Grote invloed politiebonden ligt besloten in korpscultuur

Het conflict bij de Rotterdamse politie zit muurvast. Vakbonden en ondernemingsraad weigeren het gezag van korpschef Brinkman te aanvaarden. De hoofdcommissaris moet van het toneel verdwijnen, vinden zij....

JELLE BRANDSMA

Van onze verslaggever

Jelle Brandsma

ROTTERDAM

Korpschef Brinkman is niet van zins te wijken. De vakbonden dreigen daarom met acties. Volgende week peilen de bonden de opvattingen van de Rotterdamse agenten.

Het komt zelden voor dat een ondernemingsraad of vakbond een directeur de laan uit stuurt. Maar de vakbonden in de Nederlandse politiesector hebben grote invloed. Die ligt besloten in de geschiedenis en bedrijfscultuur van de politie. 'Op de politieopleiding was de invulling van het lidmaatschapsformulier van de vakbond bijna een vanzelfsprekende bijkomstigheid. Iedereen deed het, en het paste bij de discipline van het vak', zegt een oud-bestuurder van een grote politiebond. Daarom zijn minstens vier van de vijf agenten lid van een bond.

Bij de politie bestaat er een grote spanning tussen de vrijheid op straat en de bureaucratie op het bureau. Een agent moet op straat zelf beslissen over bijvoorbeeld het geven van een bekeuring of een waarschuwing. Binnen de muren van het politiebureau is hij onderdeel van de rangen en standen van de politiehiërarchie. Een agent heeft daarom grote behoefte aan een kracht van buiten die zijn belangen op het bureau in de gaten houdt, menen ingewijden.

Een ex-bestuurder: 'Agenten voelen zich heel erg verantwoordelijk voor de samenleving, en hun eigen positie komt op het tweede plan. Bonden kregen daardoor alle ruimte, en die hebben ze nooit meer losgelaten.'

'In de politiebranche zijn de bonden altijd echte vákbonden gebleven; bestuurders bemoeiden zich met de inhoud van het werk, de ethiek van het vak en het onderwijs, en waren niet alleen geïnteresseerd in arbeidsvoorwaarden', zegt L. van der Linden. 'Dat is nog steeds zo, en daarom zijn ze zo fel bezig met de positie van de korpschef.' Van der Linden was tot vier jaar geleden voorzitter van de Nederlandse Politiebond en is nu adviseur arbeidsverhoudingen. Zijn cliëntèle bestaat voor het grootste deel uit hoofdcommissarissen.

Van der Linden: 'De politie was heel lang een gesloten organisatie. Men zocht bescherming bij elkaar en de bond.' De vakbonden kregen niet alleen een sterke positie door de strikte hiërarchie op het politiebureau, zij waren ook vaak een schakel tussen de buitenwereld en de politieorganisatie. 'Informatie komt niet of nauwelijks naar buiten. Bonden fungeren vaak als spreekbuis voor bijvoorbeeld journalisten en oordelen over de inhoud van het politiewerk', aldus de ex-bestuurder.

'Ik heb hele betogen gehouden over bijvoorbeeld voorkoming van misdrijven. Oordelen over dergelijke onderwerpen heeft niet veel met vakbondswerk te maken, maar geeft de bond status. Het paste ook bij ons streven naar verburgerlijking van de politie, naar meer openheid. Als het korps niets wilde zeggen, deden wij het wel', aldus Van der Linden.

Heerst er bij de politie een praatcultuur? W. Drieman trainde jarenlang ondernemingsraden en kaderleden van politiebonden. Hij zegt: 'Ik denk dat er bij de politie meer gepraat wordt dat elders. Dat heeft met het type werk te maken. Tussen de bedrijven door zitten agenten in de wachtruimte, in de kantine of in de auto, en dan praten ze.' Volgens hem wordt er bij de politie niet overdreven veel vergaderd. 'Ook in het bedrijfsleven heb je commissies en werkgroepen. Daar duurt het vaak ook een jaar voordat er een ingrijpende beslissing is genomen.'

De hoogleraar politierecht J. Naeyé: 'Agenten praten de hele dag met elkaar. Alles kan uitgekauwd worden. Ze beseffen dat er een baas moet zijn, maar hebben daar liever niet veel mee te maken. Ik heb wel eens de indruk dat ze vinden dat hun baas niks weet van het vak.' Agenten zijn eigenwijs, vindt Naeyé.

Het is volgens Drieman 'uniek' dat een verschil van mening bij de politie zo drastisch tot ontlading komt als in Rotterdam. Hij heeft een duidelijke opvatting over het conflict. 'Ik kan me voorstellen dat OR en bonden kwaad zijn. In Rotterdam is er snel gereorganiseerd, en veel agenten zijn van functie veranderd en dat veroorzaakt onrust. Ik heb het gevoel dat Brinkman wat te snel is geweest met zijn uitspraken over het functioneren van het korps.'

Volgens een oud-vakbondsman komen ondernemingsraden en vakbonden bij de overheid militanter uit de hoek dan in het bedrijfleven: 'Fokker en Philips kunnen failliet gaan. Daar ligt een bedrijfseconomische grens aan hun macht. De politie gaat niet failliet, en daarom kunnen OR en bonden daar een stapje extra zetten.'

Overschatten bonden en ondernemingsraad hun positie? 'Het gevaar is levensgroot dat zij uiteindelijk het deksel op de neus krijgen', denkt de oud-vakbondsman. 'Het begint steeds meer te lijken op een prestigestrijd. De OR en de bonden willen Brinkman kwijt. Brinkman blijft en wordt daarin gesteund door korpsbeheerder Peper, burgemeester van Rotterdam. De verliezer betaalt. Niemand wil nog korpschef worden als de bonden deze strijd winnen. Als de bonden verliezen, dappere taal uiten en toch in het stof bijten, is de kans dat hun macht erodeert, niet denkbeeldig.'

Wie in Rotterdam aan de touwtjes trekt, is hem niet duidelijk. 'De OR, de bonden of het tweede echelon van de Rotterdamse politie? Geen van drieën, denk ik. En dat is juist het probleem. Het is een explosieve situatie in Rotterdam. Straks weet niemand meer wie het lont heeft aangestoken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden