Grootste struikelblokken van aangifte 2001

De belastingaangifte 2001 heette een fluitje van een cent. Toch worstelen een hoop mensen met het nieuwe jargon. Zijn wij fiscale partners?...

Van alle nieuwe begrippen in het nieuwe belastingstelsel heeft de kapitaalverzekering eigen woning (KEW) wel voor de meeste beroering gezorgd. 'Een complete ramp', volgens FNV-belastingdeskundige Ymi Knaap, en hot item bij de naar schatting 1,6 miljoen mensen die deze aangifteperiode de Belastingtelefoon plat bellen, erkent ook de Belastingdienst. De vraag of een kapitaalverzekering in box 1 of box 3 moet worden geplaatst, blijkt voor veel belastingplichtigen geen eenvoudige.

Wat is nu het probleem? Kapitaalverzekeringen die bedoeld zijn om aan het eind van de looptijd een hypotheekschuld af te lossen - zoals bijvoorbeeld een spaarhypotheek - kunnen onder bepaalde voorwaarden worden opgevoerd in box 1 en worden vrijgesteld voor de inkomstenbelasting. De zogeheten KEW-koppeling moet in de polisvoorwaarden worden opgenomen en aan het einde van de looptijd dient de uitkering verplicht te worden aangewend voor aflossing van de hypotheek.

Het is echter lang niet altijd raadzaam dit te doen, aangezien in box 3 een zeer gunstige overgangsregeling geldt voor oudere kapitaalverzekeringen. 'Een keuze tussen box 1 of box 3 is echt afhankelijk van de persoonlijke situatie', zegt D. Dijkgraaf, belastingadviseur bij BDO Accountants en Belastingadviseurs in Tilburg. 'Voor polissen van vóór 14 september 1999 zal het doorgaans aantrekkelijker zijn gebruik te maken van de vrijstelling van 123.428 euro in box 3. Polissen vanaf 14 september 1999 vallen buiten deze vrijstelling.' Nieuwe polissen van na 1 januari 2001 komen - als zij aan de KEW-voorwaarden voldoen - automatisch in box 1 terecht.

Volgens Knaap is het vanwege de riante vrijstelling in box 3 (voor oudere polissen) vrijwel altijd beter de verzekering niet te koppelen aan de eigen woning. 'In principe moet je de polis gewoon in box 3 laten. Je weet nooit hoe je situatie is over tien jaar. Je kunt altijd nog naar box 1 switchen. Omgekeerd is dat een kostbare zaak. De vrijstelling in box 3 is zo groot dat je van goeden huize moet komen om daar bovenuit te komen.'

Voor fiscale partners is de vrijstelling bijna 250 duizend euro. Zelfs als je boven dit bedrag uitkomt, kan het aantrekkelijker zijn voor de 1,2 procent vermogensrendementsheffing in box 3 te kiezen. Koppeling in box 1 betekent namelijk verplichte aflossing en een einde aan de hypotheekaftrek voor dat bepaalde schuldbedrag. Het is dan dus niet meer mogelijk om (een deel van) de schuld te laten staan en andere leuke dingen te doen met de uitkering. Bovendien wordt het rentebestanddeel van dat uitkeringsdeel dat hoger is dan de dan geldende vrijstelling in box 1, progressief belast.

Samenwonenden

Het tweede struikelblok bij de aangifte nieuwe stijl is het begrip fiscale partner. Mensen die getrouwd zijn of als partner zijn geregistreerd, zijn dit automatisch. Samenwonenden kunnen kiezen voor het partnerschap als zij meerderjarig zijn, meer dan zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren en op hetzelfde adres staan ingeschreven . Voordeel is dat belastbare inkomsten uit eigen woning en aanmerkelijk belang, vermogensbestanddelen en bepaalde aftrekposten naar believen mogen worden verdeeld, mits beide partners samen 100 procent aangeven.

Zo kan de hypotheekrente-aftrek worden opgevoerd bij de partner met het hoogste belastbare inkomen. Bij de digitale aangifte is het vrij simpel om met wat schuiven een zo gunstig mogelijke verdeling te bereiken. Maar op papier vergt dit flink wat rekenwerk.

Overigens is dit 'optimaliseren' niet voor iedereen even makkelijk. Bij zelfstandig ondernemers, freelancers of fictieve dienstbetrekkingen zoals alfahulpen of thuiswerkers - waar geen belasting op het loon wordt ingehouden - haakt ook het elektronisch aangifteprogramma af. 'Zonder gedegen kennis van de fiscale regels kom je er dan niet meer uit', zegt Knaap.

De heffingskortingen tenslotte lijken niet zo ingewikkeld. Maar ook hier is het oppassen geblazen. In principe heeft iedereen recht op de algemene heffingskorting van 1576 euro per jaar (705 euro voor 65-plussers). Verder bestaan er speciale kortingen voor ouderen, gehandicapten en ouders. Maar deze kortingen moet wél worden aangevraagd. Mensen die geen aanslagbiljet ontvangen, zoals niet-werkende huismoeders, uitkeringsgerechtigden en ouderen, moeten dus opletten. Voorafgaand aan het nieuwe belastingplan hebben gemeenten en sociale diensten een helse klus geklaard om uitkeringsgerechtigden te wijzen op de voorlopige teruggave 2001.

Nu dreigen ouderen, chronisch zieken en WAO'ers tussen wal en schip te raken. 'De kans is heel groot dat 65-plussers geld laten liggen', zegt Knaap. 'Ouderen met een laag inkomen, komen met de extra ouderdomsaftrek voor buitengewone lasten van 708 euro per persoon al snel boven de teruggaafdrempel uit. Het is echter heel lastig om die groep te bereiken en ze te wijzen op hun rechten.'

Ondanks de enorme hoeveelheid bellers vindt de Belastingdienst dat het wel meevalt met de problemen bij de aangifte. ' De meeste mensen bellen vooral voor bevestiging', zegt woordvoerster Julliette de Voogd. 'Ze willen zeker weten dat ze de aangifte goed hebben gedaan, omdat ze bang zijn anders te moeten bijbetalen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden