Groot Verlangen in een kleine tent

Kamperen in de Dordogne is Frankrijk op z’n clicheest. Michiel van der Geest en fotograaf Marieke Wijntjes reizen het debuut van Ronald Giphart achterna....

At-te-noie! Wat een saaie rivier! Geen golven, watervallen, stroomversnellingen, meanders of manoeuvres maar een sloom stromende brede grijze watermassa. Die naar zee ruikt bovendien, wat niet zou moeten kloppen, want een rivier bevat zoet water. Op de oevers veel groen, veel grindstrandjes, veel campings en zo nu en dan een rotswand. En daar tussendoor maar gestaag peddelen in zo’n onverwoestbare gele kano. ‘Wat een moedeloos makende familierivier’, schreef Giphart al.

Maar toch, dit is de Dordogne! De Dordogne uit Ik ook van jou, het debuut van Ronald Giphart. De Dordogne waarop hoofdpersonen Ronald en Fräser drie dagen peddelen tijdens hun Grote Queeste naar Literatuur en Seks. De Dordogne die ging leven door dat boek, die garant stond voor uren wegdromen, in de zesde klas van het vwo. Want

Giphart, oh wonder, mocht op de Lijst. En hij schreef over seks. Alle reden voor een pelgrimage. Naar de plekken van Ronald en Fräser, hun liefdes achterna en hun krachtterm: attenoie!

’s Avonds voor de tent. De stoelen hebben een schofthoogte van 15 centimeter. Onze auto ronkt na van de lange reis. Kronenbourgbier met draaidopjes. Groenbeboste heuvels aan de overkant. Nog even en het gaat onweren. Bedompte stemmen uit een tent verderop. Nog een Kronenbourg. De dode zijtak van de Dordogne kabbelt op de achtergrond. De cicades staan aan. Het gaat toch niet onweren. Nog maar een Kronenbourg dan. Koken in kleermakerszit achter een tweepitsgaskooktoestel. ‘La bonne vie, Ronald, la bonne vie!’

En dan barst het onweer toch los.

Ronald en Fräser zijn in Ik ook van jou op zoek naar de ‘Grote Pathetiek, naar de Grote Gevoelens, naar de Heerlijke Daadkracht’. Naar leven en naar avontuur. Naar Grote Opofferingen. Lijden, afzien. ‘Een tocht maken langs de Dorrrdogne en wel zien waar de kano strandt. Slapen onder de blote hemel. De geur van stront. Mensch, durf te leven!’ Maar wel met de creditcard van Fräsers moeder op zak.

’s Avonds komt voor ons het ‘lijden’ – in de vorm van een lekkende tent. De hemel kraakt, scheurt en breekt open. Druppels zo groot als knikkers geselen het tentdoek, het geroffel is oorverdovend. Naar buiten is geen optie, binnenblijven is leven in angst.

Hoe lang houdt dit tentje het, dat al zeker vijf jaar werkloos op zolder lag? Waar drukt de buitentent tegen de binnentent en is het gevaar te verwachten? Hangt de handdoek nu in de auto of over een boom te drogen? Dankzij de Kronenbourg komt de slaap toch. De volgende ochtend blijkt dat gevaar altijd ergens anders vandaan komt, dan van waar je het verwacht. Niet het tentdoek, maar het grondzeil blijkt lek. Onder het luchtbed is een zwembad ontstaan.

Kamperen in de Dordogne is Frankrijk op z’n clicheest. Het getik van ijzer op ijzer bij de petanque spelende oudjes. De mengelmoes van talen bij de tafeltennistafels; het middelpunt van elke Franse camping. Het meisje dat stokbroden verkoopt in de campingwinkel, op wie vaders verliefd worden hoewel ze maar enkele jaren ouder is dan hun dochter. Slingerende D-wegen. Bordjes die achteloos de weg wijzen naar een 12de-eeuwse kerk. Groen, overal groen. De rivier die tussen dat alles door kronkelt. De lampen die al klaarhangen voor het dorpsfeest op het centrale plein van Vayrac.

Vayrac. Het is het plein waar Ronald, Fräser, en hun vakantieveroveringen Silke en Nadine samen dineren, op een dorpsbal belanden en de liefde overslaat. Het stadhuis staat er, het dorpshotel ook; ‘een groot en statig gebouw, het landhuis van kapitein Haddock,’ een 15de-eeuwse Romaanse kerk aan de overkant. Het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog ontbreekt niet. Obelisk, haan erbovenop, en de namen van de 85 mannen die het leven lieten; van Antoine Arlic tot Edmond Vielle.

De telefooncel waarin Ronald zich opsluit ‘door de glazen vouwdeur (uiteraard in een andere richting dan ik gedacht had) dicht te klappen’ om naar huis te bellen, staat er ook nog. Maar inmiddels zonder vouwdeur. Er moet nog met een telefoonkaart worden betaald. De cel doet meer gedateerd aan dan de 15de-eeuwse kerk.

Weer op de rivier. Ergens langs de kant, tussen Vayrac en Saint Sozy moet de Boom staan. ‘Silke en ik klimmen naar een dikke tak van de eenzame, imposante boom om de zon te zien opkomen achter de heuvel in de verte.’ Waarin ze zoenen en heel veel meer. De boom die zo veel terugkwam in de dagdromen van vroeger. Hij blijkt niet te vinden. Hoe nauwkeurig je de omschrijvingen in Gipharts boek er ook op naslaat. De boom blijkt verzonnen.

In de Dordogne verslaat Gipharts fictie de werkelijkheid. De Dordogne is geen streek voor avontuur. Geen streek voor een queeste naar literatuur en seks. En al helemaal geen streek om twee mooie, vrijgezelle meisjes op te pikken. Maar na het lezen van Ik ook van jou wil je niet het risico nemen dat die conclusie voorbarig blijkt.

Volgende zomer weer een kans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden