Grote Burt

Opgeleid door avant- gardecomponisten groeide Burt Bacharach uit tot grootleverancier van wereldhits. Nu is er retrospectief van zijn werk.

Het boekje bij de box Burt Bacharach - Anyone Who Had a Heart beweert dat het kenmerk van de briljante Amerikaanse popcomponist is om 'diepgevoelde emoties van liefde, geluk en verdriet op te roepen in een breed spectrum van genres'. Da's de helft van het verhaal. Het genie van de maker van hits als Walk On By, Close To You en Raindrops Keep Falling On My Head schuilt erin dat hij die diepgevoelde emoties weet op te roepen met middelen die op het eerste gehoor zo simpel, zo luchthartig, zo naturel aandoen. Terwijl hij de gereedschapkist van popmuziek fiks heeft uitgebreid met ongewone akkoordprogressies, een avontuur voor melodie en harmonie en veel, heel veel maatwisselingen.


Neem Promises, Promises, een liedje dat, hoogst ongebruikelijk voor liedjes, negen keer van maatsoort verandert. In de handen van een 'serieuze' componist zou dat als als avant-garde aanvoelen. Maar in Promises, Promises hoor je geen hink-stap-sprong-Stravinsky; eerder een musicaldeuntje dat een swing suggereert terwijl je er met geen mogelijkheid op zou kunnen dansen. Als Bacharach iets met zijn werk heeft aangetoond, dan is het wel dat easy listening iets heel anders is dan easy music.


Voor het eerst is nu het werk van Bacharach verzameld in een uitgebreid retrospectrief van zes cd's - zowel de originele uitvoerende artiesten als de meester zelf en jazzmusici die zijn songs bewerkten - en een boekje van Bacharachs biograaf Robert Greenfield dat de muzikale carrière van de componist schetst. Een veelomvattende verzameling waarin helaas wel de definitieve Carpentersversie van Close To You ontbreekt alsook That's What Friends Are For. Kniesoor. De collectie geeft een fraai overzicht van Bacharachs werk vanaf de big bandswing in de jaren vijftig tot zijn samenwerkingen met Elvis Costello en Rufus Wainwright in het recente verleden.


Greenfield verhaalt hoe de man die werd opgeleid bij avant garde componist Darius Milhaud later het geluid van middle of the road Amerika vorm gaf. Bacharach was een traditioneel liedjesleverancier en werkte, zoals bijvoorbeeld ook collega's Leiber & Stoller, in de New Yorkse Brill Building. Daar werd hij in 1955 voor het eerst gekoppeld aan tekstdichter Hal David.


Uit de beginperiode stammen een reeks semihitjes en curiosa zoals het thema voor de horror-science fictionfilm The Blob; een jazzy bossanova huppeldingetje. Maar ook een juweeltje zoals de oerversie van Message To Michael. Toen heette het echter nog Kleine Treue Nachtigall en was op maat gesneden voor Marlene Dietrichs rokerige alt.


Met haar toerde Bacharach begin jaren zestig als pianist/dirigent over de wereld. In Brazilië zou hij de zogenoemde baion beat hebben opgepikt; het ritme van een langzame samba aangegeven door een beat, een rust, twee beats, en weer een beat: dum-niets-dudum-dum. The Ronettes' Be My Baby ('64) is er het schoolvoorbeeld van. Het zou dan ook Bacharach zijn en niet Leiber & Stoller, die altijd de credits kregen, die de baion beat aan Phil Spector en de Amerikaanse rhythm 'n blues hebben geïntroduceerd. Bacharachs Any Day Now ('62) had al een baion beat.


Onder de indruk van het constant afleveren van hitsongs keek Bacharach wel de kunst af bij Leiber & Stoller. Die, te druk met het runnen van hun platenlabel, vroegen Bacharach op een goede dag in de sixties te oefenen met een van hun achtergrondkoortjes. Entree: Dionne Warwick, de perfecte muze voor Bacharach. Warwick kon notenschrift lezen en had geen enkele moeite met de vele maatveranderingen van Bacharach.


In die periode maakten Bacharach, David en Warwick hun beste werk. Misschien omdat de tegenstelling inherent aan Bacharachs muziek, weerklank vindt in Davids woorden. De breakup teksten, vol zelfverloochening maar zonder een spoortje zelfbeklag, in nummers als Walk On By, Anyone Who Had A Heart en Make It Easy On Yourself kloppen helemaal met de luchtige verhullende toon van de muziek. Doe daar bovenop die onschuldige meisjesstem van Warwick, gespeend van elk effectbejag, en je hebt popmuziek van een hartverscheurend bitterzoete schoonheid.


Aan liedjes die aanvoelen alsof ze altijd al hebben bestaan, werd echter met een verbeten perfectionisme gewerkt. Toen Bacharach met de Britse Cilla Black het thema voor de film Alfie opnam, in het bijzijn van Beatles producer George Martin, vond laatsgenoemde het na vier takes wel ok. Bacharach deed er uiteindelijk 29.


De jaren zestig vormden voor Bacharach, die eerder in Engeland de sterrenstatus bereikte dan in Amerika, zijn artistieke en commerciele bloeiperiode. This Guy's In Love With You, zijn eerste Amerikaanse nummer één hit zou uiteindelijk worden gecoverd door 130 artiesten. Raindrops Keep Falling On My Head, zijn tweede nummer één, bleef een maand lang op die positie. Close To You in de versie van The Carpenters idem dito.


Maar de jaren zeventig kwamen en een van god gegeven talent voor bekoring werd ruw opzij geschoven door de rebellie van rock. De jaren tachtig brachten, met uitzonderingen als het thema uit de film Arthur gezongen door Christoper Cross en That's What Friends Are For geschreven met toenmalige echtgenote Carole Bayer Sager, geen artistieke hoogtepunten. De vierde cd neigt met zijn gratuite orkestrale weelde naar dat merkloze sonische pluis dat gewoonlijk uit liftspeakers dwarrelt. Maar zelfs dan nog hoor je dwars door de muzak heen iets dat tingelt: een hoorntje dat weerwoord biedt aan de melodie, een onverwacht walsritme in de brug, iets ontegenzeglijks Bacharachiaans. Ella Fitzgerald en Stan Getz hoorden het. Liam Gallagher van Oasis die This Guy's In Love With You de beste lovesong ooit noemde, hoorde het. En zelfs jazzherriemaker John Zorn die met zijn New Yorkse avant garde maatjes in de jaren negentig een dubbelverzamelcd met liedjes van Amrika's laatste grote songsmid opnam hoorde het: Burt Bacharach heeft eeuwigheidswaarde.


Extra: Rockin'Burt

Ook al resulteerde de opkomst van rock in de jaren zeventig in een tanende belangstelling voor de songsmid, Bacharach en rockartiesten konden prima door een deur. Letterlijk zelfs. Bij de opname van Trains Boats & Planes, voor zijn soloalbum in 1965, gebruikte de componist als achtergrondkoortje The Breakaways die later zouden meezingen op Hendrix' Hey Joe. Gitarist en bassist van dienst waren Jimmy Page en John Paul Jones, de mannen van het latere Led Zeppelin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden