Gucci-brillen en hiphop zijn hot in Ulaanbaatar

Spiegelkantoren in aanbouw en dikke Japanse auto’s: de straten van Ulaanbaatar tonen hoezeer de economie groeit in Mongolië. Maar de arme wijken met de traditionele tenten groeien ook....

Nep-Nikes en Gucci-zonnebrillen uit China, grof gesmeed gereedschap en gebleekte spijkerbroeken uit Rusland, vrolijk oranje kamelenzadels en paardenteugels gemaakt door Mongoolse ambachtslui: de spullen die de duizenden kraampjes vullen op de Narantuul zijn symbolisch voor de veranderingen die Mongolië beleeft.

De immense open markt aan de rand van Ulaanbataar is het winkelmekka voor geiten- en schapenboeren uit de eindeloze steppe die de Mongoolse hoofdstad omgeeft. Hier zie je een rijke boer een nieuw vloerkleed voor zijn ger, de traditionele tentwoning van dik vilt, op het dak van zijn Russische jeep laden, samen met een paar nieuwe zonnepanelen.

Iets verderop hangen sjofel geklede jongens rond bij een stalletje dat muziek verkoopt van de lokale formatie Funkbeat. Want al woont de helft van de bevolking ook anno 2006 in een ger, hiphop en rap zijn hot, bij de talrijke jongeren van Ulaanbaatar.

Mongolië, het leegste land van het verre oosten – 37 maal Nederland, nog geen drie miljoen inwoners, dertig miljoen stuks vee – is sinds 1990 bezig een nieuw hoofdstuk te schrijven in zijn lange geschiedenis. Het kwam los van Rusland, en met veel hulp van het westen probeert het sindsdien een democratische markteconomie te worden. Dat gaat, zoals in alle randgebieden van het voormalige Sovjet-rijk, met vallen en opstaan.

Met een rijke oogst aan politieke partijen (de 23ste, de Nationale Nieuwe Partij, gaf deze maand acte de presence), wijdverbreide corruptie en hoge werkloosheid zit Mongolië in een moeizame overgangsperiode. De regering, onder leiding van de jonge communist Nambaryn Enkhbayar, maakt daarbij behendig gebruik van de geopolitieke belangstelling voor zijn land. Stond Mongolië de afgelopen eeuwen afwisselend onder Chinees en Russisch beheer, sinds 1990 zijn de VS, de EU, Japan en Zuid-Korea minstens even belangrijke spelers geworden in Ulaanbaatar.

Allen proberen ze Mongolië, dat rijke koper- en goudreserves heeft, te paaien. Rusland schold honderden miljoenen dollars aan oude schulden kwijt, het westen fourneerde de afgelopen vijftien jaar twee miljard dollar ontwikkelingshulp, Japan ontpopte zich als grootste donor, de VS hebben warme banden met het leger gesmeed, waardoor er nu 160 Mongoolse soldaten in Irak zitten als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.

Mongolië besloot onlangs ook een zachte lening van 200 miljoen dollar van China te aanvaarden. De donorgelden en de inkomsten die Mongoolse gastarbeiders overmaken vanuit het buitenland – zoals Zuid-Korea – vormen meer dan de helft van het nationaal budget.

Met de corruptiebestrijding en een eerlijker verdeling van de welvaart schiet het intussen niet op. Onder westerse druk besloot het parlement onlangs weliswaar een anti-corruptie-orgaan in het leven te roepen, maar dat dreigt weinig onafhankelijk te zullen zijn. Eenderde van de bevolking moet intussen rondkomen van minder dan een dollar per dag, en kinderhandel- en prostitutie zijn in opkomst. De mijnbouw is voor bijna de helft in Russische handen, in de bouwsector rukken de Chinezen op en zelfs de ruwe kasjmier, de fijne wol van de steppe, wordt bijna geheel door Chinese handelaren opgekocht voor verwerking over de grens.

Toch is er in Ulaanbaatar een nieuwe dynamiek te zien. De economie groeit dit jaar met bijna 10 procent, vooral dankzij de hoge prijzen voor koper en goud. Aan de Vredesavenue, de door Russische architectuur overheerste hoofdstraat, zijn tegenwoordig internetcafés, gamepaleizen, fastfood-zaken en stripclubs te vinden. De nieuwe stedelijke elite rijdt rond in dikke Japanse auto’s, en her en der zijn nieuwe appartementencomplexen en spiegelkantoren in aanbouw.

In de buitenwijken groeit intussen het aantal tenten van boeren die naar de stad zijn getrokken in de hoop een beter bestaan te vinden. Eenderde van alle Mongoliërs woont inmiddels in de kale heuvels vlak rond het centrum van de hoofdstad.

‘Ik maak me zorgen om mijn land’, zegt Zaya, een lerares die tegenwoordig een toerismebedrijf heeft. ‘De communisten waren niet goed, maar de nieuwe democraten zijn niet beter. Ik ben teleurgesteld in de democratie. Iedereen kijkt alleen maar naar zijn eigen belang. Wat Mongolië nodig heeft, is een sterke regering van wijze mannen die weten wat goed is voor onze toekomst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden