Gure wi-hi-hi-hi-hinden

Hoeden af voor Ton Koopman. Aan de kant gezet door Warner/Erato, halverwege zijn historische cyclus met het complete Bachcantatewerk, is hij met zijn Amsterdam Baroque Orchestra and Choir een eigen platenlabel begonnen om het monsterproject af te maken....

Wie schön leuchtet der Morgenstern, heet de cantate waarmee 'Marchand' zijn eerste cd-box opent. Dubbel symbolisch, want in de Bachcatalogus BWV is dat ook nog eens nummer 1.

Toch loopt de nummering van de cantateboxen gewoon door. En net als op de twaalf afleveringen bij Erato, zijn Adriaan Verstijnen en Tini Mathot ook op deel 13 weer technicus en producer, en komen de opnamen weer uit de Amsterdamse Waalse Kerk, dus ook in het geluid zit continuïteit. Het enige verschil is dat het doosje er beter uitziet, en dat de dirigent een hypotheek op zijn huis heeft moeten nemen, maar dat hoor je niet.

De negen cantates op de nieuwe aflevering klinken met dezelfde frisheid en hetzelfde Koopmaneske speelplezier als de vorige 120, en het 'programma' zit weer slim in elkaar. BWV 122, een minder opwindend cantatetje dat Bach vermoedelijk schreef op een moment dat hij even niet zo in de stemming was, is ingeklemd tussen BWV 133, de cantate Ich freue mich, met zijn fantastisch optimistische openingskoor, en het ongelooflijke BWV 92, Ich hab in Gottes Herz und Sinn.

Bach vlecht in die cantate een bekende koraalmelodie op vijf verschillende manieren door vijf verschillende nummers. Maar behalve een technische demonstratie is BWV 92, geschreven voor zomaar de zoveelste zondag voor Pasen, ook het moment voor twee spectaculaire soli: een tenor-aria waarin Satan het loodje legt tegen een hoorbaar zwoegende Here, en een aria waarin de bas Klaus Mertens de guurste wi-hi-hi-hi-hi-hi-hi-hi-hi-hi-inden die Bach kon bedenken rond het Kruis laat stormen, bij de kaalst mogelijke instrumentatie (met Koopman vingervlug aan het orgeltje).

Zo zit deze aflevering 13 vol sieraden, inclusief BWV 1, met zijn rijk georkestreerde openingskoor, dat in vorm en ritme een voorstudie lijkt op het openingskoor van de Matthäus. Ook nr. 62 (Nun komm' der Heiden Heiland) en nr. 96 (Gottessohn) hebben fabuleuze openingskoren (in nr. 96 juicht het piccoloblokfluitje van Heiko ter Schegget). Maar wat ditmaal ook frappeert aan nr. 62, is de grote schoonheid van het door strijkers begeleide mini-recitatief 'Wir ehren diese Herrlichkeit', een duetje van de sopraan en de alt, van minder dan een minuut. Koopman besteedt grote aandacht aan dit soort details.

De vocalistes Deborah York en Franziska Gottwald zijn kennelijk uitverkoren om hun goede wil hun stemmetjes te laten klinken als een jongenssopraan en een jongensalt. Wat Gottwald overigens niet weerhoudt van een vrouwelijker gloed in de fascinerende alt-aria van cantate 33, waarin Jezus wenkt, en op kousenvoeten tegemoet wordt getreden. De zwakkere stee bij de solisten is de tenor (Paul Agnew). Koopman zal zo'n tweeëneenhalf dozijn solisten hebben versleten, als hij zijn 22 afleveringen in 2007 heeft afgerond. Ook live is hij nog te volgen, in de concertzalen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden