GROTE WOORDEN

Zou Bukman als voorzitter van de Tweede Kamer even krachtig optreden als hij begin jaren tachtig als eerste CDA-voorzitter deed, applaus bevelend en elke dissident subiet de mond snoerend?...

'Le Petit Juge', als bijnaam voor de Waalse onderzoeksrechter, zal langer blijven. Die kon ook gelden voor de bescheiden onderzoeksrechter die in de jaren zestig de hele top van Thessaloniki in het gevang kreeg na de moord op de politicus Lambrakis, zoals de liefhebbers van de film Z weten. Deze 'kleine rechter' verdween kort daarop tijdens het kolonelsbewind zelf achter de tralies.

'Een goede naam is beter dan goede olie', lezen we in Prediker (7,1), maar prettige bijnamen zijn schaars. 'Silly Billy' heette de broer van de Engelse koning George IV. Dat hij daar niet blij mee was, bleek toen hij als 64-jarige koning William IV werd. Hij riep meteen de Hofraad bijeen, keek deze hoogmogenden tartend aan en vroeg: 'Wie is nu Silly Billy?' Zijn bewind werd geen succes.

Even eerder had de essayist William Hazlitt een boos stuk tegen bijnamen geschreven, On Nicknames. Hij had een persoonlijke reden. Deze grimmige revolutionair was in 1818 'Gepukkelde Hazlitt' genoemd. Juist omdat hij zo'n gave bleke huid had, werd hij woedend. 'Geen welsprekendheid is kernachtiger dan een bijnaam, geen argument legt krachtiger het zwijgen op', schreef hij. En: 'Een bijnaam is de hardste steen die de duivel kan smijten naar de mens. Het schopt zijn zelfvertrouwen onderuit. Het stoort zijn redelijkheid. Het verlamt zijn trots. Door de ongunstige mening van anderen krijg je een slechte dunk van jezelf.'

De Engelsen waren gul met bijnamen. Zo kwam hun eerste Hannoverse koning George I met twee minnaressen in Londen aan. Een lange magere heette al gauw 'de Meiboom' en de breed gebouwde, in de traditie van de Britse horeca: 'The Elephant and Castle'. Minister-president Palmerston werd wegens een begrotelijk liefdesleven 'Lord Cupid' genoemd. Dat klonk toch aardiger dan de betiteling die de uitbundige prinsgemaal Hendrik in Den Haag kreeg: 'Varkens-Heintje'.

Premier Sir Robert Peel heette bij de adel minachtend 'Spinning Jenny' omdat zijn vader slechts kantoenfabrikant was, maar in Dublin werd hij door anti-Engelse Ieren 'Orange Peel' genoemd (sinaasappelschil). Premier Callaghan, een prettig gewoon man, heette afwisselend 'Sunny Jim', 'Big James' en 'Uncle Jim'.

Margaret Thatcher was 'Iron Lady' en Wellington 'IJzeren Hertog', wat evenzeer gold voor de te onzent minder populaire Alva. De IJzeren Kanselier was Bismarck, maar ook Adenauer ('der Alte') en in Nederland secretaris-generaal Mulder van Justitie. Attila de Hun werd in de vijfde eeuw gevreesd als 'de Gesel Gods'. Hitlers eerste minister van Oorlog Von Blomberg heette 'Der Gummilöwe', omdat hij zijn babyface altijd zo bars mogelijk zette.

De latere KVP-leider Romme werd al jong fractieleider in de Amsterdamse raad en kreeg daar 'de Baby' als bijnaam wegens zijn bolblozend gelaat. Een blijvertje werd - dank zij Wim Kan - 'de Teckel' voor Norbert Schmelzer. Maar 'Zwarte Dries' of 'het Taaie Reptiel' burgerde nooit echt in voor Van Agt. Lubbers heette alleen in eigen kring 'de Grote Baas' of spottend 'Pappie' (Gualthérie van Weezel). Toch wat anders dan 'Big Daddy' voor Idi Amin of 'Papa Doc' Duvalier (Haïti, opgevolgd door zijn zoon 'Baby Doc').

Bij de indianen vielen bijnaam en eigennaam vaak samen. In een recente biografie van de treurig gesneefde generaal George Custer ('Langhaar') stonden: Black Eagle, Black Elk (eland), Black Kettle, Crazy Horse, Bloody Knife, Dull Knife, Little Beaver, Little Raven, Lone Wolf, One Stab, Rain-in-the-face, Red Cloud, Red Hawk, Raging Bull, White Bull, White Horse en Yellow Bear. Historische namen dus.

Een bloemrijke traditie kennen ook de criminaliteit (De Zwarte Ruiter, Het Goede Heertje, Blonde Dolly, Magere Josje, Ali Cyaankali, Jack the Ripper, Mack the Knife, Jan met de Jatjes, De Zingende Rot) en de sport (Bahamontes, 'de Adelaar van Toledo').

Maar niet de politieke journalistiek. Ooit heb ik een vage poging gedaan door een Kamerlid als 'de Goudse Doodgraverszoon' aan te duiden. Niet sterk en de straf kwam spoedig. Enkele dagen later bereikte de redactie een onvriendelijk getoonzet schrijven volgens hetwelk de vader van het Kamerlid, een algemeen geacht begrafenisondernemer ter plaatse, onlangs was overleden.

Bijnamen kunnen onaardig zijn. Maar het kan nog erger. 'Weten jullie wat mijn bijnaam was op de middelbare school?', vroeg postbode Cliff in de tv-serie Cheers op een toch al depressief moment. Na een bange stilte: 'Ik had geen bijnaam.' Algemeen mededogen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden