Grote tentoonstelling in Rome gewijd aan stillevens uit zeventiende eeuw Caravaggio bracht 'natura morta' tot leven

In het Conservatorenpaleis op het Capitool in Rome is te zien dat niemand minder dan Caravaggio het stilleven leven heeft gegeven....

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

De grote Romeinse tentoonstelling, de eerste in haar soort in Italië sinds ruim dertig jaar, wil inzicht geven in de ommekeer die Caravaggio teweeg heeft gebracht op het gebied van de schilderkunst van het stilleven. Uit musea en particuliere collecties zijn 61 bekende en onbekende werken bijeengebracht, daterend van de laatste jaren van de zestiende eeuw tot rond 1630. Sommige waren tot nu toe alleen bekend van reprodukties.

Het genre werd herontdekt in de renaissance en bereikte, dankzij Vlaamse meesters als Pieter Aertsen en Joachim Beuckelaer, grote hoogte. Van Beuckelaer hangt op de Romeinse expositie de Vismarkt, een levendig en moralistisch schilderij vol vissen en marktbezoekers, dat al vier eeuwen deel uitmaakt van de collectie Farnese.

Aan het eind van de zestiende eeuw kreeg het stilleven een nieuwe dimensie toen een jong genie uit Milaan zich erop stortte: Michelangelo Merisi, alias Caravaggio. Volgens de kunstcriticus Mina Gregori is Caravaggio op zijn beurt beïnvloed door de absolute meester, in wiens werk hij hevig geïnteresseerd was: Leonardo da Vinci.

Het gros van de expositie in het Conservatorenpaleis is ondergebracht in de Zaal van de Horatii en Curiatii. De muurschilderingen van deze zaal over de oudste geschiedenis van Rome zijn van Caravaggio's leermeester, Cavalier Giuseppe Cesari d'Arpino. In diens atelier heeft Caravaggio zijn eerste grote stillevens gemaakt.

Op de tentoonstelling zijn schilders uit de Lage Landen vertegenwoordigd, de jonge Caravaggio zelf - met als grote afwezige zijn baanbrekende Fruitmand, een werk dat de Pinacoteca Ambrosiana in Milaan niet heeft willen uitlenen - en Italiaanse schilders van vlak vóór en vlak na Caravaggio. Aan het eind van de zestiende eeuw werkte een aantal belangrijke Hollandse, Vlaamse en Duitse stillevenschilders tijdelijk in Rome of Milaan. Een van hen was de Brusselaar Jan Brueghel. Op de expositie hangen twee bloemenvazen van hem. Voor een daarvan werd hij door zijn opdrachtgever, kardinaal Federico Borromeo, beloond met de tegenwaarde in geld van het kostbare juweel dat hij onder de bloemen had geschilderd.

De Haarlemmer Floris van Dijck, die rond 1600 het atelier van de Cavalier d'Arpino frequenteerde, is aanwezig met een fabuleus stilleven uit het Frans Halsmuseum van twee aangesneden oude kazen, diverse vruchten en noten, een broodje waar je zó in zou willen happen, een appelschil. Op tafel ligt een kleed van rood damast, en daarop een net gestreken kleedje met een geraffineerd patroon en een rand van ragfijn kant.

Intrigerend zijn de 'stillevens' van Giuseppe Arcimboldi en Francesco Zucchi: hoofden die geheel zijn opgebouwd uit vruchten en groenten. Ze zijn een stuk minder minutieus dan de Vlaamse stillevens. Het geldt ook voor Caravaggio's eigen stillevens. Zijn vernieuwingen schuilen vooral in de behandeling van licht, de naturalistische aanpak en de sensuele sfeer.

Op de expositie hangen drie Caravaggio's, de ene nog beroemder dan de andere. Het zijn alle drie halve jongensfiguren met vruchten of bloemen. Il fruttaiolo is een jongen die de toeschouwer een mand vol net geplukt fruit wil verkopen. Net als Il Bacchino malato (Ziek Bacchusje) behoorde het tot de collectie van de Cavalier d'Arpino, die in 1607 door paus Paulus V Borghese in beslag werd genomen.

Het zieke Bacchusje is de mascotte van de tentoonstelling. Het is een zelfportret van Caravaggio: bleek gezicht, bloedeloze lippen, een klimop-krans op het hoofd, in de handen een tros witte druiven, symbool van de verrijzenis. Voor hem op tafel liggen perziken en een tros zwarte druiven, symbool van de dood. Hoe men dit schilderij ook interpreteert, er gaat een grote ontroering van uit.

De Jongen die gebeten wordt door een hagedis is een onnavolgbare mix van actie en stilleven. De jongen, die een bloem in zijn pijpekrullen heeft, maakt een gebaar van schrik en pijn. Hij is net gebeten door een hagedis, die uit vruchten en bloemen te voorschijn is gekropen. In de glazen bloemenvaas is een lichtend raam weerspiegeld.

Velen van de pittori caravaggeschi, schilders in de stijl van Caravaggio, zijn ondanks de kwaliteit van hun werk anoniem. Alleen dat al bewijst hoe weinig er nog van dit genre bekend is. Een van de grootste naamlozen is de Meester van Hartford, genoemd naar de stad in Connecticut waar een schilderij van hem hangt. De leidende Italiaanse criticus Federico Zeri meent in zijn uitmuntende werk - twee van zijn doeken zijn te zien in het Conservatorenpaleis - de hand van Caravaggio zelf te hebben ontdekt.

Het stilleven in de tijd van Caravaggio, t/m 14 april in het Palazzo dei Conservatori op het Capitool in Rome. Di-zo 9 tot 19 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden