Ground control

Zeg me wie uw vrienden zijn en ik zeg u wie u bent. David Bowie heeft in zijn meer dan veertig jaar omspannende carrière een aantal mannen om zich heen gehad die hem omhoog stuwden in zijn kunstenaarsschap. En die ons meer leren over het fenomeen. Uit Bowies vriendenboekje: zes mannen waar hij wat aan had.

Was het denkbaar geweest, dat David Bowie voor zijn album The Next Day iemand anders dan producer Tony Visconti aan de knoppen had laten draaien? Nee, zou je zeggen. Visconti is zo'n beetje Bowies artistieke leven lang zijn metgezel en de medevormgever van het Bowie-geluid op platen variërend van Space Oddity (1969) tot de Berlijnse trilogie Low, 'Heroes' en Lodger én de comebackplaat Heathen, uit 2002. Maar tegenwoordig is Visconti vooral Zeer Goede Vriend van Bowie, die mededelingen doet over de gezondheid van het fenomeen en dus fungeert als diens 'zijn stem op aarde'.


Vriend sinds

1977. Mooie plaat, vond Bowie van Brian Eno's en gitarist Robert Fripps Evening Star. Vooral de gitaarpartijen frappeerden Bowie: ijzig en majestueus, dankzij een unieke behandeling met tapes, loops en andere opname-effecten. 'Frippertronics', werd die gitaartovenarij van Fripp genoemd. Het onvermijdelijke voorstel: of Robert Fripp, ex King Crimson, mee wilde doen op het tweede Berlijnse Bowie-album genaamd ''Heroes''. Dat wilde Fripp.


Vriendendienst

Innig werd de vriendschap tussen Bowie en de raadselachtige gitarist Fripp nooit. Bowie had Fripp al eens eerder uitgenodigd om bij te dragen aan het Iggy Pop-album The Idiot. Fripp gaf niet thuis, want was volgens zijn verklaring in die tijd 'even niet zo bezig met muziek'. Maar op een warme zomeravond in 1977 kwam hij aan in de Berlijnse Hansa-studio, plugde zijn gitaar in Eno's EMS Synthi A en nam in één doorlopende sessie van een uur of zes alle gitaarpartijen voor 'Heroes' op. De volgende ochtend pakte hij zijn koffers en vertrok weer naar Engeland.


De anekdote

Bowie en Tony Visconti wilden Fripp dolgraag inschakelen voor The Next Day. De gitarist werd uitgenodigd, zei weer eens 'nee', maar vergat dat hem was gevraagd niets te verklappen over het nieuwe Bowie-project. Fripp plaatste doodleuk een bericht op zijn blog, dat hij was gevraagd door Bowie en had bedankt. Niemand geloofde hem en zo kon The Next Day dan toch de zo nauwkeurig geplande verrassing worden.


Huidige vriendschapsstatus

Koeltjes, mede dankzij bovenstaand voorval.


Mick Ronson (1946-1993)


Robert Fripp (1946)


Vriend sinds

1976. David Bowie en Brian Eno maakten rond dezelfde tijd eenzelfde ontwikkeling door. Brian Eno, voormalig glamrocktoetsenist bij Roxy Music, raakte midden jaren zeventig op het pad van de ingetogen kunstmuziek, van ambient en meer elektronisch gedreven liedjes en productie. En zo'n proces doorliep Bowie nu ook net, bij de van bizarre geluidseffecten vergeven platen Station To Station en het Iggy Pop-album The Idiot. Het wachten was op een eerste serieuze ontmoeting en die voltrok zich in 1976 in Zwitserland. Eno zocht Bowie op in zijn tijdelijke huis in Blonay, het duo zag raakvlakken in elkaars muzikale opvattingen en maakte plannen voor samenwerking in Berlijn.


Vriendendienst

Wie wie nu het sterkst heeft beïnvloed, blijft tot op de dag van vandaag onderwerp van debat. Zeker is dat Brian Eno de Berlijnse platen van Bowie van spraakmakend nieuw geluid voorzag, mede dankzij de net uitgevonden EMS Synthi A, een synthesizer in een koffer die kon worden aangestuurd met een joystick. Maar volgens Bowie zou Eno hem vooral richting een nieuw soort kunstenaarsschap bewegen. Naar de artiest die zijn werk laat spreken, en niet een al dan niet bedachte persoonlijkheid. Op de platen Low, ''Heroes'' en Lodger was David Bowie ineens de in zichzelf gekeerde en lichtelijk ongrijpbare kunstenaar, die bovendien, en dankzij Eno, geen verhalende liedjes meer schreef. Want daar, zo liet Bowie zich ontvallen in een interview uit 1978, 'had ik het helemaal mee gehad'.


De anekdote

Volgens Brian Eno wilde David Bowie zijn hulp al inroepen bij de productie van The Idiot, voor Iggy Pop. 'Ik werd gevraagd mee te helpen aan de plaat van ene Iggy Stooge, maar door strubbelingen in het Bowie-kamp is het er uiteindelijk niet van gekomen', zei hij in een interview.


Huidige vriendschapsstatus

Laag pitje.


Brian Eno (1948)


Vriend sinds

1971. Bowie was een groot bewonderaar van de 'protopunk', de knetterende en rauwe rock-'n'-roll van Iggy Pops band The Stooges. Toen die band uit elkaar viel, door drank, drugs en andere ellende, poogde Bowie zijn manager ertoe te bewegen ook die maffe Iggy onder zijn hoede te nemen. Bowie en Iggy Pop ontmoetten elkaar in 1971 in een nachtclub in New York. Liefde op het eerste gezicht. De twee zouden de daaropvolgende jaren nauwelijks nog van elkaars zijde wijken.


Vriendendienst

Natuurlijk leerde Bowie het een en ander van zijn springerige Amerikaanse vriend. Hoe hij panklare, treffende refreintjes kon bedenken. Zelfs hoe hij teksten kon improviseren op muziek, beproefd procedé van Iggy Pop. Maar Bowie had vooral veel aan Iggy Pop als soulmate gedurende de voor Bowie lastige vroege jaren zeventig, die hij sleet in New York en Los Angeles. De heren deelden een stevige cocaïneverslaving, raakten diep in de put: depressief en paranoïde. In die tijd zou Iggy Pop, de wanhoop nabij, zelfs hebben overwogen auditie te doen voor de band Kiss.Samen krabbelden ze langzaam uit het dal, zeker toen het stel in 1976 naar Berlijn verhuisde om daar aan elkaars platen te werken. Maar misschien nog belangrijker: ze kropen gezellig tegen elkaar aan in hun gedeelde appartement. De heren, die in die tijd toch als een 'odd couple' werden gezien (Bowie de Britse intellectueel, Pop de platte Amerikaanse punk) gingen zelfs op elkaar lijken. Iggy Pop droeg op enig moment een bril en las de financiële dagbladen.


De anekdote

Toen Pop weer eens door de politie van straat was opgepikt, kon hij kiezen: de gevangenis in of in therapie. Iggy Pop, stiekem toch niet dom, koos voor het laatste en verbleef langdurig in een kliniek in Los Angeles. Volgens de overlevering had hij in die tijd slechts één vaste bezoeker. David Bowie. Die overigens herhaaldelijk probeerde Iggy Pop van cocaïne te voorzien.


Huidige vriendschapsstatus

Warm, maar het is onzeker of het duo aanwezig zal zijn bij de première van de biopic Lust For Life, over de Berlijnse periode van Bowie en Pop.


Iggy Pop (1947)


Vriend sinds

1970. Mick Ronson uit Hull, redelijk succesvol gitarist bij een bandje genaamd The Rats, was begin 1970 aan het werk op een rugbyveld tijdens zijn dagelijkse plantsoenendienst, toen hij op zijn schouder werd getikt door een oud-bandgenoot. Of hij niet eens wilde spelen met David Bowie, die een gitarist zocht voor zijn nieuwe begeleidingsband The Hype. Een eerste optreden als Bowie-gitarist bij het BBC-radioprogramma The Sunday Show verliep soepel. Bowie hield wel van Ronsons rauwe, elektrificerende gitaarspel, en 'Ronno', zoals hij vanaf die dag zou worden genoemd, werd ingehuurd. Hij mocht zich meteen omkleden: Bowie zat in zijn superheldenperiode en Ronson moest door het leven als 'Gangsterman'.


Vriendendienst

Mick Ronson gaf David Bowie een hard rockende sterrenstatus, eerst op het album The Man Who Sold The World, later als lid van The Spiders from Mars, de band bij Bowies mythische alter ego Ziggy Stardust. Hij speelde ongecompliceerde, maar opwindende rockgitaar, spijkerhard maar krakend fris. Ronsons spel zou later veelvuldig worden gekopieerd, van punk tot metal. Maar Bowie raakte tijdens een moeizame, Amerikaanse tournee uitgekeken op zijn eigen Stardust-creatie en wilde zichzelf opnieuw uitvinden. De jumpsuits werden uitgetrokken, de Spiders ontbonden. Ronson speelde nog mee op de platen Aladdin Sane en Pin Ups, maar paste daarna, met zijn rudimentaire spel van de straat, niet meer in Bowies nieuwe vergezicht van soul en disco. Hij mocht vertrekken.


De anekdote

Mick Ronson nam het gedwongen vertrek bij Bowie zwaar. In een interview in 1975 antwoordde hij op de vraag wat hij Bowie graag nog zou willen vertellen: 'Ik wil hem voor zijn kop slaan, recht op zijn oor, en proberen er wat gezond verstand in te beuken.'


Huidige vriendschapsstatus

Mick Ronson overleed in 1993 aan alvleesklierkanker. De vrede met Bowie werd nog wel getekend, onder andere middels wat gitaarwerk voor het album Black Tie White Noise uit Ronsons sterftejaar.


Tony Visconti (1944)


Vriend sinds

1969. De Amerikaan Tony Visconti, producer en voortreffelijk bassist, verhuisde eind jaren zestig naar Londen. Hij produceerde de albums van Marc Bolans T-Rex, gaf daarmee de ontluikende glamrock vorm en kwam aldus in het vizier van David Bowie. In 1969 zat Visconti voor het eerst achter de geluidstafel, bij opnamen voor Bowies eerste album David Bowie, later omgedoopt tot Space Oddity.


Vriendendienst

Visconti wandelde zij aan zij met Bowie door diens carrière heen. Wist de wensen van Bowie steeds naar de geluidsdrager over te brengen, vooral dankzij zijn grote technische inzichten in de studio. In Berlijn werkte Visconti met Bowie aan de drie illustere Bowie-platen die we tegenwoordig de Berlijnse trilogie noemen. Het grote, enigszins vervreemdende feedbackgeluid van de drums? Bedankt Tony Visconti. Naar dat geluid zouden collega-producers nog jaren op zoek gaan: 'State of the art'.


Maar Visconti werd vooral een echte vriend. Twee jaar geleden doken Visconti en Bowie samen de studio in voor de eerste opnamen van The Next Day. Visconti liet er, uiteraard op verzoek van Bowie, niets over los. Wel lekte Visconti af en toe wat nieuws aan de Britse pers, over de gezondheidstoestand van Bowie. Die zou immers broos zijn na een hartaanval in 2004. Welnee, verklaarde Visconti herhaaldelijk, tot grote opluchting van de muziekpers: Bowie is gezond en fit, in de kracht van zijn leven. Niet verwonderlijk dat Bowie, die zelf geen interviews meer geeft, over Tony Visconti spreekt als zijn woordvoerder, zijn 'stem op aarde'.


De anekdote

Tony Visconti is typisch zo'n vriend die alles accepteert. Hij was weliswaar vanaf het begin Bowies 'huisproducer', maar werd toch geregeld buiten spel gezet omdat Bowie ineens andere artistieke ingevingen had, bij platen als Aladdin Sane en Station To Station. Gevraagd naar zijn reactie op die afwijzingen verplaatste Visconti zich geheel in de positie van zijn werkgever: 'Ik begrijp het wel, David dacht dat ik druk was met andere dingen. Hij wilde mij ontzien.'


Huidige vriendschapsstatus

Zeer innig.


Vriend sinds

1972. Bowie was groot liefhebber van het repertoire van The Velvet Underground, en speelde begin jaren zeventig bij liveshows een aantal nummers van die band. Toen The Velvet Underground in 1972 uit elkaar viel, zocht Bowie onmiddellijk contact met mede-oprichter Lou Reed. 'Om mee te liften op diens coolheid en die van de kliek rond Andy Warhol', beweerden boze tongen. Het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone noemde Bowie aanvankelijk een van de 'trendy discipelen' in het feestende en biseksuele clubcircuit rond Lou Reed. Maar de rollen draaiden snel om. De solocarrière (er moest ten slotte ook nog muziek worden gemaakt) van Reed wilde niet zo vlotten en Bowie werd, mét diens gitarist Mick Ronson (zie eerder in dit vriendenboek), ingeschakeld om het debuut van Reed te produceren.


Vriendendienst

En zo mocht Lou Reed dus vooral David Bowie dankbaar zijn. De plaat Transformer, met evergreen Walk On The Wild Side, kickstartte Reeds loopbaan als solo-artiest. Het werd een classic album, waarvoor David Bowie nogal wat credits kreeg, tot op de dag van vandaag. Dat zat Reed niet lekker. 'De rol van Bowie bij Transformer wordt overschat hoor', riep Reed, te pas en te onpas. En als Bowie soms anders beweerde, dan was die 'heel gemeen'. De relatie Reed/Bowie liep een beetje uit op een bitchfight.


De anekdote

En die mondde zelfs uit in een serieus handgemeen. Befaamde rockanekdote: in 1979 voegde Bowie Reed toe dat die eens wat beter zijn best moest doen. Reed schreeuwde 'don't you éver fucking say that to me', trok Bowie aan zijn shirt over de tafel en sloeg hem in zijn gezicht. Negen man waren uiteindelijk nodig om Reed van zijn (ex-) vriend af te trekken.


Huidige vriendschapsstatus

Volgens de laatste tellingen kan niemand zich momenteel 'vriend van Lou Reed' noemen. Maar aan oude koeien doen de heren ook niet. Op het concert ter ere van Bowies vijftigste verjaardag speelde Reed gewoon een nummertje mee. Heel toepasselijk, het nummer Dirty Boulevard.


Lou Reed (1942)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden