Column

Grootmoederliefde is blind

Voor mij en mijn generatiegenoten heeft zich een nieuwe, onbaatzuchtige wereld geopend.

Annemarie Oster
null Beeld Thinkstock
Beeld Thinkstock

Niet alle kinderen zijn even leuk om te zien, noch gedragen ze zich allemaal even charmant. Dit geldt zeker voor andermans nageslacht.

Sommigen zijn ronduit onaantrekkelijk, anderen niet te harden. Zo blijft de een hardnekkig lang kaal, zodat het te platte achterhoofdje extra in het oog springt, en krijst de ander, weliswaar een schoonheid met weelderige krullen, ogen als sterretjes en een mondje om te zoenen, het bij het minste geringste uit of stort zich, zodra hem even iets niet zint, pardoes op de grond. Ook heb je exemplaren die consequent hun biologische hapje uitspuwen. Die de kinderstoel uit klimmen of zich schrap zetten - niets zo onhandelbaar als een weerspannig kinderlijfje - zodra ze de wandelwagen of het autostoeltje zien. Die de hand bijten die hen aait, want 'ik ben 2 en ik zeg nee'.

Gelukkig hebben de desbetreffende ouders altijd een verzachtende omstandigheid paraat: 'Ach, dat doet-ie uit frustratie omdat hij zich nog niet verbaal kan uiten.' 'Ze heeft last van haar tandjes.' 'Hij is eenkennig, het is maar een fase.'

Ook als er sprake is van een lelijkmanskind, biedt de toekomst soelaas: 'Als dat haar maar eenmaal een beetje groeit.' 'Ach, zo'n gezichtje moet zich nog vormen.' Dit alles onder het motto 'Lelijk in de luier, mooi in de sluier'.

Vaker zíén de ouders het niet eens. Moeders zeker niet. Moederliefde is blind. Om maar te zwijgen van grootmoederliefde. (Over vaders en grootvaders een andere keer.) Hoe vaak ik tegenwoordig vriendinnen en bekenden - en ook vervelende wijven voor wie ik tot dan toe geen enkel warm gevoel kon opbrengen - niet hoor verzuchten dat ze 'verliefd' zijn op hun kleinkind(eren). Dat zich een nieuwe, onbaatzuchtige wereld voor hen heeft geopend, want dat ze blijken te beschikken over alle geduld van de wereld, ja, goedmaken wat ze, gepreoccupeerd met zichzelf als ze destijds waren, bij hun kinderen hebben verzaakt.

Hup, daar worden de telefoons boordevol foto's alweer tevoorschijn gehaald: 'Kijk, hier was-ie anderhalf. Nu is hij 3 en ziet-ie er alweer heel anders uit. Hè, waar staat die foto nou weer?' Vaak kunnen de dames nog niet zo goed met hun digitale fotoalbum overweg en scrollen heen en weer om het juiste kiekje te traceren: 'O, nee, sorry, die staat op mijn iPad, maar deze is ook ontzettend schattig. Hier, mijn kleindochter van een half jaar...'

Bekeek ik vroeger andervrouws kinderfoto's zo vluchtig mogelijk, nu zet ik bereidwillig mijn leesbril op en tuur minutieus naar zo'n aaneenschakeling van dezelfde foto's. Ook de bijbehorende anekdoten zuig ik op.

Want vervolgens - voor wat hoort wat - haal ik mijn eigen telefoon tevoorschijn. En berg je dan maar. Ik heb drie kleinkinderen en wie ze niet mooi en lief vindt, kan een klap voor haar harses krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden