reportage

Grote cultuuromslag bij ProRail: oud spoor krijgt eindelijk een tweede leven

Spoorbeheerder ProRail dankt elk jaar tientallen miljoenen euro’s aan oud spoor af, dat elders nog prima mee zou kunnen. Daar komt verandering in, maar heel langzaam. ‘Het is alsof we aan een bakker vragen of hij wil stoppen met brood bakken.’

Op een rangeerterrein in het Amsterdamse havengebied worden dwarsliggers en wissels
gecontroleerd en opgeslagen. Links Remco Verloop. Beeld Raymond Rutting  / de Volkskrant
Op een rangeerterrein in het Amsterdamse havengebied worden dwarsliggers en wisselsgecontroleerd en opgeslagen. Links Remco Verloop.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Pionierswerk begint wel vaker in de blubber. Op een rangeerterrein in het westelijk havengebied van Amsterdam ligt een ietwat slordige stapel dwarsliggers vlak naast het spoor in de druiligere regen. De balken die de spoorstaven op hun plek houden zijn duidelijk niet nieuw meer. Het beton oogt verweerd en van sommige zijn kleine stukjes afgebroken.

Afval, denkt de leek, maar Remco Verloop van spoorbeheerder ProRail weet beter. ‘Deze stapel leggen we komend weekeinde in een baanvak bij Utrecht neer.’

Het hele jaar loopt de vakdeskundige spoor-, wissel- en geotechniek het spoor af in zijn regio, die Noord-Holland, Flevoland en Utrecht beslaat. Verloop gaat na wat er wanneer aan vervanging toe is. ‘Ik ben nu bezig voor 2025 tot 2028.’ Hij bekijkt ook of oud materiaal nog bruikbaar is en slaat dat op in Amsterdam.

Dat klinkt logisch. Dat is het evenwel niet: niemand die Verloop erom heeft gevraagd. Hij doet het uit eigen beweging. ‘Het is een persoonlijke drijfveer.’ Anders geformuleerd: Verloop gaat niet alleen over de dwarsliggers, hij is er ook een. Want elders in het land gooit ProRail afgedankte dwarsliggers weg, of geeft ze mee aan een aannemer die ergens spoor vernieuwt. Zo’n 200 duizend stuks elk jaar, waarvan een deel belandt op industriesporen op particuliere grond of wordt vermalen tot grondstof voor nieuwe toepassingen.

Dat gaat veranderen. De spoorbeheerder is een zoektocht begonnen naar stukken rails die ter plekke niet meer voldoen, om die vervolgens te gebruiken bij spoorvernieuwing in West-Brabant en Zeeland.

Oude meuk

Bij ProRail zien ze de ingezonden brieven in de krant al voor zich. Waarom wordt de ‘provincie’ afgescheept met de afdankertjes uit de Randstad? Is die oude meuk niet riskant? Krijgen we straks geen ontspoorde treinen? Nee, zegt Pieter Habing, de man die het project oud-voor-nieuw coördineert. ‘We hebben nieuwe vereisten opgesteld voor hergebruikt materiaal, zodat ook dat tweedehands spoor veilig en betrouwbaar is.’

Er speelt ook iets anders. Overal in Nederland ligt hetzelfde soort spoor: of het nu een tracé is waarover elk uur zes bomvolle, lange Intercity’s razen, twee keer per uur een boemeltje of een keer per dag een goederentrein - alle rails wordt neergelegd ‘voor de eeuwigheid’. Dwarsliggers hebben een levensduur van zestig tot tachtig jaar.

Niet alles hoeft zo lang mee te gaan, zegt Habing. ‘Een baanvak dat intensief wordt gebruikt moet je misschien elke dertig jaar vernieuwen. Maar er zijn ook delen van het net die veel minder druk worden bereden of die weg kunnen. In Limburg bijvoorbeeld ligt nog veel spoor uit de tijd van de kolenmijnen. Dat is niet meer nodig.’ Met die wetenschap kan rails die op plek A niet meer voldoet maar nog vijftien jaar mee kan, naar plaats B verkassen.

Voor ProRail is het niks minder dan een cultuuromslag. Habing: ‘Sporen vernieuwen doen we al jarenlang op dezelfde manier: ouwe rommel eruit, nieuwe spullen erin. We werken met standaardspecificaties, standaardcontracten, standaardkosten en standaardprocedures. Vertrouwd en veilig. Of het duurzaam is, was geen vraag.’ Beleidsadviseur Katja Nelissen zegt wel te begrijpen waarom er aarzelingen zijn: ‘Het is alsof we aan een bakker vragen of hij wil stoppen met brood bakken.’

Opgeslagen dwarsliggers in het Amsterdamse havengebied. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Opgeslagen dwarsliggers in het Amsterdamse havengebied.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Klimaatneutraal

Het hergebruik moet ProRail helpen bij zijn streven om in 2030 al zijn infrastructuur – sporen, stations, bruggen en tunnels – circulair en klimaatneutraal uit te voeren. Oud spoor heeft zijn beperkingen. ‘Met allemaal losse stukjes spoorstaaf kan ik niet zoveel’, legt Remco Verloop uit. Opslag is een tweede uitdaging: ‘Ligt een staaf te lang in het gras, dan gaat-ie roesten.’

Er zijn beperkingen. Oude treinen van de NS gaan nog weleens de grens over voor een tweede leven in het voormalige Oostblok, oud spoor niet. ‘Elk land hanteert zijn eigen specificaties. Dat maakt hergebruik ingewikkeld’, zegt Habing.

In het Verenigd Koninkrijk is ProRails tegenhanger al verder. Daar heeft Network Rail begin deze eeuw een oud rangeerterrein uit de Tweede Wereldoorlog nieuw leven ingeblazen, speciaal voor de opslag en renovatie van oud spoorwegmateriaal. Op Whitemoor hebben zich specialisten gevestigd die de ballast – de stenen onder de rails - wassen en die wissels en kruisingen vernieuwen. Dat laatste gebeurt overigens in Nederland ook: de ballast met de juiste afmetingen gaat terug in het spoor.

De ommezwaai in hergebruik bij ProRail is deels geïnspireerd door het pionierswerk van Verloop en diens voorganger. ‘De afgelopen twintig jaar hebben we zo’n tien kilometer oud spoor een herbestemming gegeven. Daarmee is 6,5 miljoen euro bespaard.’

In Nederland ligt zevenduizend kilometer spoor, op tien miljoen dwarsliggers. Zijn bijdrage aan de duurzaamheid is bescheiden, geeft Verloop volmondig toe. Toch kan hij zich nu al verheugen op de grote operatie dit jaar met het spoor op en rondom Amsterdam Centraal. ‘Daar komen vijftien wissels en zevenduizend dwarsliggers bij vrij. Daarvan gaan er een paar naar Zaandam en Onnen, bij Groningen.’ Het wordt nog dringen in zijn depotje in de Amsterdamse havens.

Onderdelen op de opgeslagen dwarsliggers. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Onderdelen op de opgeslagen dwarsliggers.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

VAN HOUTEN BIELS NAAR LANDBOUWPLASTIC

Duurzaam spoor aanleggen begint al bij de selectie van het bouwmateriaal. De houten biels die anderhalve eeuw het spoor op zijn plek hield is sinds ruim tien jaar taboe, omdat het hout werd bewerkt met giftige creosoten. Ook de betonnen dwarsligger heeft een nadeel: bij de productie van beton komt veel CO2 vrij. De afgelopen twee jaar heeft gezondheidsdienst RIVM alternatieven onderzocht: van hout, nieuw plastic, hergebruikt plastic en andere soorten beton. Bij Zwolle werd twee jaar geleden een proeftuin aangelegd, met vier teststroken. Daaruit blijkt dat dwarsliggers van hergebruikt plastic en zwavelbeton het duurzaamst zijn. Ook elders zien spoorbouwers voordelen van hergebruikt plastic. In Australië is een geslaagde proef geweest met dwarsliggers gemaakt van restanten landbouwplastic en gebruikte pijpen uit de mijnindustrie. Ze gaan vijftig jaar mee, claimt het bedrijf Integrated Recycling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden