Column

'Guy Verhofstadt ziet zich als de Europese Mozes'

Veel kandidaten voor de vier topbanen in Brussel laten zich verleiden door zeven hoofdzonden die hen leiden naar de afgrond, schrijft columnist en europarlementariër Derk Jan Eppink.

Guy Verhofstadt. Beeld reuters

In Brussel begint de machtsstrijd om vier topbanen: voorzitter van de Europese Commissie, voorzitter van de Europese Raad, Hoog Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en secretaris-generaal van de NAVO. Sommige wachten in de corridors, anderen solliciteren met de fanfare voorop. Veel kandidaten laten zich verleiden door zeven hoofdzonden die hen leiden naar de afgrond.

1. Wie erom vraagt, krijgt het niet. In 1994 lanceerde premier Lubbers zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Hij wist dat de Duitse bondskanselier Kohl hem niet wilde en reisde door de EU om te lobbyen. Hetzelfde deed de Belgische premier Guy Verhofstadt in 2004. Geen van beiden kreeg de baan. Ze leurden te veel met zichzelf. Hoe luidruchtiger de lobby hoe groter het verzet.

2. Hopen op een kleine landencoalitie. Die bestaat niet. Lubbers probeerde kleinere landen achter zich te krijgen maar dat mislukte volledig. Zijn rivaal was de Belgische premier Dehaene, dus ook van een klein land. Kohl wilde Dehaene maar diens kandidatuur sneuvelde door een Brits veto. De Luxemburgse premier Santer ging er met het been vandoor. Grote landen trekken een kleine landencoalitie uit elkaar.

3. Ruzie maken met een van de grote drie: Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië. Als een van de grote drie een kandidatuur niet wil, komt die er niet. Lubbers stuitte op Duitsland, Dehaene en Verhofstadt op Groot-Brittannië. In het verleden hadden landen een veto, maar sinds het Verdrag van Lissabon beslist de Europese Raad over de voordracht van de Commissievoorzitter met gekwalificeerde meerderheid. Juridisch kan één land geen kandidatuur blokkeren, maar de grote drie hebben intussen een stilzwijgende afspraak: als een van hen de kandidaat niet wil, is het einde oefening. Zo blijft het veto politiek bestaan.

 
Als één van de grote drie de kandidaat niet wil, is het einde oefening

4. Federalisme prediken. De top-kandidaat die dat doet, stuurt een oorlogsverklaring aan Groot-Brittannië. Een Britse premier is pas een 'echte vent in het Britse parlement' als hij in Brussel een 'federalist' heeft gekeeld. John Major deed dat met Dehaene, Blair met Verhofstadt. Achter het Britse verzet verschuilen zich vaak ook anderen. Onder premier Verhofstadt maakte 'gidsland België' ruzie met Italië, Oostenrijk en Polen. Die landen steunden stilzwijgend het Britse verzet. In 2004 wilde ook de leider van de Duitse christendemocraten, Merkel, Verhofstadt niet. Zij is nu bondskanselier.

5. Strategie verwarren met tactiek. Kandidaten willen de EU-baan, maar struikelen over eigen voeten. Premier Balkenende wilde voorzitter van de Europese Raad worden, maar Nederland wilde ook de secretaris-generaal leveren. Resultaat: nul. De procedure voor benoeming van de Commissievoorzitter is intussen veranderd. De Europese Raad moet 'rekening houden met' de uitslag van de Europese verkiezingen. Het europarlement interpreteert dit té ruim: wij leveren de kandidaten. Verhofstadt en Europees Parlementsvoorzitter Martin Schulz marcheren al met tromgeroffel. Maar het parlement heeft geen monopolie op kandidaatstelling. Kandidaten kunnen ook van elders komen. De regel blijft: de Europese Raad draagt voor, het Europees Parlement bekrachtigt.

6. Gebrekkige ervaring. Tot voor kort benoemde de Europese Raad een premier uit eigen kring tot Commissievoorzitter. Die hadden 'bestuurservaring', maar Santer en Prodi waren zwakke figuren. Zonder degelijke bestuurservaring is het moeilijk een bureaucratisch apparaat als de Commissie, de Europese Raad of de NAVO te leiden. Europese ambtenaren moeten slagen in een zwaar toelatingsexamen, dat voor hun grote baas te moeilijk zou zijn. Zijn enige kwaliteitseis is 'bestuurservaring'.

7. Niet in de puzzel passen. Als de Commissievoorzitter een Duitser is, moet de voorzitter van de Europese Raad uit Zuid- of Oost-Europa komen. De verdeling van topposities moet een geografisch en politiek evenwicht weerspiegelen. Liquideer dus eerst concurrenten uit eigen land.

In dit krachtenveld kampt Verhofstadt met hoofdzonde 1, 2, 3, 4 en 5. Dat maakt hem onbenoembaar. Verhofstadt ziet zich als de Europese Mozes. Het vervelende voor Mozes was dat hij nooit aankwam in het Beloofde Land. De bestuurservaring van Schulz beperkt zich tot dorpsburgemeester van Würselen en prins Carnaval. Hij zit met hoofdzonde 6, maar Schulz heeft een dierlijk machtsinstinct en bereidt zijn marsroute zorgvuldig voor. De kans is echter reeel dat de topbanen terechtkomen bij mensen die nu een strategische stilte bewaren.

Er zijn trouwens 26,6 miljoen Europese werklozen die ook een baan zoeken.

Derk Jan Eppink is columnist en europarlementariër.

 
De bestuurservaring van Schulz beperkt zich tot dorpsburgemeester van Würselen en prins Carnaval
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden