Grote auteurs blijven altijd stijlvast

Boekenweek

De ware auteur blijft onder alle omstandigheden stijlvast, merkte Arjan Peters bij Reve, Casanova en Starik.

Foto Io Cooman

Voorhuid, penis, vagina en anus waren geen woorden die Gerard Reve placht te gebruiken wanneer hij de liefdesdaad of de geslachtsdelen beschreef. Over genoemde onderdelen schreef hij aan kunstbroeder Carmiggelt: 'Als je dat leest, denk je voortdurend dat de personen van de handeling wijdbeens op een gynaecologiese stoel zitten, en dat de kans op herstel miniem is.'

Vandaar dat we in zijn werk lezen over een hobo d'amore, liefdeshoorn van overvloed, en een Allergeheimste vallei.

In Betaalde liefde (69 exemplaren; De Weideblik; euro 10,-) heeft Ton den Boon de aanzet gegeven tot een erotisch woordenboek van de grote auteur die altijd in stijl bleef. Om met vreugde tegemoet te zien.

Nog een held. De oude bibliothecaris van het Boheemse kasteel Dux, Giacomo Girolamo Casanova, had het niet gemakkelijk, getuige de 21 brieven die hij in 1792 schreef om zijn beklag te doen over een hondse majordomus op Dux, ene Faulkircher.

Ze verstonden Casanova niet, en hij werd gepest, smeerden zijn portret met poep aan de latrines, lachten hem aan tafel uit en jatten zijn geld.

Wat kon hij daartegen doen? Hij bezat geen ander wapen dan de pen. En die brieven, voor het eerst in het Nederlands vertaald door Ed Schilders in Casanova's wraak, mogen er zijn (140 exemplaren; Brandon Pers; euro 17,50). 'Ik voel me als een edel strijdros dat door het noodlot is afgedwaald te midden van ezels, en dat gedwongen is het achteruittrappen lijdzaam te verdragen, aangezien ik uit dezelfde ruif moet eten. Als ik niet oud maar nog jong was geweest, zou ik u stokslagen hebben toegediend.'

De wraak was zoet, getuige de toelichting van de vertaler: de graaf die Casanova had aangesteld, ontsloeg Faulkircher, en de schrijvende bibliothecaris zou pas zes jaar later op kasteel Dux sterven. Gedurende zijn verblijf aldaar schreef hij het grootste deel van zijn vermaarde Histoire de ma vie.

Held drie. Na een zwaar hartinfarct nam F. Starik eind vorig jaar de pen weer op, om te vertellen 'hoe het is om net niet dood te gaan' (Hollands Maandblad 12; Podium; euro 7,50), en ook hij is stijlvast gebleven.

Ongemerkt wegglippen is niets voor mij, schrijft Starik, de dood mag mij niet achteloos meegrissen uit een ziekenhuiskamer. Openslaande deuren wil hij, het geruis van de stad, gordijnen bollend in de wind, innigste geliefden om hem heen, een berustende glimlach, 'voor iedereen een laatste, welgekozen, troostend woord', en dan een traag wegzakken in behaaglijke kussens.

Wat goed dat Starik weer onder ons is.

Meer over