groep’ mensen vormen en voldoende professionele afstand bewaren tot de jongeren op straat. Ze kunnen prima hun werk van hun religieuze identiteit scheiden. Daarbij is hun aandeel in het hele deradicaliseringsverhaal maar beperkt, zegt Lamkadmi.

‘Er bestaat een beetje een misverstand over wat jongerenwerkers doen. Het is niet onze taak islamitische radicalisering op te sporen. Wij houden ons vooral bezig met preventie. Via voorlichting en met het doorverwijzen naar werkgevers in ons netwerk proberen we te voorkomen dat iemand financieel of op school in de knel komt. Zo haal je belangrijke oorzaken van radicalisering weg.’

Hans: ‘Vroeger hielden we ons vooral bezig met de vrijetijdsbesteding van de kinderen in de buurt. Nu gaan we veel proactiever de straat op en proberen we uit te vogelen wat jongeren in praktische zin nodig hebben om verder te komen in hun leven.’

Lamkadmi: ‘Dat radicaliseringsverhaal in Den Haag is bovendien alweer van een paar jaar geleden, toen jongens naar Syrië vertrokken. Wij horen er tegenwoordig zelden iets over, niet via onze contacten op straat, en ook niet via de wijkagenten. Het zijn vooral de media die er zo’n groot ding van maken.’

Wie de moeite neemt voorbij de ophef te kijken, ziet dat het jongerenwerk een positieve impact heeft gehad in de ‘moeilijke’ Schilderswijk en Transvaal, zegt Hans. Ook de gemeente Den Haag zegt dat de jongerenwerkers van Zebra – ondanks de recente berichten – nog altijd ‘heel goed’ werk verrichten.

Hans: ‘Streng de norm stellen, uitleggen wat maatschappelijk normaal is, en praten, heel veel praten met de jongeren. Op een gegeven moment zie je dat zich dat uitbetaalt in vertrouwen.’

Lamkadmi: ‘We gaan met deze jongeren om zoals we met onze eigen kinderen omgaan; je wilt ze altijd voor het slechte behoeden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden