GSM houdt het hoofd koel

Van een knappend haardvuur of een zomerse barbecue warmen de hersenen vele malen meer op dan van mobiel bellen. De gsm-telefoon lijkt dus veilig....

Broer Scholtens

IN NEDERLAND zijn miljoenen mobiele telefoons in gebruik. Zat de groeimarkt de afgelopen jaren bij de twintigers en dertigers, en bij de zakelijke markt; de netwerkaanbieders zoals Libertel en KPN boren nu met succes de kindermarkt aan. Het explosief toenemende gebruik staat in schril contrast met de steeds maar weer opduikende verhalen over de schadelijkheid van mobiel bellen.

Kokende hersenen en daardoor de vorming van hersentumoren zijn de ultieme scenario's die doemdenkers schetsen, zonder dat daar overigens één enkel spoor van wetenschappelijk bewijs voor is.

Het begon allemaal met een proces dat David Reynard in Florida in 1992 aanspande. De fatale hersentumor bij zijn vrouw - een frequent beller - zou zijn veroorzaakt door elektromagnetische straling van haar mobiele telefoon, luidde zijn beschuldiging. In 1995 deed de federale rechter, na talloze tussenvonnissen, een definitieve uitspraak: er is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor zo'n bewering.

Sindsdien zijn er heel wat (epidemiologische) studies uitgevoerd en zijn talloze grootschalige experimenten gedaan met proefdieren. Maar ook die studies geven geen enkele indicatie voor een mogelijk verband tussen mobiel bellen en hersenkanker. Desondanks duiken steeds opnieuw suggesties op over zo'n fatale relatie. Met als resultaat dat in diverse officiële (overheids)rapporten wordt geadviseerd het gebruik te matigen. Uit voorzorg.

Het zijn adviezen, hoe serieus bedoeld ook, die verwarring zaaien. Zo ook de aankondiging begin deze maand van de drie grootste producenten van mobiele telefoons - het Amerikaanse Motorola en de twee Europese fabrikanten Nokia en Ericsson - te komen met een waarschuwingssticker. Maar waarschuwen waarvoor, er is toch geen enkel wetenschappelijk bewijs?

Prof. dr. ir. Jan Lagendijk - zelf een matig gsm-gebruiker -- kan niet goed uit de voeten met die ogenschijnlijk tegenstrijdige signalen. Het probleem is voor hem afgedaan. Gsm's kunnen geen gezondheidsschade veroorzaken, daarvoor is de intensiteit van de straling, de signalen van en naar de mobiele telefoon, te laag, stelt hij.

Lagendijk, hoogleraar klinische fysica radiotherapie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), heeft een methode ontwikkeld om eventuele gezondheidsschade van gsm's in kaart te brengen. De radiogolfstraling die een gsm uitzendt, is niet erg energierijk, kan geen atoombindingen breken en is slechts in staat moleculen, die al trillen, iets méér in trilling te brengen.

Dat betekent dat die radiogolven slechts kunnen opwarmen, het oor bijvoorbeeld of een deel van de hersenen, en dat maar een heel klein beetje. Hooguit eentiende graad Celsius, berekende de groep van Lagendijk, in samenwerking met onderzoekers van TNO in Rijswijk. 'De interactie van radiogolven met lichaamsweefsel is de afgelopen tientallen jaren heel goed in kaart gebracht', stelt Lagendijk.

Zijn afdeling gebruikt radiogolven voor het gericht opwarmen van kankercellen, onder meer om kleine hersentumoren en tumoren in de prostaat te vernietigen. Dat gebeurt bij een temperatuur van 44 graden Celsius. Deze hyperthermietechniek wordt in combinatie met bestraling gebruikt.

De Utrechtse groep is sinds 1978 bezig met het verfijnen van de techniek. Er zijn daarvoor onder meer antennetjes ontwikkeld in de vorm van dunne naaldjes die op hun beurt nog eens in segmenten zijn onderverdeeld. Daarmee is de temperatuur in een tumor heel precies in drie dimensies te regelen.

DE OPGEDANE kennis is gebruikt om uit te zoeken hoeveel een zendertje bij het oor, in de vorm van een mobiele telefoon, de hersenen opwarmt. Met een MRI-scan is de rechterkant van het hoofd - van een vrouwelijks medewerker - in beeld gebracht.

Daaruit is de precieze anatomie afgeleid: waar het bot en het spierweefsel zit bijvoorbeeld. Beide absorberen radiosignalen verschillend. Spierweefsel neemt bijvoorbeeld beter warmte op dan bot.

Ook is op basis van die MRI de loop van de belangrijkste bloedbanen bepaald. Vervolgens is vastgesteld hoe hard het bloed daardoorheen stroomt. Het verfijnde bloedvatenstelsel, allerlei minuscule vertakkingen, is vervolgens met de hand in kaart gebracht, een uiterst arbeidsintensieve techniek. Bloed dient als een koelmiddel en zal de warmte afvoeren die door radiogolven wordt overgebracht op het lichaamsweefsel.

De Utrechters hebben dit geheel in een computermodel ondergebracht waarmee de temperatuurverdeling in het hoofd te berekenen is van een mobiele beller met een gsm tegen zijn oor. Dezelfde computermodellen worden gebruikt om heel precies tumoren op te warmen.

Uit het gsm-onderzoek, waarover vorig jaar is gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift, blijkt dat de huid in de buurt van de antenne van de mobiele telefoon hooguit tweetiende graad wordt opgewarmd, na minimaal vijftien minuten bellen, overigens met een gsm die op maximaal vermogen uitzendt.

Die geringe opwarming van de huid is vervolgens ook in het echt gemeten, een bewijs dat het opgestelde model van het hoofd klopt, zegt Lagendijk. De hersenen, wat dieper in de hersenpan, worden niet meer dan eentiende graad warmer, blijkt uit de modelberekeningen. Die opwarming ligt ver onder elke gevarengrens, stelt Lagendijk.

'Na traplopen is zo'n geringe temperatuurverhoging ook te meten. In de hersenen van iemand die flink heeft gesport, is die verhoging minstens één graad Celsius. Ook bij iemand die lang in de zon zit, is die opwarming waarschijnlijk behoorlijk.' Geen wonder dat Lagendijk zich geen zorgen meer maakt over het gebruik van mobiele telefoons, en ook weinig begrijpt van de voortdurend oplaaiende commotie.

Dat ligt anders voor monteurs die zendinstallaties voor de mobiele telefoon reparen. Dat gebeurt vaak in de buurt van een andere, dikwijls werkende zender van bijvoorbeeld de concurrent. Netwerkbeheerders installeren almaar meer zenders in elkaars buurt. Duizenden staan er nu in Nederland.

DE GROEP van Lagendijk heeft een onderzoeksvoorstel geschreven om de temperatuurverdeling in het aangezicht en de ogen van zo'n monteur in kaart te brengen. Met name eventuele gevolgen voor de ogen - die meer of minder diep in de kas kunnen liggen - zijn van belang omdat slechts een klein deel daarvan doorbloed is. Ogen worden dus niet of heel slecht gekoeld. Een van de mogelijke risico's kan aanleiding geven tot cataract (staar) zijn.

Lagendijk verwacht dat de financiering voor dit onderzoek voor het eind van het jaar rond komt. De slechtst denkbare situatie zal worden doorgerekend: een monteur met zijn gezicht op enkele centimeters afstand van een werkende zender. Zo'n zender heeft een vermogen dat tientallen malen groter is dan dat van een mobiele telefoon.

Lagendijk: 'Toch verwacht ik niet dat de temperatuur met meer dan enkele tienden van een graad zal stijgen. Het is echter een onontgonnen gebied. Het is interessant om uit te zoeken bij welk (gesimuleerd) vermogen van de zender de temperatuursverhoging onverantwoord hoog wordt. We zijn verplicht dat goed uit te zoeken. Op basis daarvan zijn richtlijnen op te stellen.'

Het model van het aangezicht en de ogen dat zal worden gemaakt, wil de Utrechtse groep ook gebruiken om de gevolgen van verhitting door natuurlijke bronnen te berekenen, bijvoorbeeld door de infraroodstraling van een barbecue of kampvuur. Die is veel energierijker dan gsm-radiogolven. 'Het hoofd warmt daarvan significant op, daar is geen twijfel over. Daar hoor je niemand over. Tegen natuurlijke bronnen wordt heel anders aan gekeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden