Gruwen van geleerde vrouwen

Vlak voor hun dood in 1804 schreven Betje Wolff en Aagje Deken hun laatste boek. Pas nu is de moralistische, maar ook humoristische tekst voor het eerst compleet te lezen....

Mietje is een slim en grappig meisje. Ze houdt van spelen en spotten, is welgeschapen, spontaan, kwikzilverig en niet op haar mondje gevallen. Ze werd geboren rond 1750, midden in de eeuw van de Verlichting, een eeuw die niettemin nog verkeerde in de ferme greep van het opperwezen. Haar ouders zijn deugdzame burgers. De vader een goudeerlijke koopman, de moeder een verstandige, zachtmoedige vrouw die zichzelf talen leerde en pedagogische werken las, alleen maar om haar enig kind goed huisonderwijs te geven.

Mietje was volgens haar bescheiden moeder een doorsneemeisje, maar daar geloven wij helemaal niets van. Er mankeert weinig aan Mietjes karakter en levensloop, zo lezen wij in de ‘memoires’ waarin Mietje, intussen een oude vrouw, terugkijkt op haar voortreffelijke en warme opvoeding. Die wijze begeleiding maakt dat zij op haar twaalfde ineens inziet dat er een God moet bestaan. Ook voelt zij haarscherp welke jongelieden ‘bedorven’ zijn en welke vriendinnen te wuft. Geheel op eigen houtje ontdekt zij dat zij geen kwezel hoeft te zijn, maar dat het leven van Jezus haar tot voorbeeld moet strekken.

Mietje is nieuwsgierig, maar voor sommige vragen acht haar moeder haar te jong. ‘Moeder’, vraagt zij, als zij haar eerste dode ziet, ‘doodt men ook wel mensen?’ Ja, ‘dat gebeurt’, erkent de moeder. ‘Foei, dat is lelijk! Eet men die dan ook op?’ Hier ligt moeders grens, maar Mietje houdt vol. ‘Maatje lief! Nog een klein vraagje: wat is dat toch, van ziekte of door ouderdom te sterven?’ Dan begint de moeder een verhaal over oude, dorre bomen, die moeten plaatsmaken voor jonge.

Mietje leest, schrijft, en studeert wat, maar niet te veel, want een vrouw hoeft zich niet bezig te houden academische vertogen, filosofische bespiegelingen of kunstzinnige uitbarstingen. Van zo’n ‘savante’ gruwen de mannen. De ware aard van de vrouw is praktisch, lezen we, en staat in dienst van haar toekomst als toegewijd moeder en echtgenote.

Uiteraard kiest Mietje zich als zij twintig is een beschaafde, betrouwbare echtgenoot – een kloon van haar vader. Als die geliefde vader, juist wanneer Mietje de veilige haven is binnengevaren, sterft, vervuld van dankbaarheid voor zijn bestaan, eindigt Mietjes geschrift.

Deze onwaarschijnlijk lieve, brave en spontane Mietje heeft niet bestaan. Zij is het product van de verbeelding van het damesduo Elisabeth Wolff en Agatha Deken, ook wel Betje en Aagje, de bekendste Nederlandse schrijfsters van de 18de eeuw. Zij schreven het op het eind van hun leven dat vrijwel samenviel met het einde van de verlichte eeuw. In 1804 stierven de twee kinderloze vrouwen – die het grootste deel van hun leven samenwoonden en samen schreven – negen dagen na elkaar. Twee jaar eerder was hun laatste werk uitgegeven, het Geschrift eener bejaarde vrouw.

Het derde deel van dit werk werd nooit gepubliceerd; de eerste delen waren geen kassucces. Het zou dus twee eeuwen duren voordat het als geheel werd uitgegeven en de lezer kon kennisnemen van de ‘gelukkige’ afloop. André Hanou, hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde, bezorgde het werk voorbeeldig. Hij reconstrueerde op grond van manuscripten het derde deel, bekortte het geheel en voorzag van het van verhelderend commentaar.

Het Geschrift is, ondanks de vele verkapte vermaningen, geen drakerig werkje. Het is, dankzij Hanou’s aanpassingen waarschijnlijk, levendig en niet verstoken van humor. Moralisme hoorde er nu eenmaal bij. Net zoals het bekendste werk van Wolff en Deken, De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782) en de twee ander fictieve levensbeschrijvingen, de Historie van den heer Willem Leevend en de Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut is dit geen ‘romannetje’, maar een opvoedkundig werk. Het ademt de politieke (patriottisch) en religieuze (tolerant, evangelisch) voorkeur van de schrijfsters, maar ook een moderne pedagogie: kinderen moeten worden grootgebracht in liefde en in harmonie met de natuur, zonder hen lastig te vallen met wat ze niet begrijpen. Gezond verstand, dat was het ideaal.

Mooi is het om te zien hoe dit verlichtingsideaal in het geheel niet leek te botsten met de wens van de Schepper – die zag ook het liefst dat de mensen hun hoofd erbij hielden en elkaar de ruimte lieten. Godsdienstvrijheid en maatschappelijke vooruitgang – die twee gingen geweldig samen. We kunnen er nog wat van leren. Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden