reportagegülenisten in het azc

Gülenistische Turken in de Assense opvang vrezen de reeds gevestigde Turkse Nederlanders

Yasin, zijn vrouw en hun 4-jarige zoon op hun kamer in het asielzoekerscentrum in Assen. Beeld Harry Cock

De politieke zuiveringen die in Turkije plaatsvonden na de mislukte coup hebben een nieuwe groep vluchtelingen naar Nederland gedreven. De hoogopgeleide Gülenisten integreren snel, maar willen niets te maken hebben met Turkse Nederlanders.

‘Ik ben opgegroeid als patriot, ik hield echt van mijn vaderland.’ De gedachten van ­Yasin, een dertiger met halflang golvend zwart haar en een vrolijke oogopslag, dwalen af naar Turkije. Hij was 22 jaar, een broekie nog, toen hij afstudeerde aan de politieacademie in Ankara. Het was zijn droom om iets van betekenis te doen.

Dat lukte. Hij werkte onder meer aan documenten om de toetreding van Turkije tot de Europese Unie (een verkiezingsbelofte van Erdogan) te bespoedigen. En toen Turkije werd overspoeld door Syriërs en Irakezen, stemde hij met EU-vertegenwoordigers beleid af voor strengere grensbewaking, zodat vluchtelingen niet zouden uitwijken naar Europa. ‘Ik had nooit gedacht dat ik ooit zelf die grens over zou steken’, zegt hij. ‘Als vluchteling.’

Yasin in de keuken van het asielzoekerscentrum in Assen.Beeld Harry Cock

Sinds zeven maanden woont Yasin in het asielzoekerscentrum in Assen. In het betonnen blokkengebouw met zijn eindeloze gangen, het oude NAM-kantoor, zijn het afgelopen jaar 22 Turkse families met hun kinderen neergestreken. Ook wonen er nog eens twintig Turken die in hun eentje naar Nederland zijn afgereisd.

Ze bezetten een aparte vleugel in het asielzoekerscentrum, die gekscherend ‘de Turkse wijk’ wordt genoemd. Er hangt een optimistische sfeer. Kinderen rennen lachend achter elkaar aan door de gangen. De volwassenen tonen trots hun keurig opgeruimde kamers, die amper vijftien vierkante meter groot zijn. Aan de muren hangen zelfgemaakte kunstwerken en briefjes om Nederlands te leren. ‘Ik kan niet tegelijk mijn nagels en de strijk doen’, staat er. En: ‘Mijn zus gaat over een paar maanden bevallen.’

Kinderen rennen lachend door de gangen. Beeld Harry Cock

Vorig jaar vroegen 1.300 Turken asiel in Nederland aan, vijf keer zoveel als in 2016. Turken zijn nu, na Syriërs en Iraniërs, de grootste groep nieuwkomers. Het gros bestaat uit aanhangers van Fethullah Gülen, de islamitische geestelijke die door Erdogan is aangewezen als het brein achter de mislukte coup in juli 2016. Gebrandmerkt als ‘medeplichtigen’ verloren ze hun baan of verdwenen achter de tralies. Zodra ze de kans kregen, staken ze met rubberen bootjes de koude Evros-rivier over om elders een nieuwe toekomst op te bouwen. 

Hulpbriefjes om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. Beeld Harry Cock

Nederland heeft er met de gülenisten een atypische vluchtelingengroep bij. Ze zijn hoogopgeleid en hadden het financieel goed. In hun thuisland werkten ze als advocaat, dokter, rechter, soldaat of docent. Dit biedt ze een heel ander uitgangspunt dan de Turken die zich in de jaren zestig als gastarbeider in Nederland vestigden.

De gülenisten kijken met argusogen naar de reeds gevestigde Turkse Nederlanders, die tijdens de laatste presidentsverkiezingen met een overweldigende meerderheid van 73 procent voor Erdogan stemden. ‘Niemand van ons wil met lokale Turken praten’, zegt Yasin. ‘Sommigen van hen werken samen met de veiligheidsdiensten van Erdogan. We willen liever ook niet in de buurt van ze gaan wonen.’

De nederlaag die de AKP-partij van Erdogan tijdens de recente lokale verkiezingen voor het eerst in jaren leed, doet hier geen afbreuk aan. De verkiezingen, zo klinkt het in Assen door de wandelgangen, zijn toch niet eerlijk verlopen. De regeringspartij blijft de grootste. Er zal niets veranderen.

Een bewoner toont een schilderij dat ze maakte van haar vlucht uit Turkije. Beeld Harry Cock

‘Ik werd laatst op de markt door een andere Turk uitgemaakt voor terrorist’, zegt een vrouw, die een gebloemde hoofddoek draagt. Haar kledingstijl was voldoende om te concluderen dat ze een gülenist is. Vanwege de spanningen binnen de Turkse gemeenschap willen de bewoners alleen anoniem hun verhaal doen. Ook vrezen ze dat hun in Turkije achtergebleven familieleden en vrienden in gevaar komen als ze openlijk spreken.

Yasin ziet zichzelf niet als fervent gülenist, maar zijn geloof in Erdogan verloor hij jaren geleden. Bij de politie gingen verhalen rond over corrupte praktijken binnen de regeringspartij. In 2013 kwamen daadwerkelijk de eerste namen naar buiten van zonen van ministers die steekpenningen hadden aangenomen.

De sfeer op de werkvloer werd grimmiger. Medewerkers die niet openlijk hun steun aan Erdogan betuigden werden onderworpen aan onderzoeken, verhoren en intimidatie. ‘Niemand vertrouwde elkaar nog’, zegt Yasin, wiens verhaal wordt ondersteund door talloze documenten.

De bewoners doden de tijd met het maken van kunst en haakwerk. Beeld Harry Cock

Plotseling vonden allerlei reorganisaties plaats. Teams werden opgedoekt, agenten overgeplaatst naar andere regio’s. Yasin en zijn vrouw kwamen in een oostelijke regio terecht. Als chef van een contraterrorismeteam beleefde hij het hoogtepunt van zijn carrière. Hij schreef politierapporten over terroristische organisaties en rekende met zijn team een woordvoerder van Al Qaida-voorman Osama bin Laden in. Het vervulde hem met trots.

Juist op dat moment ging het mis. Van de ene op de andere dag werd hij ontslagen. Zijn team, begreep hij later, werd ervan verdacht in het geniep een coup te beramen. Yasin vocht zijn ontslag aan bij de rechter en kreeg gelijk, maar de uitspraak werd door zijn werkgever niet erkend.

Zijn eerste arrestatie volgde een half jaar vóór de mislukte coup in 2016. Op Valentijnsdag. Verdachte medewerkers, onder wie hij, werden ingerekend. Voordat hij zichzelf overgaf, nam hij een videoboodschap op voor zijn vrouw, die op dat moment een cursus volgde. ‘Ik vertelde hoeveel ik van haar hield en vroeg een vriend van me, bij wie ik mijn vijftien maanden oude zoon achterliet, om de video met een boeket bloemen aan haar te geven als ik niet meer terug zou keren.’

Twee maanden later kwam Yasin wegens gebrek aan bewijs vrij. Nadat op 15 juli daadwerkelijk een couppoging plaatsvond, sloeg de grimmige sfeer op de werkvloer om in complete paniek. In de eerste dagen na de coup werden bijna negenduizend politiemedewerkers ontslagen. Een groot deel werd opgesloten. Ook Yasin. Dit keer zou hij pas een jaar later weer vrijkomen.

Op de muren hangen briefjes om Nederlands te leren. Beeld Harry Cock

De Turkse asielzoekers in Assen kennen de gevangenis allemaal van binnenuit. Ze zaten zelf vast, of bezochten er hun partner of een familielid. Een vrouw, socioloog van huis uit, vertelt dat haar 6-jarige zoon een trauma heeft overgehouden aan mannen in uniform. ‘Laatst stond er een medewerker van het COA (Centraal Orgaan Asielzoekers) in uniform voor de deur. Mijn zoon was volledig in paniek en rende huilend door de kamer.’

‘Een goede kennis van ons, een docent scheikunde, werd ontvoerd door de Turkse staat’, vertelt een ander. ‘Zijn vrouw probeerde te achterhalen waar hij was, maar niemand durfde haar iets te vertellen uit angst zelf berispt te worden. Uiteindelijk werd hij na 133 dagen gevonden aan de kant van de snelweg. Hij was doof, zijn ribben waren gebroken en hij was volledig doorgedraaid.’

Ook Cemre, de vrouw van Yasin, werd kortstondig opgepakt toen haar man in de gevangenis zat. Hun zoon bleef achter bij Yasins ouders. Die brachten hem elke ochtend en avond langs, zodat ze hem de borst kon geven. ‘Zodra ik klaar was, zei een vrouwelijke bewaker: ben je klaar? Ik heb je alleen toestemming gegeven om te voeden, niet om te spelen. Het waren dit soort momenten die het erg zwaar maakten. Er was geen begrip voor elkaar.’

In het asielzoekerscentrum in Assen wonen ruim twintig Turkse gezinnen met Gülen-aanhangers. Beeld Harry Cock

De bewoners vinden in het azc steun bij elkaar. ‘We zijn als een familie voor elkaar’, zegt iemand, terwijl er een lunch wordt opgediend. Op tafel verschijnen schalen met rijst, kruidige kip, gevulde wijnbladeren en verse salades.

Met een gevulde maag vertelt Yasin over zijn gevangenistijd. Als vermeend Gülen-aanhanger waren zijn rechten beperkt. Hij mocht niet sporten, had geen toegang tot kranten of boeken en de kantine bleef voor hem gesloten. In eerste instantie was bezoek niet toegestaan. Later wel. Eens per maand, dertig minuten. Zijn dierbaren moesten er een reis van twintig uur voor afleggen.

De gevangenen bleven in de maanden na de coup maar toestromen. De cellen zaten overvol. Op het dieptepunt deelde Yasin een cel voor acht man met 28 anderen.

Een Turkse bewoner maakt een maaltijd. Beeld Harry Cock

Zijn vrijlating, een jaar later (wederom wegens gebrek aan bewijs), voelde onwerkelijk. Alsof de betekenis van vrijheid nu pas tot hem doordrong. Maar die nieuw verworven vrijheid, zo besefte hij al snel, was beperkt. Zijn baan bij de politie was hij kwijt.

Het gezin verhuisde naar Ankara, waar ze bij familie in konden trekken. Om in hun levensonderhoud te voorzien kluste Yasin zwart bij als schoonmaker. Later verkocht hij lokale producten op straat, zoals vele andere ontslagen vermeende Gülen-aanhangers. Een voormalige collega liep voorbij. Hij keek naar hem en huilde.

Toen Yasin op een dag door groep agressieve mannen op straat werd aangevallen, besefte hij opeens dat hij van niemand hulp kon verwachten. Zelfs aangifte doen was niet mogelijk.

‘Elke dag waren we bang om weer opgepakt te worden’, zegt hij. Ze besloten te vluchten. Nederland is hun nieuwe thuis. ‘Dat hebben we geaccepteerd’, zegt Yasin monter. ‘Al missen we Turkije wel, en dan met name onze familie.’

Halime Gülsu, een collega-lerares van een van de bewoners, stierf in de gevangenis omdat haar medicatie was onthouden. Beeld Harry Cock

De Turkse bewoners in het azc zijn allemaal opvallend positief over hun toekomst. Ze presenteren zich als model-vluchtelingen. Zo snel mogelijk willen ze aan het werk, vlijtig leren ze Nederlands. Een man met indrukwekkende snor benadrukt dat Nederland goede burgers aan hen zal hebben. ‘We werken hard. En we zijn tegen de radicale islam.’

Yasin begint binnenkort aan een cursus programmeren. Hij wil software-ontwikkelaar worden. Samen met zijn vrouw fantaseert hij erover om hun favoriete hobby Ebru, een kunstvorm waarbij magische vormen worden gecreëerd door verf op een wateroppervlak te spetteren, in Nederland te introduceren. ‘Ebru is heel goed voor de geest’, zegt Yasin. Hij begint te glunderen. ‘Als we een verblijfsvergunning hebben gekregen, kunnen we er misschien een speciale kamer in ons huis voor vrijmaken.’

Een Turkse bewoner laat een schilderij zien dat ze heeft gemaakt van hun vlucht over de Evros-rivier. Beeld Harry Cock
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden