Grote vreugde, hoewel trage baan de bob te veel afremt

SOTSJI - Spiegelende ijzers, een glimmende bobslee, gevijlde nagels met gelakte olympische ringen. Pilote Esmé Kamphuis en remster Judith Vis hadden zich tot in de puntjes voorbereid op een olympische stunt. En al liepen ze een bronzen medaille net mis, ze vierden feest. 'Deze vierde plaats voelt als een halve bronzen plak', zei Kamphuis.


Alleen Canada en twee Amerikaanse ploegen daalden sneller door het relatief trage ijskanaal van 1.500 meter, dat zeventien bochten bevatte. Met een vijfde, vierde, vijfde en tweede plaats in vier afdalingen bewezen de gedreven vriendinnen dat ze tot de wereldtop behoren. Vorig jaar werden ze samen zesde bij de WK bobsleeën. Kamphuis eindigde vier jaar geleden in Vancouver als achtste met een andere partner.


Kamphuis: 'Er zijn maar twee landen beter dan wij. We zijn het beste Europese team en geen Nederlandse bobsleeploeg is ooit hoger geëindigd bij de Spelen dan wij. We hebben hier echt laten zien wat we kunnen.'


Het duo had misschien zelfs hoger kunnen eindigen, gezien de snelheid van de bobslee en het stuurwerk van Kamphuis. Maar het lukte ze niet om net zo snel te starten als de twee Amerikaanse teams. Die boekten hun voorsprong vrijwel volledig dankzij de snelle start van recent geworven topsprinters, zoals olympisch kampioen Lauryn Williams.


Kamphuis: 'Ze starten bijna net zo snel als sommige mannenteams. Dat verschil kun je op een trage baan als deze nooit meer goed maken.' De vuistregel in bobsleeën luidt dat eentiende seconde tijdwinst bij de start aan het eind van de afdaling al gauw drietiende seconde voordeel oplevert. De Amerikanen wonnen per afdaling tussen 0,1 en 0,2 seconde op Kamphuis en Vis.


Het duo heeft hard gewerkt aan het verbeteren van de start. Na de zesde plaats bij de WK bobslee, vorig jaar, begrepen ze dat ze sneller moesten vertrekken om zich te kunnen meten met de topteams. Ze zegden hun banen als verloskundig arts en chemisch analist op. Ze trokken naar sportcentrum Papendal. Met drie andere kandidaat-remsters onderwierpen ze zich aan een strikt trainingsregime, dat ze explosiever en krachtiger moest maken.


De methode had het gewenste resultaat. Kamphuis kwam 5 kilo spieren aan en bleek sneller geworden. Vis kwam gehard uit de concurrentiestrijd met de drie andere remsters, die werd beslist op fracties van seconden.


De nuttige zomer vertaalde zich niet meteen in goede resultaten. Kamphuis was volgens bondscoach Nicola Minichiello te afhankelijk van geworden van allerlei startrituelen. Ze besteedde wel een uur aan concentratieoefeningen. Ze nam een afdaling eindeloos door in haar hoofd. Ze zocht houvast in die 'mind runs', maar het bleek schijnzekerheid. Kamphuis: 'Mijn redenering was: mocht ik crashen dan valt me niets te verwijten. Dan heb ik er alles aan gedaan om het goed te laten gaan.


Met Minichiello bracht ze de concentratieperiode terug tot 10 minuten, vlak voor de start. Dat voelde naar verloop van tijd prettiger. Ze bleek zichzelf ook in kort tijdsbestek te kunnen voorbereiden op wat zij de grote uitdaging noemt voor elke bobsleepiloot.


Kamphuis: 'Je moet jezelf opladen en een soort oermens worden, die een slee van 170 kilo 5 seconden keihard kan aanduwen. Maar vervolgens moet je in één ademteug rustig zien te worden, ondanks je hartslag van 180 slagen per minuut, omdat je de slee tot op de millimeter nauwkeurig door de baan moet sturen. Die omschakeling maakt de sport zo mooi.'


Kamphuis ziet parallellen tussen het bobsleeën en haar werk als verloskundig arts. Ze weet dat het vreemd klinkt, maar ze is met het ijskanaal haast net zo vertrouwd als met het geboortekanaal. Ze schat dat ze 800 keer is afgedaald in een bobslee en als arts 600 baby's heeft gehaald.


'Als je eenmaal een bobbaan ingaat, is er geen weg terug. Dat is met een bevalling net zo. Natuurlijk hoop je dat alles gaat zoals je wil, dat een moeder bevalt van een kind zonder ergens last van te hebben. Maar net als in de bobslee gaat er soms even iets mis. Dan moet je heel snel en adequaat handelen. En rustig blijven.'


In Sotsji daalde Kamphuis vooral de tweede dag moeiteloos. Ze ervoer de trance waarnaar ze eerder dit seizoen soms krampachtig zocht, een vorm van alertheid en diepe concentratie waar ze met nog geen 'zes vuurwerkbommen' uitgehaald kan worden.


Die sensatie deed haar zelfs twijfelen aan haar voornemen de bobslee vaarwel te zeggen. Kamphuis (31) vindt eigenlijk dat het na acht jaar bobsleeën tijd is voor een opleiding tot gynaecologe. Maar ze heeft het idee dat ze nog steeds beter wordt. 'Als iemand me in de zomer had gezegd dat ik hier vierde zou worden, had ik verwacht hier zwaar depressief te staan. Maar ik heb eigenlijk zin om door te gaan.'


Dat zal met een andere remster moeten, want Vis stopt zeker. De 33-jarige chemisch analiste ziet de vierde plaats als een perfect einde van haar sportloopbaan. Tien jaar geleden scheurde ze als veelbelovend hordenloopster een achillespees. Ze ging ervan uit dat ze de Olympisch Spelen nooit meer zou halen, totdat Kamphuis haar naar de bobslee haalde. Vis: 'Dit is een hele mooie afsluiter.'


Esmé Kamphuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden