Guzman neemt wraak in Gent

Een maand geleden ging het hopeloos mis met Javier Guzman. In Gent kreeg de stand-up comedian een black out, na tien dagen ongeremd zuipen....

Javier Guzman: ‘Dit is toch een leuke tweet: Terug naar Gent om te laten zien dat ik niet gek ben?’Vriend Jim Speelmans denkt een milliseconde na: ‘Gek, daar zou ik het niet eens over hebben.’

Guzman: Om te laten zien dat ik wél iets kan dan?’

Speelmans: ‘Of: Om te laten zien dat ik wel avondvullend kan spelen? Is dat leuk?’

Zonder verder te reageren tikt Javier Guzman – 129 followers want ‘pas net begonnen met twitteren’ – de tekst. Hij zit met opgetrokken benen achterin de auto, met de laptop op schoot. Bestemming is Gent, de plek waar het ruim een maand geleden zo ongelooflijk mis ging. Een paniekaanval. Na tien dagen zuipen. Een totale blackout, eindigend op het toneel met een telefoontje naar zijn impresario Frans Ruhl, dat hij per direct in een afkickkliniek opgenomen wilde worden.

Dat gebeurde ook echt, diezelfde avond nog. ‘Mijn voorstellingen zijn altijd autobiografisch. Dus de grens tussen wat echt is en wat niet is altijd al vaag. Maar dit was allemaal echt: de pijn, wrijving en conflict. Het was geen theater maar therapie.’

Hoe de inzinking er vanuit de zaal uitzag? ‘Ik ging door de humor heen. Ik ging alleen maar privédingen vertellen. Als ik een setup voor een grap maakte, en ik kwam bij de punchline, vond ik die ineens niet meer belangrijk. Ik dacht: wat flauw eigenlijk, ik heb de kern toch al gezegd. Waarom zou ik de grap dan nog afmaken?’

Maar vanavond wordt alles anders. Vanavond Neemt Guzman Wraak. Op wie of wat? Zichzelf, de mensen die er ‘geen kloot’ van begrijpen, zoals Mathijs van Nieuwkerk of Prem in De Wereld Draait Door? Of op dat ene glas gin tonic misschien, dat hij in een vlaag van verstandsverbijstering na een zinderende show in de tour door België bestelde en waarna hij in geen tien dagen meer stopte met zuipen? Precies zoals vroeger.

‘Ik ga Gent vanavond helemaal gek maken’, zegt hij nu. ‘Dit wordt de perfecte afsluiting van het seizoen.’ Het liefst had hij er de camera’s bij gehad. Een televisieregistratie. Maar om een of andere slechte reden ‘wilde niemand naar hem luisteren’. En daar baalt hij van. Maar goed, hij gaat zich daar nu vlak voor de voorstelling in de auto niet verder over opwinden.

Voorin zitten chauffeur Kees en zijn vriend Jim – ‘mee voor de morele steun’. En dat lukt aardig. Tijdens de vier uur durende rit overvoeren hij en Guzman elkaar met grappen, gevatheden en ideeën voor hun nieuwe comedyserie voor volgend jaar. Of het nu over Wilders is die, fantaseert Speelmans, zijn eigen beveiligers versteld doet staan door een zelfmoordaanslag te plegen, of om Rita – nul zetels - Verdonk die niet de files maar nu ‘zelf oplost’, of over Hero Brinkman – ook alcoholist – die na paar dagen zuipen weer terug in de Kamer standaard zegt: ‘Goh, heb ík dat gezegd? Interessant.’

Guzman kan weer lachen. Bulderen zelfs, als een professional, op theatersterkte. Heel serieus: ‘Ik moet niet vaak lachen, maar als iemand mijn funny bone raakt, kan ik inderdaad onbedaarlijk hard lachen, ja en dat lukt Jim altijd.’

Nog even met een kussen tegen het raam aan slapen, is er tijdens de rit niet bij. Helaas. Want vanavond mag er niets misgaan. Guzman, peuk na peuk uit het raampje rokend, herhaalt het keer op keer. Als hij even in de stress schiet omdat hij denkt dat hij zijn telefoon vergeten is; als hij beseft dat ze tweeënhalf uur voor aanvang van de voorstelling nóg 30 kilometer voor Breda zitten en de borden boven de snelweg weer beginnen te knipperen: 70. 50.

Het is ondanks de files stipt vijf over zeven als de auto voorrijdt bij het Capitole in Gent, precies zoals Guzman het wil. Bij de ingang hangen de posters alweer van Por Dios met Guzman getekend als clown. ‘Kees, top man! Ik zei toch dat we het zouden redden. Als je er maar in gelooft. Dan lukt alles.’

Wat er de vorige keer, op 28 april, precies gebeurde, is inmiddels geschiedenis; Guzman deed zijn verhaal daags na de inzinking onder meer bij Het Parool en De Wereld Draait Door. Maar voor wie het nog niet weet, lepelt hij nog een keer op: het begon met een relaps (teugval, red.). ‘Ik had net een viersterrenrecensie gehad in De Morgen. En ik had net meegedaan aan het tv-programma Nieuwslicht en daar kwamen ze na een hersenscan tot de conclusie dat ik een medisch wonder was.’ Niks van aantasting door alcohol te zien. ‘Dus ik dacht: ik ben superman.’ En dus bestelde hij na zoveel jaar zonder, ineens een gin tonic, ‘wat op zich al bizar was, want dat spul is niet te zuipen’. Guzman was altijd van de wodka; gemiddeld twee flessen per dag.

‘Als je het het minst verwacht, slaat het om zich heen. Ik moet altijd waakzaam zijn. Ik kom nooit over mijn verslaving heen. Anders zouden we nu één biertje kunnen drinken. Maar als ik een biertje gaan drinken, moet ik er meteen duizend. Bij de AA zeggen ze: eentje is te veel, duizend is niet genoeg. Ik hoef alleen de eerste niet te drinken. Zo simpel is het.’

Voor hij in Gent opging – hij was toen al twee dagen nuchter - wíst hij dat het fout zou lopen. ‘Ik was zwaarvermoeid, zag sterretjes, had nachtenlang niet geslapen. Ik slikte angstremmers Rivotril, waarvan je – google maar - met een dubbele tong gaat praten waardoor het leek alsof ik dronken op toneel stond. Sommige mensen denken nog steeds dat het een stunt is. Maar ik had een volledige paniekaanval.

‘Normaal slik ik dan nog zo’n pil en dan gaat het binnen een uur weer beter. Maar nu kon ik niet meer bijslikken omdat ik al aan de maximale dosis zat.’

Na drie kwartier moest hij de voorstelling staken omdat het niet meer ging. De helft van de zaal was toen al weggelopen. ‘Op het laatst stonden de mensen om me heen op toneel. Ik heb uitgelegd wat er aan de hand was.’

Moeilijk vindt hij het niet om ‘Gent’ weer onder ogen te komen. Want hee: dit keer is alles anders. Hier zit een andere, herboren Guzman, met nieuwe plannen, nieuwe voornemens en nieuwe inzichten. Als om er zelf in te blijven geloven, herhaalt hij steeds weer aan de telefoon: ‘Gent wordt fantastisch.’ Tegen Emilio, zijn broer: ‘Ik voel me beter dan ooit.’ Tegen een vriendin met relatieproblemen: ‘Het leven is mooi.’

Voor hem bestaat zijn leven nu definitief uit twee delen: een van voor de kliniek, en een van erna. ‘Die inzinking heeft me doen inzien dat ik echt op een andere manier naar mezelf moet gaan kijken, en naar de wereld. Gent is de beste les van mijn leven. Ik ben niet meer bang. Omdat ik nu het ergste heb meegemaakt.’

En dan heeft hij het niet over zijn inmiddels bekende verleden waar hij het nu niet meer over wil hebben: zijn aan alcoholverslaafde vader bij wie zijn moeder met de 7-jarige Javier en broer Emilio weg vluchtte uit Las Palmas, of de zelfmoord van zijn vader, of dat hij nu niet samen in een huis woont met zijn dochtertje van 6. Nee. ‘Ik stond op het punt om mijn allerlaatste liefde ook nog eens verliezen: theater. En toen dacht ik: dat echt nooit!’

De eerste dertig uur in de kliniek sliep hij. En daarna was er een tijd van bezinning. Ook kreeg hij nieuwe medicijnen die de zucht naar drank en naar andere middelen wegnemen. ‘Je weet niet wat er buiten allemaal over je gezegd en geschreven wordt, want je hebt geen telefoon. Dat geeft rust. En voor de rest gaat alles volgens het 12-stappenplan van de AA.’ Zelfacceptatie, zelfliefde, eigenwaarde. ‘Als je dat drie maanden geleden tegen me gezegd had, had ik je keihard uitgelachen. En nu is het toch zo.’

Maar zo vlak voordat hij opmoet, beginnen de zenuwen deze donderdagavond toch op te lopen. In de kleedkamer trekt Guzman zijn derde halve liter Red Bull open. Even later komt hij – lachend dat wel – met een brandend T-shirt in zijn hand binnen, hij wilde het even snel drogen, maar: ‘Iets te lang in de magnetron gelegd.’

‘Hallo, wat fijn dat je er weer bent.’ Schouwburgdirecteur Hilde Allaert komt nog even poolshoogte nemen. ‘Hoe gaat het nu?’ Met zwaaiende armen probeert hij zijn rust te vinden. Zijn spiekborden staan klaar in de coulissen: Krediet, breed, sparen 100% NLD, Rita & Wilders, Bolletje. Zwaar ademend staat hij op toneel, te sound checken. ‘Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag. Doen de headsets het nu wel?’

Gelukkig is er goed nieuws. ‘Ik heb net gehoord dat 80 procent van de mensen is teruggekomen.’ Tegen Allaert: ‘Het verschil is: ík sta nu sterk. Vroeger had ik voor ik opging altijd een gevoel van: op hoop van zegen. Nu durf ik bij voorbaat te zeggen: ik ga prachtig voor jullie spelen.’

Net als dat je na een ongeluk meteen weer achter het stuur moet gaan zitten, zo ging Guzman nog tijdens zijn opname in de kliniek het podium op, in Beverwijk, om over de angst heen te komen. ‘Het voelde meteen weer heerlijk.’ En daarna ging het eigenlijk in een stijgende lijn omhoog, zegt Guzman. Hij stond in Carré en de Oude Luxor in Rotterdam. ‘Ik heb uit het allerergste het meest positieve eruit gehaald. Dat is me gelukkig gelukt. Ik speelde nu beter dan ooit.’

Eindelijk gelooft hij zelf in zijn voorstelling, zegt hij. Por Dios (vertaald: ‘In godsnaam’ maar ook ‘In naam van God’) gaat in tegenstelling tot het eerdere, bejubelde Delirium helemaal niet over zijn drankverslaving, maar over geloof, religie en angst. ‘Eigenlijk zeg ik tegen mijn publiek: wees niet bang.’

Toch zal drank altijd een rode draad blijven, al is het alleen maar omdat zijn voorstellingen nu eenmaal autobiografisch zijn. ‘Mijn volgende voorstelling Oorverdovend gaat over wat ik nu allemaal meemaak. Maar ik ben niet van plan om een Delirium 2 te maken. Ik heb het er ook wel een beetje mee gehad om steeds over drank te praten. Heel veel mensen die dit lezen, zullen zeggen: en nu moet je teruggaan, naar je werk. En ze hebben gelijk.’

Als hij even later het toneel op stormt, komt er bij de eerste de beste grap uit de zaal een hartverwarmend applaus. Ook bij de daaropvolgende grappen over ‘de vorige keer’ gaat de zaal, welwillend en opgelucht, plat. Supersnel praat hij, het eerste halfuur. Daarna komt er meer rust.

Terrorisme noemt hij ‘puberaal gedrag’, Wilders ontmaskert hij als allochtoon (‘Behalve geblondeerde Limburger is hij ook nog eens een indo.’), en Allah vergelijkt hij met een vrouw (‘Waarom moet je anders vijf keer per dag bevestiging krijgen van dat je zo mooi en zo goed bent.’) En ook nu geeft hij, als om aan te tonen dat hij echt nergens bang voor is, aan het eind van de voorstelling zijn mobiele nummer aan de zaal. ‘Ik maak een voorstelling die niet door de beugel kan, en wat denk je: ik ben in die twee jaar nog niet een keer bedreigd.’

Midden in het applaus, een staande ovatie, maant hij het publiek tot stilte. Zijn sms piept maar door: ‘Ik wil nog even iets zeggen. Wat hier gebeurd is, is de beste les voor mij van de laatste vijftien jaar. 80 procent van jullie is weer zijn bed uitgekomen om naar mijn gewauwel te luisteren. Gent bedankt!’

Maar even later in de kleedkamer is Guzman toch licht teleurgesteld. Nee, hij is ‘niet helemaal tevreden’. Het was een goede show, maar niet super.

Terug in de auto: ‘Het is de ultieme nachtmerrie dat mensen de zaal verlaten omdat ze je slecht vinden. Ik besta bij de gratie van mijn publiek. Zonder publiek ben je eigenlijk maar een gek die stompzinnig staat te schreeuwen.’

Een paar uur later verschijnt een berichtje op Twitter:

‘Gent was fantastisch!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden