Grote wens

Geen periode zo zwanger van verlangen als deze week, de aanloop naar Pasen. Lam en lentebloem zijn hier en het zomerfeest dient zich al aan. Zonder verlangen geen mooi leven. Maar hoedt u voor het vervullen van uw grootste wens. Dan rest slechts de leegte.

Straks haal ik haar op: de vrouw met wie ik het liefst door Parijs wandel. Dan gaan we al die dingen doen die we altijd doen: eerst het glas champagne thuis, de toastjes zalm, en dan lopen we naar ons 'meneertje', een Vietnamees in de Marais waar we al twintig jaar komen.


De eerste zinnen van Stadsliefde. Scènes in Parijs van Adriaan van Dis, staan bol van verlangen. Verlangen naar straks, als zij er is en haar aanwezigheid de stad kleurt waar hij woont. Normaal sjouwt hij in zijn eentje door de straten, 'eenling te midden van vreemden, een toestand die draaglijk is omdat kijken naar mensen me nooit verveelt': maar straks komt zij. En niet alleen kleurt ze de stad, ook geeft ze met terugwerkende kracht inhoud aan de stappen die hij zonder haar in Parijs heeft gezet. Alles wat ik tijdens die wandelingen alleen ontdek, zal ik later met haar delen. Zo verdubbel ik de lol en vergroten we het kleine. Parijs is ons samenspel.


Geen periode is zo zwaar van verlangen als deze, de aanloop naar Pasen. De exacte datum komt elk jaar als een verrassing - het enige dat vaststaat is dat Pasen ergens tussen 22 maart en 25 april valt - maar het gevoel is steevast blij, opgetogen en verlangend. Laat de hanen maar kraaien, de kippen leggen en de bloemen bloeien. Doei kouwe winter, hoi sappige lammetjes! We denken dat we in de aanloop zitten naar een nog veel heerlijker periode en dat het echte feest pas in de zomer losbarst. Dat is een misvatting. Verlángen naar de zomer - daar gaat niets boven.


Daarna gaan we verlangen naar de herfst.


Kennis

'We zijn altijd aan het verlangen', zegt filosoof Coen Simon. Deze week verscheen zijn boek Wachten op geluk. Een filosofie van het verlangen. 'Mensen denken vaak dat je kennis kan verwerven over jezelf en daarna op basis daarvan bedenkt wat je wilt, om dat dan ook keurig te gaan nastreven. Dat klopt niet. Het is eerder zo dat de wereld zich voortdurend aan je aanbiedt en dat je er vervolgens naar gaat verlangen. We projecteren onze ongedefinieerde wil op de dingen die zich toevallig aan ons voordoen.'


De wereld is geen etalage met begeerlijke waren waar je vervolgens hebberig je hand naar uitstrekt, zegt Simon. 'Je kunt de wereld beter zien als een dansvloer dan als een etalage. Er gebeurt op die dansvloer van alles, er klinkt muziek, mensen zijn in beweging. Wat jij doet op het moment dat je de dansvloer betreedt, hangt van die beweging af en van de mensen die je tegenkomt. Je bent niet in staat de hele situatie te overzien en dan je keuze te bepalen.


'Als mijn zoontje van drie zich verveelt, kent hij één verlangen: het verlangen ergens zin in te hebben. Dan schiet je met leuke dingen bedenken weinig op. Je moet iets doen. Pas als ik op dat moment langskom en een bal zijn kant op trap, is hij in staat zijn verlangen een bepaalde vorm te geven: hij trapt de bal terug. De verveling van mijn zoontje van 3 is dezelfde als de verveling van de dertiger die niet weet wat hij met zijn leven moet. Daarom is het flauwekul om van die dertiger te vragen waar hij over vijf of tien jaar wil staan in het leven. Dat kan die dertiger onmogelijk weten.'


Herinnering

Verlangen is het mooie, jonge en maagdelijke zusje van de herinnering. Alles kunnen we erop projecteren, want het verlangen wordt niet gehinderd door zoiets banaals als de werkelijkheid. De herinnering is veel minder vrij dan het verlangen. De herinnering sjouwt de waarheid met zich mee; ze kan haar wel een beetje oppoetsen, maar uitwissen laat de waarheid zich door de herinnering nooit.


Gelukkig dus maar dat er nog zoiets als verlangen bestaat.


Leve het verlangen!


Gek genoeg lijken de wijzen van de wereld daar heel anders over te denken.


'Verlang niet dat alles wat er gebeurt, precies zo gebeurt als jij dat wenst, maar wens slechts dat alles gebeurt zoals het nu eenmaal moet gebeuren, en je zult slagen in het leven', doceerde de Romeinse wijsgeer Epictetus in de eerste eeuw na Christus in zijn beroemde Zakboekje. Epictetus was een stoïcijn en dus zag hij de natuur als de kracht die alle dingen vormt tot wat ze zijn. Alles is door de natuur van tevoren vastgelegd, alles is voorzien; wijs is de mens die zich door de natuur laat leiden en zich door geen enkele emotie van de wijs laat brengen.


Waarheid

Zeshonderd jaar eerder had Siddhartha Gautama Sakyamjuni, alias 'de Boeddha', iets vergelijkbaars gezegd toen hij zijn Vier Edele Waarheden ontvouwde.


De Eerste Edele Waarheid ging over het bestaan van het lijden.


Geboorte, ouderdom, ziekte en dood zijn lijden.


Verdriet, boosheid, jaloezie, angst, spanning en wanhoop zijn lijden.


De afwezigheid van wat we liefhebben is lijden.


De aanwezigheid van wat we haten is lijden.


Verlangen is lijden.


Duidelijk nog nooit op zijn uppie door Parijs gekuierd, die Boeddha, spiedend naar nieuwe leuke plekjes om later trots aan zijn lief te showen.


Spinoza, de Nederlandse filosoof/lenzenslijper uit de 17de eeuw, lijkt ook al zo'n strenge jongen als het om verlangen gaat. In zijn roman Het raadsel Spinoza laat schrijver Irvin D. Yalom de jonge Baruch de Spinoza, roepnaam Bento, een Amsterdamse winkel in koloniale waren runnen. Spinoza doet zijn best en verkoopt netjes zijn rozijnen en wijn, maar liever zit hij achter de toonbank wat te schrijven in zijn dagboek. Op een dag komt Franciscus van den Enden binnen, leraar Latijn en Grieks. Hij vraagt aan Bento wat hij zoal schrijft. 'Eenvoudig over wat ik voor mijn etalage zie', antwoordt Spinoza.


Van den Enden draait zich om, om Bento's blik naar buiten te kunnen volgen. 'Moet u zien. Iedereen is in beweging. De hele dag reppen ze zich van hier naar daar en terug, en dat hun hele leven lang. En waartoe? Om rijkdommen te vergaren? Roem? Genot? Zulke doelen kunnen er toch alleen maar op duiden dat men verkeerde keuzen heeft gemaakt? Dat soort doelen kweekt andere doelen. Zodra een doel is bereikt, leidt dat alleen maar tot nieuwe behoeften. En dus tot meer haast en meer zoeken, en dat tot in het oneindige. Het ware pad naar onvergankelijk geluk moet eenvoudig elders liggen. Dat is wat ik denk, en daar schrijf ik over.'


Yalom legt de jonge Bento niet zomaar wat in de mond; alle uitspraken zijn gebaseerd op wat Spinoza heeft geschreven. In deel drie van zijn Ethica definieert hij verlangen als 'Begeerte of Drang om iets te bemachtigen (te bereiken), welke Begeerte door de herinnering aan de zaak wordt aangewakkerd en tezelfdertijd door de herinnering aan andere dingen, die het bestaan van de begeerde zaak uitsluiten, wordt belemmerd'.


Droefheid

Verlangen is uiteindelijk Droefheid, schrijft Spinoza in de toelichting op zijn definitie, want 'wanneer wij ons dus iets herinneren, dat een of andere soort van Blijheid in ons opwekte, zullen wij er vanzelf naar streven om de zaak met dezelfde aandoening van Blijheid als aanwezig te beschouwen; welk streven dan weer onmiddellijk wordt belemmerd door de herinnering aan dingen, die haar bestaan uitsluiten.'


Toch kun je niet concluderen dat Spinoza met verlangen weinig op had, zegt filosoof en Spinoza-kenner Miriam van Reijen. Het hangt er uiteraard vanaf hoe hoe je verlangen definieert; maar je zou kunnen stellen dat verlangen volgens Spinoza de drijfveer achter alles is.


Van Reijen: 'Elk wezen wordt gedreven door de wens om voort te bestaan, sterker te worden, om te groeien en dingen te begrijpen. Die drift is het begin van alles, en hij is er altijd. Het is niet zo dat jij opeens een doel in je hoofd krijgt of bedenkt: goh, laat ik eens gaan verlangen naar de zomer, of naar de komst van iemand die ik leuk vind. Het is puur deterministisch: je wordt naar iets of iemand gedreven. En op het moment dat je je van die drift bewust wordt, spreek je van verlangen. Dan zeg je: ik wil de zon in. Ik wil dat het zomer is. Ik wil naar mijn geliefde toe. Willen of verlangen zijn, zegt Spinoza, alleen maar woorden die wijzen op het werkzaam zijn van die drift in jou.'


Kracht

Verlangen is ook een belangrijk ingrediënt van wat Spinoza de kracht van de 'intuïtieve kennis' noemt. Van Reijen: 'Een voorbeeld: iedereen weet dat roken slecht is, maar die wetenschap alleen is niet genoeg om jou te laten stoppen met roken. Daarvoor moet die kennis intuïtief worden: je moet het weten op een manier die verinnerlijkt is, die beladen is met een verlangen; met de lust om bergen te kunnen beklimmen of een gezond kind te baren. Een student kan best snappen dat hij hard moet werken, maar snappen alleen is niet genoeg. Om ook echt aan de slag te gaan is er een innerlijke drang nodig, het verlangen naar een diploma, de wil om te leren.'


Zo bezien is verlangen niet negatief of positief; het is er gewoon. Alleen wanneer het verlangen zich richt op de drie dingen waar de meeste mensen hun hele leven achteraan lopen - bezit, eer en genot - loopt de verlanger volgens Spinoza een risico, omdat dat allemaal vergankelijke zaken zijn. Bovendien willen de verlangens van de een nog wel eens botsen met de verlangens van de ander. 'Niet alleen jij wilt groeien en voortbestaan, dat wil iedereen', zegt Van Reijen. 'Je zult dus constant aanlopen tegen iets anders dat zich ook aan het doorzetten is en dat voor jou een obstakel vormt. Altijd zul je worden geconfronteerd met dingen die je in de weg zitten. Qua verlangens ben je nooit alleen.'


Tijd

Verlangen doe je naar iets dat van je verwijderd is, in tijd of in ruimte of in allebei. Als tijd en ruimte niet zouden bestaan, was er ook geen verlangen - de enkeling die er echt in slaagt te leven in het hier en nu, is misschien tevredener met zijn bestaan dan de hunkerende rest, maar hij mist ook een mooi gevoel. Neem het verlangen naar de liefde. Bestaat er iets lekkerders dan op weg zijn naar een geliefde die je al een tijdje hebt gemist? Griezelig is het ook; je gaat er van uit dat je die geliefde op enig moment wel bereikt, maar helemaal gerust ben je er niet op. Die onzekerheid wakkert het verlangen alleen maar verder aan.


Paniek

In De Mandarijnen van Simone de Beauvoir reist een van de hoofdpersonen, psychiater Anne Dubreuilh, van Frankrijk naar Chicago om haar geliefde te bezoeken, schrijver Lewis Brogan. Anne heeft Lewis een jaar niet gezien. Onderweg valt een van de motoren van het vliegtuig uit. Haar verlangen slaat om in paniek.


Ik wist het: nooit zal ik hem terugzien, bedacht ik toen het vliegtuig boven de oceaan rechtsomkeert maakte.


Het vliegtuig maakt een tussenlanding en krijgt een lekke band. Nadat die gerepareerd is, komt het toestel in onweer terecht en moet het uitwijken naar Nova Scotia.


Ik had de indruk dat de rest van mijn leven in beslag zou worden genomen door het rond de aarde draaien en het eten van koude kip.


Uiteindelijk komt het vliegtuig toch nog keurig aan. Anne neemt een taxi maar kan zich opeens Lewis' huisnummer niet meer herinneren. Ze noemt een nummer dat niet bestaat en laat zich heen en weer rijden door de lange straat. Ze weet nu nog zekerder dan eerst dat ze haar geliefde nooit meer gaat terugzien. Opeens ziet Anne Lewis' huis.


'Ik riep: 'Stop! Stop! Het is hier.'


'Dat is nummer 1112', zei de chauffeur.


'1112: dat is het!'


Ik sprong de taxi uit en in het lichtende vierkant van een raam zag ik een voorovergebogen silhouet; hij wachtte; hij wachtte me op, hij kwam aangesneld, hij was het echt en zijn armen smoorden me: 'Anne!'


'Lewis!'


'Eindelijk! Ik heb zo gewacht! Wat duurde het lang!'


Leegte

De vervulling van het verlangen kan heerlijk zijn, eventjes. Maar na de vervulling is er leegte, die we vullen met verlangen naar het verlangen dat voorbij is. Welke wandelingen zouden Van Dis het dierbaarst zijn? De wandelingen met zijn geliefde, als ze eindelijk bij hem is en hij haar zijn nieuwste ontdekkingen kan laten zien; of stiekem toch de wandelingen die hij op zijn eentje maakt, zonder haar, maar wel met het verlangen naar hun samenzijn in zijn hoofd?


Blijdschap

'Als we precies bereiken wat we al die tijd dachten te verlangen, trappen we het verlangen op zijn staart', zegt Coen Simon. 'Wanneer we een topsporter huilend zijn gouden medaille zien kussen, noemen we dat tranen van blijdschap. Maar het zijn tranen omdat hij zich nu pas realiseert dat zijn verlangen veel groter is dan wat de wereld hem ooit kan bieden; de medaille was alleen maar de enige tastbare voorstelling ervan. Wat wij voor een doel aanzien, is niet het echte doel, al impliceert het bestaan van een weg erheen wel dat het doel bereikbaar is. Maar dat is het niet. Er zit een grote treurnis in het bereiken van wat je wilt, omdat je daarna nog steeds blijft verlangen. Alleen weet je niet meer waarnaar.'


De grote truc is: zorgen dat je het object van je verlangen nooit helemaal verovert, zodat je telkens van voren af aan kunt beginnen. Adriaan van Dis, in Stadsliefde:Nu al weet ik achter welke lantaarnpaal ik me straks op het Gare du Nord zal verstoppen, om al die Hollanders die uit de trein stappen niet te hoeven zien. En ze zal me quasi niet vinden, al loopt ze recht op me af. In de herhaling ligt het geluk.


Wilma de Rek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden