Guus

Ik ben terug in Rio de Janeiro en slenter naar het beeld van Carlos Drummond de Andrade. Andere mensen gaan meteen naar Christus, het Suikerbrood of naar de al dan niet verbouwde hoeren, maar ik bewijs eer aan Braziliës grootste dichter. Het is een vervreemdend standbeeld, hier aan het strand van Copacabana. De te warm geklede dichter zit op een bankje, terwijl pal achter hem de bundas, de ballonreten van Rio paraderen. Maar goed, hij is tenminste herkenbaar met zijn kale tets en brilletje en heel wat respectvoller vereeuwigd dan Wim Kan & Corry Vonk, André Hazes en Coen Moulijn.


Ik zweet als een rund: het is 40 graden, de cachaça en de lillende bumbums hakken er in. De besnorde hobbezakken van de Algarve zijn ver weg, aan de overkant van de plomp.


Eerder vandaag liep ik langs mijn oude huis in de volkswijk Botafogo. Ik kocht krantjes bij de juffrouw van de quiosque die me net als drie jaar geleden meu coraçãozinho, mijn hartje noemde.


Er stonden een paar nieuwe crackdealers bij de boca de fumo (rookmond): de toegang tot de favela waar allerhande drugs worden verkocht. Van de WK-koorts was weinig te merken, behalve dat alles duurder is geworden, inclusief de crack. Ik voelde heimwee noch Fernweh en kreeg alleen maar meer zin in meer cachaça.


Eigenlijk ben ik naar het beeld van Drummond de Andrade gelopen vanwege August Willemsen, zijn legendarische Nederlandse vertaler. Door Guus raakte ik in de ban van Brazilië en de Portugese taal. Wat zou ik nu graag met hem door Rio banjeren, van de ene pinga naar de andere neut.


Technisch gezien ben ik een couveusepikkie, maar verder ben ik te laat geboren.


Als ik eerder was geboren, was ik in het verzet of naar het Oostfront gegaan, met de Magic Bus naar Kathmandu of, zoals Guus, in al 1967 naar São Paulo. Guus ging Portugees studeren en ik de orchideeëntalen Arabisch en Hebreeuws, waarmee ik nu een broodje shoarma kan bestellen. Het is vreemd dat ik iemand kan missen die ik nooit ontmoette. De Braziliaanse Brieven lees ik nu weer, misschien wel voor de vijftigste keer. Guus op zijn best: hij kankert, zuipt, hoert en snoert, vervloekt en bewondert Brazilië met een meesterlijk gevoel voor taal. Uiteindelijk zoop Guus zich dood zonder zijn grote roman te schrijven. Ik ga maar eens op hem proosten in een vunzige hoerenkast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden