Grote onbekende

Producent Rick Hall had met zijn label FAME goud in handen. Oud werk, nimmer uitgebracht, is nu wel te horen. Wat is er gebeurd?

Een plaatsje in de staat Alabama dat in de jaren zestig nog geen tienduizend inwoners telde, dat is Muscle Shoals. Toch is het een van de belangrijkste plekken uit de geschiedenis van de soulmuziek. Zoals Detroit Motown had en Memphis Stax, zo had Muscle Shoals FAME Records, gerund door de inmiddels 81-jarige Rick Hall.


Het gekke is alleen dat waar de geschiedenis van Motown en Stax vaak is verteld in documentaires en vooral boeken, FAME Records altijd onderbelicht is gebleven. Tot voor kort dan, want vorig jaar verscheen de inmiddels op dvd verkrijgbare documentaire Muscle Shoals.


Die voorzag in een grote leemte die vooral de laatste paar jaar voelbaar werd. Sinds pakweg 2011 is het Britse in heruitgaven gespecialiseerde kwaliteitslabel Ace bezig de FAME-archieven te ontsluiten. De ene na de andere prachtcompilatie met composities van Dan Penn en Spooner Oldham, hits van Clarence Carter, superieure southern soul ballades van Candi Staton is inmiddels verschenen. Uiteraard met zeer verhelderende, rijk geïllustreerde hoesteksten, want er verschijnt bij Ace al meer dan dertig jaar geen plaat zonder een goed gedocumenteerd begeleidend verhaal.


Maar hoe goed verteld ook in bijvoorbeeld de box The Fame Studios Story, in het levensverhaal van producer Rick Hall en zijn kleine studio, waar tussen 1961 en 1973 de mooiste soulmuziek ter wereld werd opgenomen, bleven onduidelijkheden bestaan.


Wat is dat voor een man, die Rick Hall? Waardoor werd hij gedreven en werd hij echt zo bedrogen door Atlantic-baas Jerry Wexler?


Hall werd uitstekend geportretteerd in Peter Guralnicks onvolprezen geschiedenis Sweet Soul Music, maar dat was al in 1986. Daarom alleen al is het zo goed dat hij in de door Greg Camalier gemaakte film Muscle Shoals zo uitvoerig zijn verhaal kan doen, aangevuld met de herinneringen van een songschrijver als Dan Penn, sessiemuzikanten en artiesten als gitarist Jimmy Johnson, Aretha Franklin, Clarence Carter en Atlantic-baas Jerry Wexler.


Hall blijkt een getroebleerd leven achter de rug te hebben waarin muziek vaak zijn enige troost en uitlaatklep was. Hij had een uitstekend oog en oor voor talent en wist met gortdroge, eenvoudige arrangementen en vooral een stel uitstekende muzikanten een eigen sound neer te zetten, die al snel vanuit het zuiden naar New York overwaaide.


Het verhaal van de enige sessie die Aretha Franklin in de FAME-studio's deed, is niet alleen relevant omdat zij hier, dankzij het pianoloopje van Spooner Oldham met I Never Loved A Man (The Way I Love You) haar eerste grote hit en mooiste nummer maakte. Er werd ook de kiem voor een jarenlange vete tussen Jerry Wexler en Rick Hall gelegd. Wexler vertrok met Aretha Franklin een dag na de opnamen van het baanbrekende liedje en nam de tape mee. Hij kwam nooit meer terug in de FAME-studio, maar haalde wel de sessiemuzikanten naar New York. En dat niet alleen. Mede om Hall te sarren investeerde hij in een eigen nieuwe studio voor Halls sessiemuzikanten in Muscle Shoals.


Waarom die twee zo in onmin raakten, wordt uit de documentaire niet helemaal duidelijk. Ontroerend is de verzoening met zijn weggelopen muzikanten, die in hun Muscle Shoals-studio Wild Horses van de Rolling Stones (1971) en Kodachrome van Paul Simon (1973) opnamen.


Waar sinds die jaren Muscle Shoals wordt genoemd, betreft het dus meestal deze door Wexler medegefinancierde studio - en niet de aan de andere kant van het plaatsje gelegen FAME-studio's.


Dat daar sinds Arthur Alexanders You Better Move On (1961) prachtige tijdloze soulmuziek is opgenomen, blijkt uit de documentaire en het is aan het Britse Ace-label te danken dat het meeste daarvan inmiddels goed verkrijgbaar is.


Los van de singles die wel werden uitgebracht, waarvan de eerste 26 met hun b-kantje verzameld staan op het twee weken geleden verschenen eerste deel van The Complete Fame Series, blijkt Hall meer muziek niet te hebben uitgebracht.


Onderzoek van Ace leidde al tot drie prachtige Hall Of Fame compilaties met zeldzaam en vooral onuitgebracht FAME-materiaal. Ook de drie (!) cd's met voornamelijk niet eerder uitgebrachte eigen vertolkingen van liedjes die een van Halls componisten George Jackson schreef voor derden, zijn niet te versmaden.


In dat piepkleine plaatsje in Alabama is een schat aan prachtige muziek gemaakt, waarvan de omvang nog altijd niet volledig vaststaat. Dankzij de documentaire en de prijzenswaardige inzet van Ace mogen we het FAME-label eenzelfde belang toekennen voor de soulgeschiedenis als de labels Stax en Motown.


Het mooiste van FAME Records op Ace


The FAME Studios Story 1961-1973, het drie cd's tellende boxje met boekwerkje waarmee het label Ace in 2011 een begin maakte aan de reeks FAME-uitgaven biedt een compleet overzicht.


Behalve opnamen die daadwerkelijk bij FAME verschenen, staan er ook liedjes op die wel in de studio werden opgenomen, maar door bijvoorbeeld Atlantic werden uitgebracht, zoals Arthur Conleys Sweet Soul Music en Aretha Franklins doorbraak I Never Loved A Man (The Way I Love You).


Een belangrijke aanvulling op deze box vormen de drie tot nu toe uitgebrachte Hall Of FAME-cd's. Vooral op het eerder dit jaar verschenen derde deel doe je bijzondere ontdekkingen (Roy Lee Johnsons Ain't Nothing Good About Being Lonely).


Songschrijvers Dan Penn en George Jackson namen veel liedjes als 'instructiemateriaal' op, voordat ze die aan artiesten van Hall aanboden. Onmisbaar voor iedere soulfan is de Fame Recordings-cd van Dan Penn, die twee jaar geleden verscheen. Hij ontpopt zich als een geweldige, veelzijdige soulzanger, meer nog dan op de wel verschenen singles.


Bijzonder is een van de weinige recente vinyluitgaven van het label, de vorige week speciaal voor Record Store Day uitgebrachte dubbel-lp Slip Away: The Ultimate Clarence Carter 1966-1971.


Carter zullen we nog veel tegenkomen op de twee nog te verschijnen dubbel-cd's in de reeks The Complete FAME Singles, waarvan het eerste deel sinds een paar weken in de winkels ligt.


Ook zijn voormalig echtgenote Candi Staton zal daarop te horen zijn. Zij heeft met Evidence: The Complete FAME Records Masters misschien wel de mooiste FAME-compilatie van Ace op haar naam staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden