Grootspraak in Holland

Ben de Graaf, vermaard en soms verguisd om zijn tegendraadse sportbeschouwingen, neemt in de zomer afscheid van de krant. Na de nederlaag van Oranje in Wembley haalt hij opnieuw zijn gelijk....

BEN DE GRAAF

'Opa, waarom ben jij eigenlijk niet voor Nederland?' Meike, ons pientere kleinkind, wil het nu wel eens weten. Zij zwaait uitdagend met een plastic tas waarin zich een oproltoeter, een rood-wit-blauw vlaggetje en een oranje pet bevinden. 'Voor vaderdag', zegt ze. Het kind heeft nu al gevoel voor humor. Buiten zingt een buurman: 'Zet het bier maar koud, we komen terug met goud.' Hoe vaak heb ik hem al niet aan z'n verstand proberen te brengen dat de kans daarop minder dan tien procent is?

Op vaderdag moet de wedstrijd Nederland - Engeland (1-4) nog gespeeld worden. Het inmaakpartijtje verlost ons van de totale oranjegekte, neem ik aan. In elk geval tot vandaag, wanneer Frankrijk in de kwartfinale de zeer capabele tegenstander is. De Marseillaise hoor ik trouwens graag. Het volkslied heeft pit en allure. Meer dan het Wilhelmus.

Mijn vertrouwen in dit Nederlands elftal is nooit bijzonder groot geweest. Het zijn bijna stuk voor stuk aardige, redelijk beschaafde en gewoonlijk vlot combinerende voetballers die in Engeland onze chauvinistische gevoelens trachten te bevredigen. Hun makke is echter dat ze zichzelf schromelijk overschatten en nog steeds een dwaas systeem hanteren.

Een systeem met vleugelspelers waarmee de tegenpartij vast moet worden gezet. Op een groot internationaal toernooi functioneert het niet, zeker niet als er uitgesproken lichtgewichten op de flanken staan zoals Jordi en Hoekstra. Oranje graaft met deze methode z'n eigen graf. Dat vind ik dom.

Een toernooi als dit beleef ik afstandelijk. Het kan me eigenlijk weinig schelen wie er wint of verliest, als de uitslag maar rechtvaardig is of lijkt te zijn. Het fanatisme van de supporters, hun getetter en dronkemanspraatjes neem ik voor kennisgeving aan. Waarin een klein land groot kan zijn, mompel ik wel eens in mezelf.

Het is geen familiekwaal. Ik herinner me van het EK acht jaar geleden dat ik m'n jongste broer tegenkwam die in een oranje soepjurk was gehuld en er ook overigens als een zonderling uitzag. Zwaaiend met een fles bier schreeuwde hij: 'Holland, Holland'. Ik stond perplex en wist niet anders uit te brengen dan: 'Denk toch om je lever, jongen.'

Die bizarre ontmoeting vond in München plaats, een dag voor de finale tegen Rusland welke Nederland met 2-0 won. Wij, de verslaggevers ter plekke, hadden er nauwelijks benul van dat het land op z'n kop stond. Dat iedereen bezig was krankzinnig van blijdschap te worden, ook al omdat de Duitsers in eigen huis waren verslagen. Dankzij spelers als Van Basten, Rijkaard, Gullit, Wouters en Koeman. De coach, Michels, mocht er natuurlijk ook wezen.

Nu ik het EK voor de eerste keer thuis aan de buis volg, verbaast mij het grenzeloze optimisme van miljoenen Nederlanders. Dat ze sinds dinsdag een kater hebben en zich nu aan een miraculeuze ommekeer tegen de Fransen moeten vastklampen, is vervelend voor hen, maar ik kan er echt geen minuut wakker van liggen. De bondscoach kennelijk ook niet. Hij schijnt tot ergernis van talrijke heethoofden er al enige tijd van uit te gaan dat sport beslist geen kwestie van leven of dood is en een toernooi als dit zowel winnaars als verliezers oplevert.

Wat mij meer bezighoudt dan het geploeter van het Nederlands elftal is de vaak oubollige, journalistieke begeleiding. De waan van de dag viert hoogtij. Niet zo zeer in de kranten als wel op de televisie, waar het vooral ex-voetballers en coaches zijn die nauwelijks gehinderd door objectieve uitgangspunten hun verhaaltjes kunnen afsteken.

Het geklets voor eigen parochie heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de Wat-kan-ons-gebeuren?-stemming in het onaangenaam verraste vaderland. Veel huizen en straten zijn weliswaar nog altijd oranje gekleurd en in de Amsterdamse Kalverstraat blijven de kledingwinkels voorlopig uitsluitend spullen in de nationale kleur etaleren, maar ik ben zo vrij geweest het hoedje op de antenne van mijn auto alvast te verwijderen. Al riskeer ik daarmee wel een verwijtende blik van m'n kleindochter.

We zouden een salonremise spelen tegen Engeland. 'Neen', kraaide Kraay senior bij de voorbeschouwing. 'We kunnen de Engelsen voor eigen publiek gemakkelijk een draai om de oren geven. Door ze van hot naar her te sturen. Die jongens doen het voor ons in de broek.' Hans zag het al helemaal voor zich. De Engelse verdediging bestond uit stumpers, Gascoigne was niet meer dan een puffend wasbeertje en het zou voor Oranje lekker meegenomen zijn om tot en met de finale op Wembley te blijven.

De deskundigen draaien ons zo een rad voor ogen. In plaats van er na afloop het zwijgen toe te doen of, nog verstandiger, op te stappen, maken ze moeiteloos een draai van 180 graden en deponeren ze het aanvankelijk zo bejubelde middenveld weer achteloos in de vuilnisbak. Jansma schiet daarna in zijn gesprek met Hiddink nog wel een paar scherpe pijlen af, maar vóór de wedstrijd verzuimt ook hij het geringe rendement van de vleugels en de slechte balans van het elftal aan de orde te stellen.

Jordi is in deze voetbalsoap een drama op zichzelf. Mijn vrouw maakt een luchtsprongetje als hij tegen de Zwitsers scoort en naar Hiddink vliegt om hem te bedanken. Want de coach is in hem blijven geloven. Ik krijg er echter geen kick van. 'Het is toch hartstikke leuk voor die jongen', hoor ik naast me op de bank. 'Of gun je het hem soms niet?'

'Hij scoort maar, van mij mag ie', brom ik.

'Wat me totnogtoe vooral van Jordi opvalt is dat hij struikelt zodra hij een duwtje krijgt', voeg ik eraan toe. 'Zo speelt hij ook in de Spaanse competitie. Met enthousiasme, inzet en bravoure, een beetje provocerend ook, maar zonder het voor die positie noodzakelijke, technische vermogen. Dat is een belangrijke tekortkoming. Ik vind hem eerlijk gezegd een ambitieuze doodloper. Z'n vader, ja, dat was een ander verhaal.' M'n vrouw doet er, diplomatiek als ze kan zijn, maar het zwijgen toe.

Dan de grootspraak op de televisie na afloop van de 2-0 wedstrijd. De familie uit Barcelona die zo onheus bejegend schijnt te zijn door voorzitter Nuñez, heeft het op Bobby Robson gemunt, de nieuwe trainer van de Catalaanse club. 'Ik zal Robson tegen Engeland laten zien wat ik echt kan', roept Jordi terwijl hij dreigend in de camera kijkt. Pa knikt instemmend. Zal hij zich voor dit interview hebben laten betalen, vraag ik me af.

De wedstrijd tegen Engeland wordt dus een eitje. In de Volkskrant suggereer ik daags daarvoor de mogelijkheid van een salonremise, maar een toch geroutineerde collega van de GPD-bladen kan de verleiding niet weerstaan alvast op de voorspoedige afloop te klinken.

'Engeland heeft een buitengewoon middelmatig elftal', schrijft hij, 'en Hiddink heeft louter luxe-problemen. Als het Nederlands elftal op winst speelt, zit er een afstraffing voor de Engelsen in. En dat is dan toch een beetje sneu voor de gastheer die na de overwinning op Schotland van mening is weer het beste elftal ter wereld te hebben. Maar Engeland wordt nooit een echt elftal. Oranje wel, is de verwachting.'

Zo kan een verslaggever zichzelf in een lastig parket brengen. Hij kan slechts hopen dat de lezer kort van memorie is of door de enorme reeks wedstrijden onvoldoende tijd overhoudt om de krant te bestuderen. Ikzelf heb er altijd de voorkeur aan gegeven een slag om de arm te houden. Het voetbal is en blijft nu eenmaal onvoorspelbaar.

Een nieuwe dreun voor Hiddink en de zijnen, vandaag in de kwartfinale, zou ertoe kunnen leiden dat de man uit de Achterhoek er de brui aan geeft. In navolging van Dick Advocaat twee jaar geleden na de uitschakeling van Oranje in Amerika. Dick was heel blij naar PSV te kunnen overstappen.

Hiddink heeft pas nog voor twee jaar bijgetekend, maar dat zegt in dit wereldje niets. Er ontstaat misschien ook bij de KNVB-bobo's behoefte aan een krachtiger leider, een man die met z'n vuist op tafel durft te slaan en in staat is het elftal op te peppen. Wie weet komt Cruijff senior daarvoor nog eens in beeld.

Cruijff zou tegen Engeland eerder hebben ingegrepen, veronderstel ik. Hij zou de naar succes hongerende Kluivert niet zo lang op de bank hebben gehouden. Daar staat tegenover dat de Verlosser de afgelopen jaren bij Barcelona enorme bokken heeft geschoten. Hij liet de Spaanse nationale doelman Zubizarreta vertrekken en gaf zijn zegen aan grabbelaar Busquets. Ook Stoitsjkov, in Engeland opnieuw de Bulgaarse uitblinker, werd door Cruijff indertijd aan de kant geschoven. Om van Romario maar niet eens te spreken.

De dag na de les van Wembley krijgen de Oranje-groep vrij-af om in Londen inkopen te doen. Zou een straftraining niet meer voor de hand hebben gelegen, wordt Hiddink gevraagd. De man van het harmonie-model schudt het wijze hoofd. Zijn spelers moeten eindelijk even kunnen ontspannen. Om zich daarna weer op te laden voor het alles of niets gevecht met de favoriete Fransen.

Hiddink heeft één troost. Zijn als een tactische grootmeester bekend staande collega Sacchi is met het Italiaanse team nog vóór de kwartfinales gesneuveld. Handenwringend en met vuurspuwende ogen ondergaat deze de noodlottige 0-0 tegen Duitsland. Oranje mag met vier puntjes wel verder. Nu nog een offday van de Fransen, met doelman Lama in een sensationele hoofdrol, en het tijdelijk in verwarring gebrachte Nederland kan de vlag weer triomfantelijk uitsteken.

Zet het bier maar koud, we komen terug met goud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden