Grote clubs moeten kleintjes helpen

Het betaalde voetbal mag rijkssteun krijgen, maar rijke clubs zijn mede-verantwoordelijk. En gemeenten moeten finan-cieel open kaart spelen, aldus Boris van der Ham....

Pieter Verhoogt betoogde (Forum, 9 mei) dat er goede redenen zijn om als overheid bij te springen als clubs in het betaalde voetbal in de problemen komen. Voetbal is geen gewone economische activiteit, maar heeft een belangrijke sociale rol, aldus Verhoogt. Hij verfoeit daarom ook de ongenuanceerde kritiek in de media op de financiële ondersteuning voor betaald voetbal: 'Het ondersteunen van een lokale voetbalclub wordt snel gelijkgesteld aan het over de balk smijten van gemeenschapsgeld (...) Alsof er geen legitieme argumenten zijn om als gemeente actief bij te dragen aan het voortbestaan van een voetbalclub.'

Voor een deel heeft Verhoogt gelijk. Sport is een groot cultuurgoed en moet, indien nodig, gesteund worden. Maar dat moet wel verantwoord gebeuren.

Op dit moment worden echter onaanvaardbare risico's genomen met gemeenschapsgeld. Lokale wethouders zijn vaak verblind door het ideaal van het 'redden' van een voetbalclub waardoor keiharde eisen voor financiële garanties plots boterzacht worden.

Het voorbeeld van de Nijmeegse club NEC en de aankoop van het Goffertstadion is exemplarisch hoe dingen mis kunnen gaan. Daar bleek de gemeente de enige partij die een mogelijk faillissement kon tegen houden. Particuliere investeerders wilden zelfs niet in combinatie met de gemeente financieren. Wat weten zij dat de gemeente niet weet? Er werd een bedrag van meer dan 12 miljoen euro uitgetrokken voor de aankoop van het stadion, maar de onderbouwing is zo lek als een mandje. De gemeente zou voor twee miljoen tv-rechten krijgen, maar het is de vraag of dat lukt, de Nederlandse Mededingings Autoriteit morrelt aan deze constructie. Wat gaat er met de recettes gebeuren als een club als NEC degradeert? Wat schiet de gemeenschap op met het onderpand van het stadion? Niets, want alleen grond kan als onderpand gelden (een stadion zonder club is immers niets waard) en die grond kan alleen te gelde worden gemaakt met woningbouw. Maar het uitgangspunt was nu juist om de voetbalclub en het stadion te behouden? Enzovoort. Vergelijkbare toestanden zijn er in steden als Arnhem, Tilburg, Utrecht, Enschede, Maastricht en Breda.

Wat gemeentebesturen omschrijven als een keurige lening, draait uiteindelijk vaak uit op een onbedoelde gift. Verschillende gemeenteraden worden de komende jaren gedwongen miljoenen euro's uit de begroting vrij te maken voor 'onvoorziene' kosten aan de lokale voetbalclub, lees: wanbeleid van het gemeentebestuur.

Moeten clubs dan maar failliet gaan? Naar mijn mening is dat soms onvermijdelijk. Sommigen denken dat bij een faillissement een club of een stadion definitief verdwijnt, maar dat hoeft niet. Voor Gelredome in Arnhem, bijvoorbeeld, zouden voldoende geldschieters graag in zo'n multifunctioneel stadion stappen, voor minder geld weliswaar. Een faillissement kan juist reinigend werken voor zowel de besturen van voetbalclubs als voor de betreffende gemeenten. De dreiging van een echt faillissement, waar de overheid niet vanzelfsprekend bijspringt, is een welkome stok achter de deur tegen aanmodderen.

Vaak hoeft de overheid niet zo ver te gaan en kan financiële steun best in overweging nemen. Daar moeten dan wel keiharde garanties tegenover staan. Er moet toezicht zijn van onafhankelijke accountants, gemeenten moeten commissarissen kunnen leveren die toezien op het bestuur en de voetbalclub moet een zichtbare bijdrage leveren aan scholen en amateurverenigingen.

Ook moeten gemeenten aandringen op kostenbeheersing. Zo moet er wat gedaan worden aan de abnormale grote selectie van veel clubs. Vroeger volstond een selectie van zestien tot achttien, terwijl die nu vaak uit 25 bestaat!

Cruciaal is dat grote clubs worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de kleintjes. Het zou een goede zaak zijn als de staatssecretaris van sport zou aandringen om een deel van bijvoorbeeld de Champions League-inkomsten (één procent bijvoorbeeld) in een fonds te laten storten voor noodlijdende kleintjes. Mocht dat niet kunnen vanwege de antikartelwetgeving, dan moet de sport daarvoor een uitzonderingspositie krijgen in Europees verband. De staatssecretaris moet het signaal afgeven dat de politiek niets doet om clubs te redden zolang Ajax, Feyenoord en PSV werkeloos toekijken. Wat doen de grote drie als echt blijkt dat RKC, Vitesse, Utrecht en FC Twente failliet gaan? Het is niet leuk, een nationale competitie met z'n drieën.

Gemeenten die clubs in het betaald voetbal willen steunen, moeten dat openlijk doen. In een aantal gemeenten is daarom terecht gepleit voor referenda; het gaat immers om enorme hoeveelheden belastinggeld. Alle gemeenten die aanzienlijke (verkapte) subsidies aan het betaald voetbal geven, moeten het lef hebben om de bevolking voor te leggen om, bijvoorbeeld, eenmalig de Onroerende Zaak Belasting (OZB) te verhogen. Dus niet verdekt financieren uit de reguliere budgetten en als deze tekortschieten bij provincie en het Rijk aankloppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden