REPORTAGE

Grote vuurvlinder: koningin van het moeras en prinses op de erwt

Honderd jaar geleden werd de zeldzame grote vuurvlinder ontdekt. De Weerribben is een van de laatste plaatsen waar het beestje zich thuisvoelt.

Rik Nijland
De rups van de grote vuurvlinder is te vinden op waterzuring. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant
De rups van de grote vuurvlinder is te vinden op waterzuring.Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

'Ah, vraatsporen, dat is veelbelovend', zegt Henk de Vries van De Vlinderstichting bij waterzuringplant 704. Tijdens de vorige inspectieronde bleek dat op deze plant twee rupsen van de grote vuurvlinder de winter hebben doorstaan. De meetlat gaat er langs: allebei 18 millimeter. 'De vorige keer waren ze 11 en 12', bladert collega René Manger terug in de administratie van het onderzoek naar de overleving van de rupsen. 'Flink gegroeid'.

Voor deze jonkies van een van de zeldzaamste diersoorten van Nederland zijn we naar de Weerribben in de kop van Overijssel gereden, hebben we geschuild voor een hoosbui en een half uur door het laagveenmoeras gevaren. En dan is het resultaat, zelfs voor rupsen, niet spectaculair. Misschien is de grote vuurvlinder de Nederlandse panda, maar het valt niet mee om in vervoering te raken bij een soort groene naaktslakjes die nauwelijks opvallen tegen het bladgroen.

In juli, verzekert Manger, ligt dat anders. Dan ontpopt de onooglijke rups zich tot een sierlijke, feloranje vlinder, de koningin van het moeras én een prinses op de erwt. Vanwege hun specifieke eisen zijn de vlinders nooit talrijk. Ze moeten het hebben van dichtgroeiende laagveensloten, met waterzuring voor de rupsen op een warme plek, met wat riet om de wind te breken, het juiste waterpeil en met nectarplanten als kattenstaart, kale jonker en moerasrolklaver in de buurt. En dan zijn de mannetjes ook nog zo afgunstig dat ze elkaar hun territorium uitjagen.

Luciferdoosje

'Ik kom nu vijftien jaar in de Weerribben', zegt Manger. 'Het aantal keren dat ik een grote vuurvlinder heb gezien, is op de vingers van een hand te tellen. Dat is dan wel echt kicken, een fantastische verschijning'.

Honderd jaar geleden werd de vlinder ontdekt in het Friese Scherpenzeel, een tiental kilometers verderop. Schoolmeester en natuurliefhebber Meerten Warmolts stuurde in de zomer zijn leerlingen naar buiten om vlinders te verzamelen. De vangsten stuurde hij naar Rudolf Polak, de beheerder van het insectarium van Artis. Uit een luciferdoosje kwam een eeuw geleden een wat verkreukelde oranje vlinder tevoorschijn: Chrysophanus dispar, de grote vuurvlinder, nooit eerder gezien in Nederland, althans niet door vaderlandse wetenschappers, vast wel door de boeren, veenarbeiders en rietsnijders in het grensgebied van Overijssel en Friesland.

In de landen om ons heen woedde in 1915 de Eerste Wereldoorlog, maar in Amsterdam werd een klein feestje gevierd. 'Terwijl de dikke Bertha's bulderden', schreef Polak, 'was mijn ontdekking zeker wel de meest sensationeele, die ik ooit had gedaan.' Vooral omdat de Nederlandse grote vuurvlinders qua uiterlijk sterk afwijken van hun Europese soortgenoten.

Wel was er een opvallende gelijkenis met een speciale ondersoort uit Groot-Brittannië. Die was echter al in 1864 uitgestorven, mede door de tomeloze verzameldrift. Vlinders opspelden was een rage onder de Britse elite.

Henk de Vries en René Manger van De Vlinderstichting controleren in de Weerribben de groei van de rupsen van de grote vuurvlinder. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant
Henk de Vries en René Manger van De Vlinderstichting controleren in de Weerribben de groei van de rupsen van de grote vuurvlinder.Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Vlinderrazzia's

De vrees dat deze 'vlinderrazzia's', zoals Jac P. Thijsse de strooptochten van de liefhebbers aanduidde, zouden overslaan naar Nederland was niet denkbeeldig. De grote vuurvlinder werd in Engeland beschouwd als nationaal pronkstuk, en dat was nu plots in Nederland herrezen. Op verzoek van Polak werden daarom de etiketten met de vindplaats van de eerste exemplaren in het nationaal natuurhistorisch museum met de beschreven kant naar onderen aan de spelden gestoken.

De ontdekking van de vuurvlinder een eeuw geleden markeert de geboorte van de vlinderbescherming in Nederland, stelt Volkskrantjournalist Caspar Janssen in het boekje Het veen, de vlinder en de openbaring, dat op 30 juni verschijnt 'De grote vuurvlinder was de eerste vlinder die niet alleen verzamel- maar ook beschermingsreflexen opriep.'

Dat is nodig; de grote vuurvlinder is ernstig bedreigd. De Weerribben vormen het belangrijkste bolwerk; daarnaast komt de vlinder alleen nog voor in natuurgebied de Rottige Meente. Nu de grote vuurvlinder zijn honderdjarig jubileum viert, hoopt De Vlinderstichting een plan te realiseren om het leefgebied te vergroten: door herkolonisatie van De Wieden. Acht jaar geleden legde de vlinder in dit moerasgebied het loodje.

Bij het dorpje Dwarsgracht moet in samenwerking met Natuurmonumenten een vuurvlinderparadijs ontstaan met veenmosrietland, nauwe slootjes, voldoende nectarplanten en aangeplante moeraszuring. De Vries experimenteert nu al in zijn achtertuin met het verplanten van zuring. 'In de beginfase willen we niet het risico lopen dat die onvoldoende aanslaat. Dat is toch een beetje een toevalstreffer, daar willen we niet van afhankelijk zijn. Dan maar tuinieren.'

Overlevingskansen

Ook wil De Vlinderstichting dat er een moerassige verbindingszone komt van 4 kilometer lang en tot 600 meter breed om de Weerribben en de Wieden te verbinden. 'Dat is een veel robuustere situatie dan twee losse populaties vlinders, zo zijn de overlevingskansen veel groter', aldus De Vries. 'Ook dieren als otter, ringslang en zilveren maan, een andere zeldzame moerasvlinder profiteren daarvan'.

Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn enthousiast, maar uiteindelijk moet de provincie Overijssel de knoop doorhakken of het miljoenen wil vrijmaken voor een nationale trots.

Op 12 juni wordt een tentoonstelling over de vlinder geopend in het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer in de Weerribben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden