Grootste kunstroof in Nederland sinds WO II was ook de grootste mislukking

AMSTERDAM - In april 1991 werden twintig schilderijen gestolen uit het Van Gogh Museum in Amsterdam, alle van de hand van de meester. De roof, met een waarde van 500 miljoen euro, geldt als de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog - en ook als de grootste mislukking.


Een half uur na de roof werden alle werken, waaronder de beroemde Aardappeleters, teruggevonden in een gestolen auto. Drie doeken waren ernstig beschadigd. De overvallers kregen hulp van een bewakingsbeambte. Ze hadden zich aan het eind van de dag in het museum verstopt, en sloegen midden in de nacht toe.


In december 2002 was het Van Gogh Museum opnieuw het doelwit, toen de schilderijen Zeezicht bij Scheveningen (1882) en Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884) werden geroofd. De daders waren een ladder opgeklommen en door een raam naar binnen geslopen. Twee Nederlandse mannen zijn veroordeeld voor de diefstal, maar de doeken zijn nooit meer teruggevonden. Mogelijk heeft de Italiaanse maffia ze in bezit. Het Art Crime Team van de Amerikaanse FBI heeft de zaak in zijn toptien staan, en schat de waarde van de schilderijen op ongeveer 23 miljoen euro.


Eveneens in december 2002 worden meer dan 400 schilderijen, tekeningen en notities van kunstenaar Karel Appel ontvreemd. De selectie werken verdween tijdens het transport van Appels studio naar de Karel Appelstichting in Amsterdam. Een opslagbedrijf vond alles in februari van dit jaar terug, in dozen in een loods in Engeland. Volgens de weduwe Harriët Appel staat niet vast dat de kunstwerken gestolen zijn. De geldwaarde van de collectie is nooit bekend gemaakt.


Uit het Westfries Museum in Hoorn nemen dieven in januari 2005 23 zeventiende-eeuwse schilderijen en zestig stuks oud zilverwerk mee, ter waarde van zo'n 10 miljoen euro. Onder de buit bevindt zich een jeugdwerk van Jan van Goyen. De daders hadden zich laten insluiten in het museum en zich in een doodskist verstopt. De bewakingscamera's hadden ze afgeplakt, waarna ze zonder haast de kunstobjecten konden inpakken. Er is nooit iets teruggevonden.


Op klaarlichte dag, 1 mei 2009, overvallen gewapende mannen het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek, dat nu niet meer bestaat. Met vuurwapens bedreigen ze de receptioniste en bewaking, waarna ze recht op hun doel af lopen: de Adolescence van Salvador Dali en La Musicienne van Tamara de Lempicka, Dirk Scheringa's duurste bezit. De doeken zijn nog niet terecht. De verzekeringsmaatschappij stelt maximaal 250.000 euro beschikbaar voor wie de schilderijen in goede conditie terugbrengt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden