Groot verleden, korte toekomst

Het theaterbureau wil oudere acteurs zo veel mogelijk laten optreden. Dat gebeurt nu te weinig. ‘Als je niet oppast zie je vitale ouderen alleen nog in soaps, niet meer op toneel’, zegt Bram van der Vlugt....

‘Daar krijg ik diarree van, dat idee van: laten wij zacht zijn voor elkander, kind. Dat zal mijn christelijke achtergrond zijn. Kunnen we daar niet wat schrappen?’ Ingeborg Elzevier (73) buigt zich met regisseur Jeroen van de Berg en collega’s Bram van der Vlugt (75) en Yorick Zwart (stand-in) over een toneelstuk in wording. In Het leven volgens Emma speelt Elzevier Emma, die haar loopbaan als werkster in een hotel besloten wil zien met een dijk van een afscheidsreceptie, met speeches en al. Komende week wordt het work in progress opgevoerd als ‘gedramatiseerde lezing’ in Bellevue in Amsterdam.

Want daar blijf ik me toch over verbazen. Dat er zoveel ongelukkige mensen zijn. Dan hebben ze alles en dan weten ze er nog niets van te maken. Terwijl er toch zo weinig nodig is om je goed te voelen. Een kind, dat naar je lacht. Regen, die in een putje verdwijnt. Een vogel, die uit zijn ei komt. Maar hoe leg je dat uit aan iemand, die geen fantasie heeft? Voor wie gevoel maar een bijzaak is. Die als een steentje door de straten wordt geschopt, omdat hij geen eigen wil heeft.

Ingeborg Elzevier draagt voor en zegt tegen schrijver Flip Broekman, die tegenover haar zit: ‘Regen, die in een putje verdwijnt. Dat vind ik mooi – van die dingen waar niemand acht op slaat en waarvan je toch heel gelukkig kunt worden. Een vogel, die uit zijn ei kruipt. Mwah, dat kan nog wel. Maar: Een kind dat naar me lacht – kun je daar niet iets anders voor verzinnen?’ Daar krijgt de actrice dus diarree van.

Uit het hoofd en met de tekst erbij, zo wordt het straks opgevoerd. Het leven van Emma vult een week in Bellevue, die nog onbezet was. Het is een openbare sleutelsessie én het moet Toneel Plus onder de aandacht brengen, het nieuwe project van theaterbureau Hummelinck Stuurman.

Toneel Plus is een formule om acteurs op leeftijd – 65-plussers – nog zo veel mogelijk te laten optreden in het theater, begrijp ik. Wat is jullie rol daarin?

Bram van der Vlugt: ‘Geen – dat moeten we even duidelijk uit elkaar houden. Er is een idee van Hummelinck Stuurman. Dat is: voorstellingen spelen in het land, reizende voorstellingen van succesvolle stukken, zoals Heren van de thee, De stille kracht, Max Havelaar, met een wisselende bezetting van oudere acteurs.

‘De essentie is: het wordt steeds moeilijker om voor die stukken de oudere acteurs te krijgen die ze hebben willen. Want die oudere acteurs zeggen: dat reizen vijf keer in de week, tachtig keer achter elkaar, dat is ons te veel. Door te putten uit een pool van oude acteurs die elkaar afwisselen, blijft het mogelijk die stukken te produceren. Dat is een briljant idee, maar daar heeft Het leven van Emma in feite niks mee te maken, het is geen reizende voorstelling.’

Elzevier: ‘Maar dat kan het wel worden, als het stuk af is.’

Van der Vlugt: ‘Het aardige is: als dit stuk ooit gaat, worden wij gevraagd een aantal voorstellingen te spelen en andere collega’s ook. In die zin zijn we de wegbereiders van het project.’

Het reizen hoeft voor u ook niet meer?

Elzevier: ‘De drang om dag in dag uit met dat vak bezig te zijn, is een beetje geslonken. Bovendien ben ik nog niet zo lang getrouwd met een Franse meneer. Die zit er niet op te wachten dat ik de hele tijd weg ben. En de helft van het jaar woon ik in Frankrijk. Dan is de keuze: ga je door met uitsluitend tonelen of ga je het een beetje anders indelen?

Maar ik moet ik er wel bij zeggen: dat absolute vastklampen aan het werk, dat is sowieso anders geworden. Bram, jij speelde toch ook toen je jong was zeven stukken door elkaar? Je was alleen maar met toneel bezig.’

Van der Vlugt: ‘Dan heb je het over de tijd dat je in dienst was van een repertoiregezelschap. Je speelde een aantal stukken en tegelijkertijd was je aan het repeteren voor nieuwe. Het dubbelen, zoals dat heet.

Elzevier: ‘Ja, altijd dubbelen.’

Van der Vlugt: ‘Dat leven bestond natuurlijk ook bij de gratie van: als je bij een gezelschap in Amsterdam was, dan woonde je in Amsterdam. En Rotterdam idem dito en Den Haag ook.’

Elzevier: ‘Dat was verplicht zelfs.’

Van der Vlugt: ‘Maar dat kon ook niet anders: je moest overdag repeteren en ’s avonds de bus in.

‘Het hele vakgebied is sindsdien zo uitgebreid. Er is film, er is televisie. En dat is ook de kern van het verhaal: Toneel Plus is geen werkverschaffing. Er zijn voldoende vitale ouderen die nog werken, maar als je niet oppast, zie je die alleen nog op televisie in soaps, maar niet meer op het toneel.

In jullie vak hoef je niet met pensioen. Je ziet jezelf als het ware oud worden op het toneel. Moeilijk?

Ingeborg Elzevier: ‘Uiteraard veranderen je rollen. Je gaat van ingénue naar vrouwen, van vrouwen naar moeders, van moeders naar grootmoeders, en van grootmoeders naar eh, laten we zeggen: de kist in. Misschien is het omdat acteurs veel met hun uiterlijk bezig zijn, maar dat ouder worden en het veranderen, dat vind ik wel een probleem.

Bram van der Vlugt: ‘Van actrices is dat bekend.’

Elzevier: ‘Maar daarmee wil ik niet zeggen dat ik jongere vrouwen wil spelen.’

Van der Vlugt: ‘Het is een gegeven in het toneel, dat er zo’n leeftijdsperiode is voor actrices waarin ze minder werk hebben. Er zijn minder rollen voor die categorie, en als ze er zijn, worden ze door jongere actrices gespeeld. Dat geldt zo vanaf hun 45ste.’

Elzevier: ‘Vanaf je 50ste ja. Dat is zo, maar daar gaat het mij niet zozeer om. Ik vind het moeilijk om je aan te passen aan je leeftijd. Ik vind het prima om vrouwen van 80 te spelen, maar ik vind het heel vervelend dat ik 73 ben en dat je jezelf ziet vervallen.’

Van der Vlugt: ‘Ik ervaar dat heel anders. Ik vind het juist fijn dat er in dit vak geen leeftijdsgrens is.’

Elzevier: ‘O, maar dat vind ik ook.’

Van der Vlugt: ‘Ik vind het ook ontzettend leuk dat ik op deze leeftijd nog midden in het vak sta en het godzijdank nog allemaal uit mijn hoofd kan leren. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Maar ik heb er niet zo'n last van dat het lichaam het niet meer doet, of zo. Ik was ook nooit zo’n fysiek acteur; dansen en springen heb ik nooit gekund.’

Elzevier: ‘Ik ben juist altijd heel erg bewegelijk geweest. Ik denk soms echt, als ik me realiseer dat ik 73 ben en 74 word: hè gatver. Ik kijk tegenwoordig ook altijd naar de rouwadvertenties in de krant, wat ik vroeger nooit deed. Dan denk ik: o, die is maar drie jaar ouder.

Van der Vlugt: ‘Ze zijn bijna allemaal jonger.’

Elzevier: ‘Dus jij kijkt ook.’

Van der Vlugt: ‘Ik kijk altijd.’

Elzevier: ‘En niet alleen om te kijken of ik bekenden tegenkom, hoor. Ook om een inschatting te maken van eh, ja, je eigen tegoedje.’

Van der Vlugt: ‘Ik realiseerde van me de week: van alle mensen met wie ik drie jaar op de toneelschool heb doorgebracht, is tweederde dood.

Wanneer zat u op de toneelschool?

Ingeborg Elzevier: ‘Ik heb in ’57 eindexamen gedaan.’

Bram van der Vlugt: ‘En ik in 1961.’

Ingeborg: ‘Al die mensen die al dood zijn... Natuurlijk mijn goeie vriend Jacques Commandeur en Lodewijk de Boer en de hele reutemeteut – er gaan er steeds meer. Ik kan daar echt akelig van worden. Niet alleen omdat ik ze erg mis, maar ook omdat je aan de lopende band met je eigen leeftijd wordt geconfronteerd.

‘Maar we dwalen enorm af.’

Nee hoor.

Van der Vlugt: ‘Wat ik nog wil zeggen: als je op je 75ste nog werkt, wat betekent: lange dagen, hollen en stilstaan, dan moet je het wel leuk vinden. En ik vind het nog steeds leuk. En waarom? Toneelspelen doe je altijd met jongeren, en soms zijn ze heel veel jonger. Dat is ontzettend leuk.’

Elzevier: ‘Maar het is ook een soort ziekte, dat toneelspelen, dat kun je niet uit je lichaam bannen. Als ik een half jaar in Frankrijk ben, moet ik wel weten dat ik daarna iets te doen heb. Anders krijg ik de kriebels.’

Van der Vlugt: ‘Ik weet nu dat ik tot september aan de bak ben, niet voortdurend, maar genoeg. Daarna weet ik het effe niet meer. Maar ik hoop wel dat ik half september weet dat er in maart weer wat is. Dat hoeft ook niet veel langer van tevoren, want eh, je hebt een groot verleden en een korte toekomst. Maar er moet wel wat komen.’

Om uw gezondheid hoeft u het niet te laten?

Elzevier: ‘Ik heb een kunstheup en die loopt heel lekker. Verder ben ik ook nog erg gezond. Dus dat valt eigenlijk wel mee. Maar dat het lichaam lelijker wordt, dat vind ik een bezwaar.’

Van der Vlugt: ‘Zolang het bij je leeftijd past, vind ik het niet erg. Als je nog rechtop kunt staan... Wat ik wel merk: je moet zuinig zijn met je energie.’

Elzevier: ‘En ik word steeds gevoeliger voor wat er in de wereld gebeurt. Rampen. Mensen die doodgaan. Onrechtvaardigheden. De politiek. Daar word ik zo miezerig van. Als Wilders aan de macht komt, ga ik emigreren.’

Beïnvloedt het uw werk?

Ingeborg Elzevier: ‘Nee.’

Bram van der Vlugt: ‘Sterker, we waken er allebei voor dat het niet sentimenteel wordt.’

Ingeborg: ‘Slijmerig, sentimenteel? Ik ben er allergisch voor in een tekst.’

Van der Vlugt: ‘Het moet een beetje blijven schuren.’

Elzevier: ‘Maar als ik op de bank naar Spoorloos kijk: altijd tranen op het end.’

Van der Vlugt: ‘Dat is helemaal goed, daar is het voor bedoeld.’

Elzevier: ‘En bij voetbalwedstrijden hè. Als er een goal valt, ga ik ook huilen – om die blijdschap.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden