Vijf vragen Statushouders

Gros van de statushouders blijft in Nederland, maar er is ook een deel dat ‘hopt’

Wie gaat en wie blijft? Het is een vraag die in het asieldebat telkens weer terugkeert. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en het CBS hebben nu voor het eerst onderzocht hoe het de groep die in de tweede helft van de jaren negentig naar Nederland kwam is vergaan. 

Een asielzoeker voor het asielzoekerscentrum in Amsterdam. Van de mensen die uiteindelijke een verblijfsvergunning krijgt blijft ongeveer 70 procent in Nederland. Beeld Michel Utrecht / Hollandse Hoogte

Wie vestigden zich toen in Nederland?

Tussen 1995 en 1999 werden ruim 83 duizend statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning) in het bevolkingsregister ingeschreven. Het gros daarvan (zo’n 20 procent) kwam uit Irak. Daarop volgden Afghanen (17,8 procent) en voormalig Joegoslaven (14,4 procent). Ook Somaliërs en Iraniërs vormden een relatief grote groep statushouders. De onderzoekers hebben gekeken hoeveel van deze mensen eind 2015 nog in het bevolkingsregister stonden ingeschreven.

En, hoeveel waren dat er?

Zo’n 70 procent. Dit betekent dat het gros van de asielmigranten na het verkrijgen van een status in Nederland blijft. De beweegredenen komen in dit onderzoek niet aan bod, maar uit eerder publicaties blijkt dat geworteldheid, gevoel van veiligheid en perspectief een belangrijke rol spelen.

Opvallender is dat zo’n 30 procent van de onderzochte groep uit Nederland is vertrokken. Slechts een klein deel (4,3 procent) is aantoonbaar ­teruggekeerd naar het land van herkomst. Een aanzienlijke groep van 12,4 procent is naar een ander land in de Europese Unie vertrokken; de ­zogeheten vervolgmigranten.

Wat is daarvan de reden?

In het rapport wordt gesproken van een naturalisatieparadox: het hebben van de Nederlandse nationaliteit ­creëert kansen voor vervolgmigratie naar een ander land in de Europese Unie. ‘De Nederlandse nationaliteit fungeert als een Europese verblijfsvergunning’, zegt hoogleraar Arjen Leerkes (WODC en Universiteit Maastricht), die het onderzoek met Marloes de Hoon van het CBS heeft uitgevoerd. 

Het zijn asielmigranten die op jongere leeftijd naar Nederland zijn gekomen, en die na vier of acht jaar (dan is een piek te zien) besluiten naar een ander EU-land af te reizen. Hun sociaaleconomische positie is vaak zwak.

De bekendste groep vervolgmigranten zijn de Somaliërs, die na het verkrijgen van asiel vanuit Nederland naar Groot-Brittannië zijn verhuisd. Met de naderende Brexit is hun toekomst onzeker. Gemeenten hebben nu al te maken met Somaliërs die halsoverkop met hun gezin terugkeren naar Nederland en een beroep doen op de noodopvang.

Uit het WODC-rapport blijkt dat ook Angolezen, Soedanezen en Afghanen relatief vaak naar een ander EU-land zijn vertrokken. Waarom juist deze nationaliteiten oververtegenwoordigd zijn, is niet onderzocht. Een gemiste kans, vindt hoogleraar Helga de Valk (Rijksuniversiteit Groningen), gespecialiseerd in internationale migratie en sociale demografie. ‘Het zou interessant zijn om te kijken of het hebben van de Nederlandse nationaliteit voor een Somaliër een andere rol speelt dan bijvoorbeeld voor een Chinees. Dit zegt iets over de mate waarin een status wordt gebruikt om vervolgmigratie te faciliteren.’

Kunnen we van Syriërs die recent naar ons land zijn gekomen hetzelfde migratiegedrag verwachten als van de onderzochte groep?

De groepen verschillen op een aantal belangrijke karakteristieken, zegt Helga de Valk. Somaliërs en Angolezen zijn over het algemeen lager opgeleid dan bijvoorbeeld Iraniërs. Ook verschilt de samenstelling van de groep waarin de migranten naar Nederland komen. Gezinnen zullen minder snel terugkeren of doormigreren dan alleenstaande mannen. ‘Toch kun je deels wel spreken van vergelijkbare groepen’, zegt De Valk. ‘In die zin dat er een overeenkomst is tussen de reden van hun vertrek uit hun land van herkomst en de kans dat op de korte termijn weinig zicht is op verbetering.’

De vraag is van belang omdat zo’n 70 duizend Syriërs in Nederland binnen afzienbare tijd een permanente verblijfsvergunning krijgen. ‘Als ze ­Nederlander zijn geworden, kunnen ze naar Syrië reizen en altijd weer terug naar Nederland komen’, zegt Leerkes. ‘De Nederlandse nationaliteit is een soort terugkeerverzekering.’  

In het rapport wordt een voorstel gedaan om statushouders tussen EU-landen te ‘ruilen’. Wat houdt dit in?

Het idee is dat integratie soepeler verloopt als statushouders in een land van hun eerste voorkeur terechtkomen. Leerkes: ‘Als Nederland zegt: er is een groep statushouders die beter zou integreren in Duitsland en dit geldt andersom ook, dan zou geruild kunnen worden. Nu is het zo dat een grote groep jarenlang in Nederland blijft wonen, terwijl die hier niet wil zijn.’ 

Helga de Valk denkt dat het nuttiger is om procedures zo uniform en kort mogelijk te maken. Als iemand een status heeft verworven, dan zou diegene vrij moeten zijn om te gaan en staan waar hij wil. ‘Het idee van de EU is juist dat burgers met een geldige verblijfsstatus naar een ander EU land kunnen verhuizen als ze daar willen werken of wonen.’

Voor de Neder-Somaliër lijkt de Britse droom voorbij

Tienduizenden Nederlandse Somaliërs zijn de laatste jaren uitgeweken naar Groot-Brittannië. Weg van de regeltjes en formulieren. Maar met de Brexit op komst overwegen steeds meer een terugkeer. Een rondgang door Neder-Somalisch Birmingham. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden