Grootste groep vluchtelingen blijft gewoon in eigen land

Interview met Judith Kumin..

Tussen 2001 en 2005 ging het aantal vluchtelingen in de wereld gestaag omlaag. Na 2006 steeg het aantal echter weer, een toename die vooral het gevolg is van het aantal Irakezen dat huis en haard ontvlucht om zich elders in Irak, of over de grens in Jordanië of Syrië, te vestigen.

Op het eerste gezicht lijkt dat een verbazingwekkende ontwikkeling. Terwijl (vooral Amerikaanse) rapporten wijzen op afnemend geweld en minder slachtoffers in Irak, mede dankzij de surge, trekt de stroom vluchtelingen, binnenlands én buitenlands, juist aan.

Judith Kumin (58), Regionaal Afgevaardigde voor de Benelux en de Europese instellingen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Brussel, zegt echter dat het één juist met het ander te maken heeft.

Kumin: ‘Doordat mensen wegtrekken uit bepaalde wijken of streken, bijvoorbeeld omdat ze tot een religieuze minderheid behoren, neemt het geweld tegen die minderheid ook af. Ja, je zou cynisch kunnen zeggen dat ethnic cleansing uiteindelijk de oorzaak is van een afname van geweld. Als er geen christenen meer zijn in een bepaalde wijk in Bagdad, zal er ook geen geweld meer tegen christenen zijn in die wijk.’

Rond de 2 miljoen Irakezen verblijven inmiddels in Syrië en Jordanië, nog eens 2,5 miljoen Irakezen zijn in Irak zelf naar veiliger oorden getrokken. Voor de gemiddelde westerling zijn dat allemaal ‘vluchtelingen’, in de wereld van de hulpverleners wordt er echter een onderscheid gemaakt.

Een echte vluchteling (refugee) is iemand die vanwege geweld een grens oversteekt. Een Soedanees die Darfur ontvlucht en naar Tsjaad vlucht bijvoorbeeld. In die categorie waren er in 2007 ruim 11 miljoen in de wereld.

Een veel grotere groep vluchtelingen blijft echter in het eigen land. In het jargon van de hulpverleners zijn dat internally displaced persons (IDP’s) ofwel binnenlandse vluchtelingen.

Zo leven er nog steeds ruim 5 miljoen Soedanezen, vanwege het geweld in Darfur en het zuiden, elders in hun eigen vaderland. Miljoenen Darfuri’s wonen, ver van hun eigen huis, in kampen in Darfur.

Nog eens miljoenen Zuid-Soedanezen wonen, drie jaar na de ‘vrede’ tussen Noord en Zuid, nog altijd in kampen rondom de hoofdstad Khartoem.

De wereld is, zegt Kumin, ook helemaal vergeten dat er een groot conflict plaatsvindt in Colombia. Ruim 3 miljoen mensen zijn daar, in hun eigen land, op de vlucht geslagen voor de terreur.

In totaal waren er in 2007 maar liefst 26 miljoen van die binnenlandse vluchtelingen in de wereld. Kumin vertelt in haar kantoor in Brussel, waar in de gang een affiche hangt met de tekst: ‘Ook Einstein was een vluchteling’, dat een deel van die binnenlandse vluchtelingen tegenwoordig onder de hoede van de UNHCR valt.

Daarnaast, zegt ze, is er nog een hele grote groep statenlozen waar haar organisatie verantwoordelijk voor is. Dat aantal, zegt ze, is in 2007 drastisch afgenomen, van 5,8 miljoen naar nog geen 3 miljoen in 2007.

De reden? Kumin: ‘In Nepal en Bangladesh kregen miljoenen burgers, die al decennia statenloos waren, het burgerschap. In Nepal alleen al waren dat er 2,6 miljoen.’ Praten over vluchtelingen met vertegenwoordigers van de UNHCR is praten over cijfers, over statistieken, over global trends.

Judith Kumin mag dan nu achter een bureau in Brussel zitten, ze kent ook de menselijke aspecten van haar werk. Ze kent de gezichten, de persoonlijke verhalen; met sommige vluchtelingen, nu ex-vluchtelingen, heeft ze nog steeds contact.

De Amerikaanse begon haar werk voor de vluchtelingenorganisatie in Zuidoost-Azië. Het was aan het einde van de jaren zeventig, toen er miljoenen Vietnamezen en Cambodjanen op drift raakten. Ze begeleidde destijds Cambodjanen die weer terug gingen, vanuit de kampen in Thailand.

‘Een hele generatie jongeren was in die kampen opgegroeid zonder dat ze ooit in de rijstvelden hadden gewerkt. Rijst was voor die jongeren iets wat uit een zak kwam. Het was verbazingwekkend om te zien hoe die mensen zich, eenmaal thuis, toch weer aanpasten.’

In 1997 ging ze terug naar Cambodja. Ze zag overal activiteiten, stedenbouw, groei, het begin van welvaart. ‘Ongelooflijk, die vooruitgang, zo kort nog maar na die verschrikkelijke jaren.’

Waar Kumin zich ook over verbaasde: ‘De Cambodjanen waren vergevingsgezind richting de daders van de genocide onder de Rode Khmer.’

Datzelfde ziet Kumin nu ook gebeuren in Sierra Leone, Rwanda en Liberia. Daders en slachtoffers die weer naast elkaar leven, in relatieve vrede. ‘Het is verbazingwekkend. Ik persoonlijk zou dat moeilijk kunnen’, aldus de UNHCR-medewerkster.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden