Nieuws Bevruchting

Gynaecologen: dode man mag geen zaad ‘doneren’ voor verwekken baby

Nederlandse gynaecologen en embryologen weigeren in principe mee te werken aan het bevruchten van vrouwen die zaad willen verkrijgen uit hun overleden man. In de VS zijn al baby’s op deze manier geboren en de techniek voor deze ‘postmortale voortplanting’ is relatief eenvoudig, maar wegens ethische bezwaren willen gynaecologen hier niet aan beginnen.

Microbuisjes met in vloeibaar stikstof bevroren spermacellen die worden bewaard in een spermabank. Beeld ANP

Het is voor het eerst dat de gynaecologen en embryologen hun opvatting vastleggen. De opvatting is terug te vinden in het Modelreglement Embryowet dat minister De Jonge (VWS) deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het gaat om een richtlijn over actuele dilemma’s van de beroepsverenigingen van gynaecologen en embryologen, NVOG en KLEM. De minister had hierom gevraagd ‘vanwege de snelle ontwikkelingen op het gebied van vruchtbaarheidstechnieken’. De Tweede Kamer debatteert donderdag over medisch-ethische kwesties.

De artsen adviseren om ‘zeer terughoudend te zijn’ bij het afnemen van geslachtscellen – sperma, eicellen – bij overledenen of mensen die in coma liggen. ‘Zeker bij het ontbreken van schriftelijke toestemming van de betrokkene is er geen plaats voor het postmortaal verkrijgen van geslachtscellen.’

‘Wij vinden dat de belangen van de overledene moeten worden beschermd’, zegt gynaecoloog Annemiek Nap, onder wiens leiding het reglement werd opgesteld. Volgens haar komen er sporadisch verzoeken van vrouwen die een kind willen nadat hun man onverwacht is overleden. ‘Soms zegt een vrouw: dit had mijn man zeker zo gewild. Maar als hij vooraf geen schriftelijke toestemming heeft gegeven, weet je nooit zeker of hij dit echt zou hebben gewenst. In dat geval was er namelijk één logische stap geweest: het invriezen van zaadcellen tijdens het leven van deze man.’ De discussie spitst zich nu vooral toe op zaadcellen, omdat het uitnemen van eicellen na de dood nog niet succesvol kan worden uitgevoerd, aldus Nap.

Piëteit

In de VS werd in 1999 voor het eerst een baby geboren met de zaadcellen van een dode man, een dertiger die na een allergische reactie plotseling was overleden. Zijn wanhopige vrouw vroeg de artsen daarop of ze zijn zaad mocht te gebruiken. Dertig uur na de dood haalden artsen sperma uit het lichaam. De arts stemde toe uit piëteit met de familie. ‘Ik deed het voor hen omdat ze zo verschrikkelijk leden’, zei hij destijds tegen persbureau AP.

Sindsdien is het procedé wereldwijd vaker toegepast, onder meer in Australië. Het gaat om zaad van mannen die bijvoorbeeld na een ongeluk hersendood zijn en in het ziekenhuis kunstmatig in leven worden gehouden. Het verkrijgen van sperma gebeurt onder meer door elektrostimulatie. Als het zaad binnen 24 uur wordt verkregen, is het vrijwel altijd goed bruikbaar. In Australië is inmiddels ook al 48 uur gehaald.

In de Nederlandse wet niets is geregeld op dit gebied: het verkrijgen van zaadcellen uit een overleden man is niet verboden. In theorie kan een vrouw de afwijzing van een arts dus aanvechten en met het sperma naar het buitenland vertrekken, waar andere regels of normen gelden.

Klinisch ethicus Erwin Kompanje van het Erasmus MC maakte in 2012 mee dat in zijn ziekenhuis een 30-jarige man met een ernstige bloeding werd binnengebracht en hersendood raakte. Zijn vrouw vroeg of ze het sperma mocht gebruiken van haar man, die ook geregistreerd stond als orgaandonor. ‘De intensivist zei: waarom niet?’, aldus Kompanje. ‘De relatie van het stel was sterk, ze hadden een 2-jarig kind en zij had recentelijk een miskraam gehad. Dus in die zin leek het in orde.’

Primaire reactie

Het is een vrij primaire reactie van nabestaanden om dit te willen, zegt hij. ‘De gedachte is niet zeldzaam. Mensen willen dat hun geliefde voortleeft. Dat klinkt ook mooi en romantisch, maar toch hadden we serieuze morele bezwaren. De man had hier niets over vastgelegd. Dus je kunt niet zomaar aannemen dat hij zich onder deze omstandigheden had willen voortplanten.’ Uiteindelijk besloot het ziekenhuis het daarom niet te doen.

In Nederland worden andere vormen van ‘postmortale voortplanting’ nu al wel toegepast, bijvoorbeeld als het sperma of de eicellen door het stel al tevoren zijn ingevroren, met expliciete, schriftelijke toestemming voor gebruik na de dood. Volgens gynaecoloog Nap komt dit één keer tot een paar keer per jaar voor.

Het reglement is een richtsnoer en geen dwingend voorschrift. Het verlenen van medewerking aan postmortale voortplanting ‘is een besluit van de individuele zorgverlener of zorginstelling’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.