Grote haven kleine politiek

'Ik zou zijn afgetreden', houdt voormalig havenwethouder Peter van Dijk zittend wethouder Wim van Sluis voor. Van Dijk, lid van de Rotterdamse gemeenteraad voor de PvdA, doorgaans bescheiden, op het aarzelende af, staat deze keer ferm rechtop en is zeer stellig....

Door Harry van Gelder en Ron Meerhof

'Hl zuiver', zegt zijn partijgenote Els Kuijper instemmend, een beetje geroerd ook. Zij kijkt de zittend wethouder van Leefbaar Rotterdam, nieuweling in de hoogstaande, eeuwenoude democratische tradities, triomfantelijk aan. Dis pas politieke verantwoordelijkheid nemen! Aan zoveel staatkundig besef kan Van Sluis nog een puntje zuigen.

We schrijven 2 september 2004. Niemand weet nog waarom directeur Willem Scholten van het Havenbedrijf Rotterdam bankgaranties heeft afgegeven aan Joep van den Nieuwenhuyzen, voor hoeveel precies, en wie daar allemaal van hebben geweten. Maar de discussie over de politieke verantwoordelijkheid is reeds in volle gang.

De gemeenteraad is in zijn element en vergadert er een werkdag lang over. Helemaal aan het einde van die vergadering hij is eigenlijk al geschorst zegt Wim van Sluis nog iets: 'Overal waar ik gezegd heb garanties, bedoelde ik vermeende garanties. Want de gemeente betwist de rechtmatigheid.' Maar de raadsleden zijn al op weg naar de koffie en de koekjes. In de tussentijd zijn twee onderzoeken uitgevoerd. Belangrijkste conclusies: Scholten wilde voorkomen dat Van den Nieuwenhuyzen de relaties met China zou verpesten door onderzee te leveren aan Taiwan, schreef daartoe in een geheime overeenkomst garanties aan hem uit die optellen tot 183,5 miljoen euro en kreeg daar waardeloos onderpand voor terug. Hij handelde alleen, niemand wist ervan.

CDA-senator W. Lemstra leidde het onderzoek naar de verantwoordelijkheid van het college en concludeert dat het stadsbestuur geen blaam treft. Want Scholten handelde in het geniep en er waren geen aanwijzingen dat hij tot zulk grootschalig bedrog was geneigd. 'Dit kan alleen maar leiden tot de conclusie dat door onjuiste, inadequate en niet-tijdige informatievoorziening het bestuur van de gemeente Rotterdam zijn verantwoordelijkheid niet heeft kunnen waarmaken', schreef professor Lemstra.

Over die conclusies gaat de gemeenteraad het deze week hebben; morgen komt de Rotterdamse Rekenkamer met een second opinion over het rapport-Lemstra, commissies vergaderen erover op woensdag en de gemeenteraad op donderdag. Afhankelijk van de belangstelling van de pers kan dat tot in de kleine uurtjes duren. Te verwachten zijn uitgebreidere herhalingen van betogen over 'politieke verantwoordelijkheid en bestuurlijke zuiverheid', gevolgd door een stemming waarbij de coalitiepartijen het college en Van Sluis de hand boven het hoofd houden.

Waar het niet over zal gaan, is dit: als de affaire-Scholten de gemeenschap de komende maanden daadwerkelijk 80, 100 of misschien 120 miljoen euro gaat kosten, wiens schuld is dat dan werkelijk? Die van Scholten, jawel. En van Van den Nieuwenhuyzen, zeker. Maar is het ook niet de schuld van Van Sluis, het college, ten minste vijf havenwethouders in twee voorgaande colleges en de Rotterdamse gemeenteraad?

De verdediging luidt als volgt: De banken hadden moeten weten dat Scholten niet bevoegd was om namens het havenbedrijf helemaal in zijn eentje voor vele miljoenen aan bankgaranties uit te schrijven. Die garanties zijn dus niet geldig. Gemeente en havenbedrijf betalen niet. De rechter moet maar beslissen.

Het belangrijkste tegenargument van die banken laat zich raden. Het was helem niet zo duidelijk dat Scholten niet bevoegd was. Heeft de gemeente zelf immers niet nog een paar maanden geleden gezegd dat hij wbevoegd was?

Toen in mei de Commerzbank als eerste de gemeente ervan op de hoogte stelde dat Scholten voor 25 miljoen euro aan bankgaranties voor leningen had afgegeven en dat de bank die leningen mogelijk zou gaan opeisen, liet het college de eigen juristen onderzoek doen. Had Scholten dit mogen doen? Viel dit binnen zijn mandaat? 'Ja', antwoordden de juristen. 'Net.'

College blij. Want het ging in mei nog om een overzichtelijk bedrag en het was ook nog geen echt geld. Immers, er stond een grote order op stapel voor het defensievoertuig Fennek. Een winstgevend project, de lening zou dan gewoon worden terugbetaald. En dan hoefde ook Willem Scholten niet de laan te worden uitgestuurd, zo vlak voor zijn pensioen en met al zijn verdiensten.

Dus wat schrijft het college op 22 juni naar de gemeenteraad? Scholten heeft 'nipt' binnen zijn mandaat gehandeld, enlijk had hij toestemming moeten vragen, maar allhet was in het algemeen belang en hij zou het nooit meer doen. Eind goed, al goed.

Maar het was geen einde. Het was het begin.

Eind augustus biecht Scholten op dat hij voor nog zo'n 75 miljoen euro aan garanties heeft afgegeven. Inmiddels is wel duidelijk dat de Fennek-order niet doorgaat en dat de eerste claim van 25 miljoen euro re is. Sterker: door die claim van 25 miljoen euro te accepteren, heeft de gemeente, zonder het zelf te weten, feitelijk ook de vervolgclaims

geacceprechtmatig teerd. Het risico is dus opeens niet 25 miljoen euro, maar het viervoudige hiervan.

Nog dezelfde maand beweren andere juristen dat de garantstellingen bij nader inzien toch onzijn: Scholten had ze niet in zijn eentje mogen afgeven, de banken haddden dit moeten weten. Maar hoe hard wethouder Van Sluis het ook roept, het eerste 'interne juridische advies' dat het tegenovergestelde beweerde, laat zich niet meer wegpoetsen.

Áls de gemeente uiteindelijk 80, 100 of 120 miljoen euro moet ophoesten, dan ligt dit eerste 'interne juridische advies' daaraan ten grondslag. Dus is het interessant om te zien hoe dat advies tot stand is gekomen.

Lemstra, die de rol van het college onderzocht, schrijft hierover behartenswaardige dingen. Jarenlang overtrad Willem Scholten stelselmatig de regels. Jarenlang kreeg hij achteraf steeds de zegen van het college. Meestal werden tegelijkertijd zijn bevoegdheden uitgebreid.

Onderzoeker Lemstra komt met aandoenlijke voorbeelden. Zo klaagt een wethouder in 1998 dat hij steeds achteraf dingen zit te fiatteren die hij toch t vooraf zou moeten kunnen beoordelen. Hij en het havenbedrijf spreken af dat hij voortaan vooraf een faxje krijgt met plannen die hem geld gaan kosten. Zo'n faxje komt vervolgens nooit en geen haan die ernaar kraait.

Bij het bestuderen van de garantstellingen in mei moeten de juristen hebben gedacht: dit knatuurlijk niet, er staat aupt geen woord in over Scholtens mandaat, laat staan voor zo'n hoog bedrag, maar het gaat om dillem Scholten dus het zal wel weer okijn.

In de woorden van Lemstra: 'Al te vanzelfsprekend is bij de juridische advisering een referentiekader van ruime bevoegdheden gehanteerd. In de context van de bevoegdhedenontwikkeling, zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken, is dat niet geheel onbegrijpelijk.'

Dan luidt de vraag: wie zijn voor de ontwikkeling van dat 'referentiekader van ruime bevoegdheden' verantwoordelijk? Het is juist die vraag waarop Lemstra bij de presentatie van zijn bevindingen geen antwoord wilde geven. Maar dat maakt de kwestie niet minder interessant.

Allereerst zijn daar de havenwethouders sinds 1996: de CDA'er Renmit, de VVD'er Van den Muijsenberg, de drie (!) PvdA-wethouders Hans Simons, Hans Kombrink en genoemde Peter van Dijk, en ten slotte Wim van Sluis. Kennelijk hebben zij Willem Scholten de afgelopen acht jaar zijn gang laten gaan, zodanig dat de ambtenaren op het stadhuis ook niet meer wisten waar ze zich aan moesten houden.

Dat het er liefst zes waren in acht jaar tijd geeft al iets aan. Smit vertrok voortijdig: hij besloot dat hij niet langer geloofwaardig was nadat de stadsprovincie, waarvoor hij lang had geijverd, in een referendum was afgeschoten.

Invaller Van den Muijsenberg straalde waar het de haven betrof een zekere lusteloosheid uit en leek opgelucht toen hij de portefeuille in 1998 aan Simons kon overdragen. Simons werd ziek, maar in de tijden dat hij wel op de been was, gaf hij er nooit blijk van Scholten op de huid te zitten. Kombrink was een 'passant', die het ook zonder de haven al veel te druk had.

Peter van Dijk ten slotte presenteerde zich, in al zijn bescheidenheid, wel h nadrukkelijk als iemand die slechts op de winkel kwam passen. Een man die bij de presentatie van de jaarlijkse havencijfers achterin de zaal in het donkerste hoekje ging zitten. Al whij tijdens de rit afgetreden, niemand had het gemerkt.

Maakte de gemeenteraad zich zorgen om dit gebrek aan toezicht op de grootste haven ter wereld? Geenszins. De zaken gingen goed en de raad kibbelde liever over de onkostenvergoedingen van exburgemeester Peper en onterechte declaraties door de havenwethouders op buitenlandse reizen. Dat ging soms wel om twee-of drieduizend gulden tegelijk.

Zo beschouwd zijn er voldoende zaken waar de gemeenteraad donderdag eens over zou kunnen debatteren. 'Wat hebben we zitten doen?!', zou de PvdA zich mogen afvragen. 'Ben ik duidelijk genoeg geweest naar mijn ambtenaren over wat wel en niet mag?', is een vraag die Peter van Dijk zich hardop kan stellen. 'Wat doe ik hier nog, na mijn kostbare blunder van 22 juni?', zou Van Sluis mogen uitroepen.

Dan gaat het niet om politieke verantwoordelijkheid, maar om te verantwoordelijkheid. Voor het verlies van bedrag waarmee je in een klap de werkloosheid in de hele kunnen oplossen. Rijnmond zou

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden